De bijbel | Isaäk en Rebecca, een wonderlijk stel

BIJBEL MOLOVICH

Zeven jaar geleden begon ik op Panzerfaust de Bijbel Lees Sessies. De hoogste tijd om de draad weer op te pikken. Maar voordat ik dat doe, even alle afleveringen tot nu toe. Dit is aflevering 14.

Nadat Abraham de test op de berg heeft doorstaan, gebeurt er niet zoveel meer in zijn leven. Zo’n twintig jaar nadat hij op het punt stond zijn zoon aan zijn God te offeren, sterft Abrahams vrouw Sara op honderdzevenentwintigjarige leeftijd. Abraham bevindt zich op dat moment in het land Kanaän, waar hij eigenlijk een vreemdeling is. Door slim te onderhandelen weet hij een spelonk voor niet al te veel geld te kopen, waar hij zijn vrouw kan begraven.

Aardig aan dit hoofdstukje is dat Abraham tegen de eigenaar van de spelonk zegt: “Noem een prijs en ik geef je het”, maar dat de eigenaar daar niks van wil weten. Vermoedelijk uit angst voor de God van Abraham, die al vaker zijn toorn heeft laten gelden wanneer iemand Zijn Abrahampje het leven zuur maakte. Zoiets gaat natuurlijk als een lopend vuurtje. God is een soort Grote Broer die jou in elkaar komt rammen zodra je ook maar een beetje verkeerd kijkt naar Zijn kleine broertje. Gevolg is dat iedereen het Abraham zoveel mogelijk naar de zin wil maken, in de hoop in de gunst te komen van zijn Grote Broer.

Terwijl zijn vrouw ligt opgebaard in een tent roept Abraham zijn knecht tot zich. Tegen zijn knecht legt hij uit dat hij voor zijn zoon Isaäk een vrouw wil vinden die niet uit Kanaän komt, maar uit het land en het volk waar hij zelf vandaan komt. Wat nu, zo vraagt de knecht, als de vrouw mij niet wil volgen, heb ik dan dat pokkenend voor niets gelopen? Vrees niet, zegt Abraham, wiens vertrouwen in God om logische redenen nogal sterk is, vrees niet, mijn God zal je wel een engel sturen die je aanwijst welke vrouw je voor mijn zoon moet meenemen, en als de aangewezen vrouw geen zin heeft om met je mee te gaan, dan hoef je niet verder te zoeken, dan ontsla ik je van je plichten.

Met die afspraak kon de knecht leven. Met tien kamelen en een hoop kostbaarheden ging de knecht op weg richting Mesopotamië, naar de stad waar Nahor leefde, een broer van Abraham. Daar aangekomen bij een waterput laat hij zijn kamelen neerknielen en besluit hij te wachten. Tegen de God van Abraham vraagt de knecht om dit de plek te laten zijn waar hij de vrouw vindt van Isaäk. Zorg ervoor, vraagt hij, dat het eerste meisje dat ik om water vraag, tegen mij zegt: hier, neem wat te drinken, en geef je kamelen ook wat. Opdat ik weet dat dit de vrouw van Isaäk zal zijn.

Niet veel later komt Rebekka naar de waterput gelopen. Rebekka nu is de dochter van Bethuël, die de zoon was van Milka, die de vrouw was van Nahor, die de broer was van Abraham. Rebekka is dus een volbloed nichtje van Isaäk. Isaäk, zoals wij in de vorige aflevering van de Bijbel Lees Sessies hebben gezien, is de zoon van Abraham en Sara, die broer en zus van elkaar zijn. Of beter gezegd: zij hebben dezelfde vader, maar een andere moeder. Aangenomen dat Nahor een volle broer is van Abraham, betekent dit dat de grootvader van Isaäk, de overgrootvader is van Rebekka die, zoals u wellicht had geraden, inderdaad de vrouw van Isaäk zal worden. Ziek, als u het mij vraagt.

Zodra de knecht van Abraham Rebekka ziet, weet hij dat zij het meisje is dat hij zal vragen om water. Ze is mooi en maagd. Ik neem aan dat de knecht dit laatste niet van buiten kon zien, ik vermeld het omdat de bijbel er waarde aan blijkt te hechten het te vermelden. De knecht ziet hoe ze water in haar kruik doet en weer wederkeert. Hij loopt op haar af, vraagt haar om water, waarop zij zegt: “’Drink, mijn heer’, en zij liet haar kruik snel op haar hand neerglijden, en gaf hem te drinken. Toen zij hem genoeg had laten drinken, zeide zij: ‘Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat zij genoeg gedronken hebben.’” (Gen.24:18-21) En de knecht weet genoeg.

Als de kamelen genoeg gedronken hebben, geeft de knecht Rebekka een gouden ring en twee armbanden, waarna hij al snel bij haar familie aan tafel zit. De knecht vervolgens vertelt dan letterlijk wat wij zojuist hebben gelezen. Wij krijgen dus hetzelfde verhaal twee keer te lezen. Dat heeft iets van een flauwe mop die veel te lang duurt en waarin keer op keer hetzelfde herhaald wordt. Maar hoe het ook zei, na afloop van het verhaal, weet de familie van Rebekka dat zij met geschikte lui te maken hebben (de grootvader van Isaäk is immers dezelfde man als de overgrootvader van Rebecca, dan zit je gebakken!), en zonder al te veel gedoe, geven zij haar weg: “Zie, daar is Rebekka, neem haar en ga heen, opdat zij de vrouw worde van de zoon van uw heer, zoals de Here gesproken heeft.” (Gen. 24:51) De knecht stort zich ter aarde en dankt de God van zijn heer, omdat het allemaal veel sneller ging dan hij ooit had durven hopen.

Isaäk ontmoet zijn vrouw tegen het vallen van de avond, als hij ‘aan het peinzen is in het veld’. Vermoedelijk denkt hij vooral aan die ene keer, lang geleden, dat zijn vader hem meenam naar een berg en een groot mes boven hem hief. Het voelde nog steeds een beetje als een vreemde droom, alsof het nooit gebeurd was. En dan ziet Isaäk ineens een stoet kamelen aan de horizon. In die stoet blijkt zich zijn toekomstige vrouw te bevinden. Wie is die man, vraagt Rebekka aan de knecht van Abraham. Dat is Isaäk, antwoordt de knecht, uw toekomstige man. Rebekka laat zich van haar kameel glijden en doet haar sluier om. De knecht vertelt Isaäk van zijn avontuur. Dat hij een maagd voor hem heeft meegenomen om te trouwen.

En dan gebeurt er iets stuitends, iets waar de morele verontwaardiging omtrent welke uitzending van welke pornofilm op welke publieke zender dan ook bij verbleekt als een vingerverftekening die een paar weken in de zon heeft gelegen. Isaäk neemt zijn toekomstige vrouw mee naar de tent waar zijn moeder nu al een paar weken opgebaard ligt. Ze stinkt al behoorlijk, de moeder. De hitte van de woestijn kende geen genade. En daar, in die tent waar het lichaam van zijn moeder ligt te vergaan, waar de geur van de dood als een klamme deken over de treurige stilte ligt, daar plukt Isaäk de bloem van zijn toekomstige vrouw. En hij put daar troost uit. Of hoe moet ik deze woorden anders uitleggen: “Toen bracht Isaäk haar in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam (!) Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief. Zo vond Isaäk troost na de dood van zijn moeder.” (Gen.24:67) Andere tijden, andere zeden, zullen we maar zeggen.

7 responses

  1. “Ze is mooi en maagd. Ik neem aan dat de knecht dit laatste niet van buiten kon zien, ik vermeld het omdat de bijbel er waarde aan blijkt te hechten het te vermelden.”

    Nu heb ik toevallig vandaag eindelijk eens Snatch gezien, en die begint met een dialoog tussen een stel Joden die zeggen dat de bijbel verkeerd vertaald is uit het Hebreeuws, dat “maagd” eigenlijk vertaald had moeten worden als “Jonge vrouw”.
    Daar hadden ze het over de moeder van Jezus, maar nu ik dit lees… Toch grappig. Voorderest sappig boek, lijkt me zo! Game of Thrones avant la lettre!

  2. Klein detail:
    In genesis 23 vers 19 zegt de bijbel dat abraham zijn vrouw sara begroef. Pas aan het eind van hoofdstuk 24 neemt hij rebekka tot vrouw. Dat hij haar naar de tent van zn moeder brengt is ongeveer hetzelfde als zeggen dat ze naar de vertrekken van de voormalige, reeds overleden, koninging in een kasteel zou worden gebracht. Het lijk van sara was daar allang niet meer. Zeker gezien de tijdslijn. Studie van eerdere hoofdstukken wijst uit dat isaak ongeveer 37 was toen zijn moeder overleed. Hoofdstuk 25 vers 20 zegt dat isaak 40 was toen hij rebekka tot vrouw nam. Zijn lieve moeder was dus reeds 3 jaar dood. En begraven

  3. In hoofdstuk 23 staat dat Abraham Sara begroef in een veld… dus ze lag niet meer in de tent toen Isaak Rebekka tot vrouw nam. Doe uw research…

  4. Helaas kwam bedrog, hebzucht en een bepaalde vorm van incest ook voor bij de afstammelingen van aartsvader Abraham! Rebecca en Jacob hadden namelijk, toen Isaäk, de enigste zoon van Abraham en Sara (volgens de Bijbel waren zij bij de geboorte van Isaäk ongeveer 100 en 90 jaar oud!) oud werd en staar in zijn ogen kreeg, het plan opgevat om ervoor te zorgen dat Isaäk zijn oudste zoon Esau, die met goddeloze vrouwen was gehuwd, de grootste zegen niet zou ontvangen! En dit verhaal hierover ging ongeveer zo:

    De zegen, verhaal uit Genesis 27:1-40

    Genesis

    Rebekka en Jakob gebruiken list en bedrog om Isaäk de zegen te ontfutselen. Leugen stapelt zich op leugen.

    ‘Ezau, mijn zoon, kom eens bij me.’ De oude, blinde Isaäk ligt op zijn mat.
    Ezau komt de tent binnen. ‘Wat is er vader?’
    ‘Luister eens, zoon, ik ben al oud, ik zal wel gauw doodgaan. Ik wil jou mijn zegen geven. Maar dat gaat niet op een lege maag. Vang dus voor mij een lekker stuk wild en braad dat voor me. Na het eten daarvan zal ik je zegenen.’ En Ezau gaat op pad met zijn pijl en boog.

    Moeder Rebekka heeft het gesprek gehoord. Vlug gaat ze naar Jakob en zegt: ‘Moet je luisteren! Ezau is gaan jagen. Je vader wil gebraden wild eten en daarna zijn zegen aan Ezau geven. Maar luister! Ga jij twee bokjes uit de kudde halen. Ik zal ze braden en dan breng jij ze naar je vader. Dan ben je Ezau te snel af en krijg jíj de zegen.’
    Maar Jakob zegt: ‘Moeder, dat kan toch niet? Vader is wel blind, maar hij zal ruiken en voelen dat ik Ezau niet ben. Dan zal hij zó kwaad zijn dat hij me vervloekt.’ ‘Die vervloeking is dan voor mij,’ antwoordt Rebekka. ‘Doe nou maar wat ik zeg! Schiet op!’
    Jakob haalt de bokjes, slacht ze en Rebekka maakt er een maaltijd van zoals Izaäk die het lekkerst vindt. Hij trekt kleren van Ezau aan en Rebekka bekleedt zijn armen en hals met het vel van de bokjes. Zo lijkt Jakob net zo behaard als Ezau.

    Dan brengt Jakob een grote schaal met heerlijk geurend eten bij Isaäk. ‘Vader!’
    ’Ja? Wie ben je?’ ‘Ik ben Ezau’ liegt Jakob. ‘Ik heb gedaan wat u zei. Gaat u zitten en eet van dit wildbraad. Dan kunt u mij zegenen.’
    ‘Maar jongen, hoe heb je dat zo snel voor elkaar gekregen?’
    ‘Het sprong hier vlakbij zó over de weg. Daar heeft God voor gezorgd.’
    Isaäk vertrouwt het niet. ‘Kom eens dichterbij, ik wil voelen of je echt Ezau bent.’ Jakob komt naast Isaäk staan. Isaäk voelt aan de handen van Jakob. ‘Vreemd. Het is Jakobs stem, maar ik voel de behaarde handen van Ezau. Ben jij écht Ezau?’
    Jakob trilt van de zenuwen, maar hij kan niet meer terug. ‘Ja vader, echt, ik ben Ezau!’ ‘Goed’ zegt Isaäk, ‘schep maar op. Ik zal eten en daarna jou mijn zegen geven.’
    Het eten smaakt heerlijk. Na het eten zegt Isaäk: ‘Geef me een kus.’ Jakob gaat op zijn knieën voor zijn vader zitten en kust hem. Dan ruikt Isaäk de geur van Ezaus kleren en zegent zijn zoon: ‘Je ruikt naar vruchtbare aarde, mijn zoon. God zal goed voor je zorgen. Jij zult de grootste zijn, je wordt de baas over je broer en over andere volken. Niemand zal het tegen jou op durven nemen.’

    Jakob is nog niet uit de tent met de lege borden of Ezau komt terug van de jacht. Hij braadt het hertje dat hij heeft gevangen en maakt een heerlijke maaltijd klaar, die hij naar zijn vader brengt. ‘Wie ben jij?’ vraagt Isaäk. ‘Ik ben Ezau.’ Isaäk herkent de stem van Ezau en schrikt enorm. ‘Maar wíe heeft me dan zojuist voor de gek gehouden? Ik heb vlees gegeten en wijn gedronken en ik heb iemand anders de zegen gegeven.’ Ezau barst in tranen uit. ‘Vader, geef mij ook uw zegen!’ ‘Het spijt me vreselijk’ roept Isaäk, ‘Het kan niet. Je broer heeft de zegen afgepakt.’
    Ezau is woedend. ‘Dat is al de tweede keer! Eerst pikte hij mijn eerstgeboorterecht, en nu mijn zegen.’ Hij tiert en huilt en smeekt zijn vader om dan toch een kleine zegen te krijgen. Dan zegent Isaäk ook Ezau en zegt: ‘Jakob is al gezegend tot baas over jou. Hij krijgt al het goede wat God geven kan. Jij zult moeten vechten om te overleven, je zult een knecht zijn. Maar je kunt je losrukken. Dan zul je vrij zijn.’

    Esau werd toen zo kwaad op Jakob (God had trouwens net voor zijn geboorte als die van Jakob voorspelt dat de oudste de jongste zou dienen) dat hij deze wilde doden, gelijk wat Kaïn met Abel deed! Hij sloeg op de vlucht, de woestijn in, waarna Rebekka hem nooit meer terugzag wat al een zware straf was omdat zij haar man en oudste zoon had bedrogen!
    Jakob zou later ook met twee nichtjes gaan trouwen Rachel en Lena, en een verhouding hebben met enkelen van hun bijvrouwen waardoor hij 12 zonen kreeg!
    Jammer genoeg voor hem zou Laban (zijn oom , schoonvader en de vader van Lena en Rachel) hem later OOK gaan bedriegen en maakte deze zich schuldig aan afgoderij!
    En vele jaren later werd Jakob eveneens door 10 van zijn eigen zonen bedrogen toen zij beweerden dat zijn lievelingszoon Jozef zou zijn gedood door een wild dier! Jakob had namelijk de grote fout gemaakt om Jozef voor te trekken boven zijn halfbroers en filosofische dromen van hen niet serieus te nemen!
    Hier is weer een bepaald wijs gezegde goed op zijn plaats: “Van je familie moet je het maar hebben!”

    • Ik zal het zelfs nog veel sterker vertellen! Buiten de Bijbel en strips lees ik namelijk ook oorlogsboeken, natuurboeken, kinderromans, gewone romans, sprookjesboeken, filosofische boeken, bouwstijlen van oude kerken en stations, boeken over beroemde komieken enz.!
      Over de Bijbel is trouwens inderdaad ooit een vierdelige stripversie gemaakt die ik veel liever niet in mijn huis wilde hebben en mijn grootouders bezaten ooit stripboeken die over Jezus Christus gingen waarin zijn vijanden, de Farizeeërs en schriftgeleerden, het uiterlijk hadden van duivels en misvormde mensen!

Laat een reactie achter bij Cayaan Chirsi Cali Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *