Stijloefeningen (29) – Maxime Verhagen

Kijk, op het moment dat de bus van het gemeentevervoersbedrijf zeg maar stopt, dat wil zeggen: tot stilstand komt, stap ik zeg maar uit met mijn zoon die in zijn kinderwagen aan het slapen is, dat wil zeggen: in een staat van niet wakker zijn verkeert. Op dat punt rijst de vraag wellicht: wat doe ik hier? Welnu, feit is dat ik, zoals anderen voor mij reeds hebben aangestipt, ik zeg maar op zoek ben naar Stijloefeningen van Raymond Queneau, een boek dat, ik wil niet zeggen dat ik het niet gevonden heb, maar ik heb het in ieder geval niet wel gevonden. Feit is dat het weer niet onguur is in Amsterdam en dat wat betreft de route richting de Openbare Bibliotheek alwaar ik het betreffende boek hoop te vinden de weg enigszins moeilijk begaanbaar is.

Voordat ik de bibliotheek wens te betreden word ik aangesproken door een vrouw met inktzwarte krullen. Ze vraagt of dit het postkantoor is. ‘Kijk,’ zeg ik, ‘punt is dat hier nog niet zo lang geleden een gebouw heeft gestaan dat inderdaad dienst deed als postkantoor, dus wat betreft de plek zit u goed, zij het dat men er rekening mee dient te houden dat het gebouw dat er nu staat, een ander gebouw is met een andere functie. Dus als u op de man af vraagt: klopt het dat zich hier een postkantoor bevindt, dan dien ik dat bevestigend te beantwoorden, maar als dit de consequentie heeft dat u denkt hier uw postzaken te kunnen regelen, kunt u beter ergens anders heengaan, bijvoorbeeld de Raadhuisstraat. De vraag is dus hoe je het formuleert.’ Ik ben halverwege m’n antwoord als ik zie hoe de vrouw zich omdraait en achter een achteruit rijdende auto, dat wil zeggen: een auto die zich niet voorwaarts voortbeweegt maar achterwaarts, van het merk Renault aanrent.

Kijk, punt is, dat ik binnen bij de Q naar Stijloefeningen heb gezocht en deze niet direct heb gevonden, waarna ik voor de zekerheid de computer erop nakeek, die mij tot de ontdekking deed komen dat Stijloefeningen wel degelijk aanwezig moest zijn terwijl ik zo even daarvoor had geconstateerd dat dit dus duidelijk niet het geval was. Vervolgens heb ik mijn probleem voorgelegd aan een medewerker, die met mij mee is gaan kijken en met mij tot de conclusie moest komen dat Stijloefeningen niet op de daartoe aangewezen plek lag, waarna hij mij aanraadde een mail naar het magazijn te sturen aangezien daar een exemplaar aanwezig moest zijn. Ik stuur de mail en krijg een kwartier later een mail terug dat Stijloefeningen op de tweede verdieping ligt, op de plek waar hij moet liggen. Punt is dus dat Stijloefeningen feitelijk wel degelijk aanwezig is, dat wil zeggen: alle beschikbare informatie wijst erop dat het boek ligt op de plek waar hij zou moeten liggen, maar dat ik wel zonder het exemplaar huiswaarts moet keren. Samengevat: het boek is wel degelijk aanwezig, je kunt het echter ook onvindbaar noemen.

Op het Bos en Lommerplein koop ik een paar schoenen voor mijn zoon. We kunnen het met elkaar eens zijn dat het een vruchtbare, nuttig bestede dag was. Het is maar hoe je het formuleert.

3 responses

  1. Het meesterlijke is dat je het ‘feit is’ zo beperkt gebruikt. Je gebruikt het precies zoals je het moet doen: matig maar alarmerend.
    Een van de beste afleveringen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *