Niemand anders

Samen met mijn vrouw keek ik naar Niemand Anders bij Micha Wertheim. Je moest je webcam aanzetten. De mensen keken bij ons naar binnen. Wij keken bij de mensen naar binnen. Niemand leek zich echt op z’n gemak te voelen. Micha Wertheim zat voor een lege zaal in Zwolle. Ik had er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om in Rotterdam te gaan kijken. Of in Utrecht. Of Den Haag. Maar ik koos voor Zwolle.

Mijn vrouw had bedacht dat we wild zouden gaan zoenen als de voorstelling begon. ‘Maar wat nu als niemand kijkt?’, had ik gezegd. ‘Dan hebben we voor niks gezoend’, zei zij. We moesten hier samen erg hard om lachen. Toen de voorstelling begon hebben we halfslachtig gezoend. In onze ooghoeken keken we hoe de mensen reageerden. Niemand leek het echt te interesseren. Ook Micha Wertheim niet. De vraag was natuurlijk wel of wij de mensen zagen die ons zagen. Waarschijnlijk zagen de mensen die wij zagen andere mensen dan wij.

Zoals vaker bij Micha Wertheim werd de voorstelling beter naarmate de voorstelling vorderde. Achteraf bedenk je dan dat het begin ongetwijfeld ook al ontzettend goed was. Alleen toen had niemand het nog door. Omdat niemand wist wat komen ging.

Eigenlijk, zei Micha Wertheim ergens aan het begin, trad hij wel vaker op voor lege zalen. Voorafgaande aan elke voorstelling om precies te zijn, om de soundcheck te doen. Toevallig luisterde ik eerder die middag naar een aflevering van Winteruur met Pauline Cornelissen. In Winteruur zei Pauline Cornelissen een gedicht op dat ze ook altijd opzegt als ze gaat soundchecken. Het gedicht heet ‘Liedje van de luie week’ en gaat als volgt:

Maandag
is Kalmpjes-aan-dag.

Dinsdag
is Kom-ik-begin-‘s-dag.

Woensdag
is Zou-ik-het-wel-doen-dag,

Donderdag
is Dit-is-een-bijzondere-dag,

want Vrijdag
is Morgen-weer-vrij-dag

en Zaterdag
is ‘s Avonds-wordt-het-later-dag

en Zondag
is Eet-je-buikje-rond-dag,

dus Maandag,
tja Maandag,
dat is weer Kalmpjes-aan-dag.

Ik vertel aan mijn vrouw dat ik die middag een aflevering van Winteruur heb beluisterd waarin Pauline Cornelissen vertelt dat ze voor de soundtrack altijd een gedicht opzegt. Terwijl ik dat vertel, vertelt Micha Wertheim dat hijzelf heel slecht is in soundchecken, maar Pauline Cornelissen heel goed. Micha Wertheim kent haar van de podcast die ze samen maken, genaamd Echt Gebeurd. Hij vertelt ons dat zij altijd een gedichtje opzegt tijdens het soundchecken. Wat een toeval, denk ik bij mezelf. Zoiets verzint niemand toch? Ik wil het eigenlijk aan Micha Wertheim vertellen, maar het is me technisch onmogelijk gemaakt om iets terug te zeggen als Micha Wertheim niet wil dat ik iets zeg.

Micha Wertheim vertelt dat hij had besloten om het voorbeeld van Pauline Cornelissen te volgen en ook een gedicht uit zijn hoofd te leren. Hij koos het titelgedicht uit de bundel ‘Vormen van Gekte’ van Judith Herzberg uit. Een bundel die ik toevallig vorig jaar aan mijn vrouw cadeau had gegeven, met Sinterklaas. Ook dat verzint toch niemand? Ik in ieder geval niet.

Heel in het kort gaat de voorstelling Niemand Anders bij Micha Wertheim erover dat niemand kan ontsnappen aan de coronawaanzin. Vroeg of laat stijgt het ons naar het hoofd. Alleen, niemand heeft het door, omdat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Als de hele wereld gek wordt, wie bepaalt dan wat gek is? Niemand. Ons demissionair kabinet scheen eerder die avond te hebben verzonnen dat we beperkt mogen winkelen: in elke winkel elk uur 6×2 mensen per verdieping. Wie verzint zoiets? Die moet wel knettergek en wereldvreemd zijn.

Oftewel: niemand ontsnapt aan de waanzin, zelfs onze leiders moeten eraan geloven. Misschien waren zij wel de eerste. Is Rutte al lang en breed doorgedraaid. Worden we nu al een klein jaar geleid door een mad man.

Aan het eind van de voorstelling, toen alle eindjes aan elkaar werden geknoopt en het kwartje viel, moest ik nogmaals denken aan Winteruur. En wel aan aflevering 12 van seizoen 1, waarin de Belgische acteur en cabaretier Johan Petit te gast is bij Wim Helsen. Johan Petit heeft een tekst van Freek de Jonge gekozen, uit De Openbaring.

Die voorstelling eindigt met een verhaal over een kistje waarvan de sleutel kwijt is. Maar als de hoofdpersoon van het verhaal uiteindelijk de sleutel vindt, blijkt er niks in het kistje te zitten. Om zijn eigen zoon te wapenen tegen een dergelijke desillusie, verstopt hij een korte tekst in het kistje.

Johan Petit vertelt dat hij de tekst hoorde op 17-jarige leeftijd en toen compleet ‘van zijn melk’ was. Voor die tijd was hij redelijk gelukkig. Zat goed in zijn vel. Was enthousiast. Maar in één klap was hij dat allemaal kwijt toen hij die tekst hoorde.

Hij zei niemand iets, pakte de trein, stapte uit in Mechelen, dwaalde wat rond, stapte een kerk binnen waar niemand aanwezig was, ging op het altaar zitten en maakte in zijn kop een gedichtje over een kistje. Terwijl hij het maakte, leerde hij het van buiten. En toen dat gedicht er was, had hij terug grond onder zijn voeten. De zinloosheid was niet meer problematisch. Johan Petit had de zinloosheid van het leven aanvaard. Waarna hij de trein terug naar huis nam. Zijn naasten hadden niks doorgehad. Niemand had hem gemist.

Dit was de tekst van Freek de Jonge:

“Alles is gedaan, niets helpt.
Doe niets.
Overal komt narigheid van, nergens is vrede.
Wees nergens.
Iedereen heeft haast, iedereen is ontevreden.
Niemand heeft tijd, niemand is gelukkig.
Wees niemand.”

3 responses

  1. De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt. De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, aldoor draaiend gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug. Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer.

    Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.

    Is er iets, waarvan men zegt: Ziehier, dat is nieuw – het was er al in verre tijden, die vóór ons waren. Er is geen heugenis van de vorige tijden, en ook van de latere, die er zullen zijn, zal er geen heugenis wezen bij hen die nog later leven zullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *