Orlando

Een van mijn meest geliefde films is Orlando, van Sally Potter, naar de geweldige roman van Virginia Woolf. Tilda Swinton excelleert, er is geen ander woord, als de genderfluīde Orlando. Maar ook Quentin Crisp (een man!) als Koningin Elizabeth is een juweel, evenals Jimmy Sommerville als de engel met de castratenstem.

En wie, in die vroege jaren 90, was er niet stapelverliefd op Prinses Sasha? De belichaming van Bekoorlijkheid, met haar poezensnoet, guitige blik, fossettes en aanbiddelijk Frans accentje.  Destijds wilde ik niets liever dan haar zijn. Ik had mijn rechterarm bij de elleboog afgeknaagd om van plaats te ruilen.

Drie decennia na dato ben ik reuze opgelucht dat mijn wens niet in vervulling is gegaan. Want zoals velen wier lot ik in de loop van mijn leven ambieerde, om hun schoonheid, talent, gevatheid, populariteit en wat dies meer zij, verging het haar alles behalve vlekkeloos.

Het begon op rolletjes. Geboren in een gegoede intellectueel-kunstzinnig nest, Charlotte Valandrey kreeg alles wat haar hartje begeerde, op haar 16de de hoofdrol in een cultfilm incluis, en een eigen appartement in het centrum van Parijs dientengevolge.
Het leven lacht haar toe, de jetset, de schijnwerpers, relaties met hippe gozers, waaronder een harddrugsgebruiker.
Krap een jaar later hoort ze dat ze seropositief is. Ze is dan 17 jaar oud.

Ze hield het zoveel mogelijk geheim. In 2005 onthulde ze dat aan het grote publiek in een autobiografisch boek, en ook dat de AZT die ze innam haar hart had vernield, waardoor ze een harttransplantatie onderging. Pikant detail: ze werd verliefd op de man waarvan ze overtuigd is dat zij het hart draagt van zijn overleden vrouw.

Met bovenstaande in het achterhoofd, kun je Orlando niet meer kijken zonder je af te vragen of de set het 4 jaar later wel wist, of Orlando het wel wist, in casu Tilda Swinton, toen ze hartstochtelijk de onweerstaanbare lippen kuste.
In ieder geval vraag ík mij dat af, en besef in dezen niet helemaal comme il faut te denken.

Maar wat ben ik toch een potje tevreden met mijn leventje van gewoon vrouwtje met haar baan en haar gezin. Ik heb zonder kleerscheuren de Roaring Eighties overleefd, dwz zonder AIDS, herpes en al die andere ellendige microben die onze generatie teisterden. Ik ben nog niet gestorven aan de kanker zoals mijn fabuleuze jeugdvriendin, ben niet voor mijn 40ste gegaan zoals alle zusters Brontë, heb geen zelfmoord gepleegd zoals zoveel succesvolle generatiegenoten.
Ik zou met niemand meer willen ruilen.

4 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *