The Circle of Life

2b5ca705-1710-4370-b1c0-250ef35d854f

Ondanks mevrouw Hazenkraaks voortdurende pogingen de habitat van wilde diertjes en plantjes in haar oase te bevorderen, bleef het droevig gesteld met voornamelijk het aantal bijen en vlinders. Een inmiddels absoluut normaal feit in landbouwgebieden. Van de vlinders zag ze wel een zekere mate van koolwitjes en bontoogdingetjes, en ook atalanta’s waren ruim vertegenwoordigd, maar wat ze wel eens had willen aanschouwen, was een dagpauwoog bijvoorbeeld, of een koninginnepage. Dat waren nog eens beauties! Zij ging haar 4de zomer in zonder ooit eentje te zijn tegengekomen.

Vanmorgen liep ze onnadenkend van a naar b, in dit geval van de salon naar de keuken, toen ze een best grote vlek zag bij het raam van de rouw- en trouwdeur. Benieuwd kwam ze dichterbij. Het was een vlinder, in opgevouwen staat. De onderkant van de vleugels, alles wat nu zichtbaar was dus, was donker, waardoor mevrouw Hazenkraak aan een nachtvlinder dacht, want die had je ook in die maat. Voorzichtig pakte ze hem en bracht hem naar buiten. Onderweg voelde ze zijn voetje een minimale beweging proberen op de muis van haar duim. Hij was niet dood! Snel, naar buiten, de bevrijding tegemoet.

Het is pas toen ze hem op een soliede ondergrond losliet dat ze zag dat hem wat mankeerde: er waren grote happen weg van de prachtige vleugels die hij ontvouwde. Maar verrek! Het was een dagpauwoog!

Ze maakte een foto ter verdere identificatie en liep weer naar binnen.

Ondertussen was het steeds steviger gaan regenen en nu waaide het ook nog. De gedachte aan haar dagpauwoog liet haar niet los. Hoe zou het hem vergaan, in de storm? Vast niet goed. Moest je een vlinder met zo’n weer wel buiten zetten? Had zij nou niet eerst Wikipedia of Vlinderstichting.nl kunnen bestuderen voordat ze onbezonnen handelde? Misschien was hij juist naar binnen gevlucht om te schuilen. En had ze hem gestoord, en naar zijn wisse dood gebracht, te pletter weggewaaid tegen een boom, of opgepeuzeld door een vogel. Ze hield het niet meer uit en, storm of geen storm, liep kordaat (en angstig) naar buiten, richting de grote afgebroken tak waar ze hem had achtergelaten.

Natuurlijk was hij in geen velden of wegen meer te bekennen. Maar wie schetste haar verbazing toen uit precies daar vandaan een prachtige rups haar kant op kwam lopen, op zijn gemakkie, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.

 

 

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *