Hij was depressief

Gerrit Folkertsma was Dirkswouds moppentapper. Hij hield ervan moppen te vertellen zoals deze. Een boer en zijn knecht zijn op het land bezig, het begint te regenen. De boer zegt tegen zijn knecht: haal mijn laarzen eens. Knecht gaat terug naar de boerderij, waar de twee dochters van de boer zitten te spelen. ‘Ik mag jullie allebei een beurt geven,’ zegt de knecht tegen de meisjes. ‘Ha! Dat geloven wij niet!’ is hun reactie. ‘Wedden?’ zegt de knecht en hij schreeuwt naar de boer: ‘Moet ik er één of twee pakken?!’ Boer schreeuwt terug: ‘Alletwee natuurlijk, stom rund!’
Maar zijn vrouw Annie overleed aan kanker, twee jaar geleden, en sindsdien is Gerrit niet meer de oude geweest. Wij vermoeden dat hij zijn grapjes eerst op zijn vrouw uitprobeerde. Dat kon niet meer, en het ging bergafwaarts met Gerrit.
Was hij vroeger nog een gezellige drinker, samen met Annie, hij ging over op de baco’s in café Amperzat. Hij werd ook een goede klant van Slijterij Hillegom, hij raakte zijn werk kwijt bij de gemeentelijke plantsoenendienst, omdat hij eenvoudig niet meer kwam opdagen en het ging steeds slechter met Gerrit. Hij zat vreselijk in zak en as en kwam tenslotte zijn huis niet meer uit. Een buurmeisje hielp hem nog een maand of wat, totdat ze hem aan tafel dood zag liggen: hij had driekwart liter wodka naar binnen gegoten en had vervolgens een plastic afvalzak om zijn hoofd gedaan.

Er lag een briefje voor hem met de woorden: ‘Kennen jullie deze? Een non en een pastoor…’ De rest van het verhaaltje was door verregaande dronkenschap onontcijferbaar gebleven.

Ik bedoel: deze dingen komen óók voor, en waarschijnlijk veel meer dan wij denken. Je hebt natuurlijk de gewone depressievelingen, je hebt de manische depressievelingen, maar je hebt ook de door rouw getourmenteerden. Ze hebben het allemaal zeer moeilijk, dames en heren.

One response

  1. In de Efteling wordt een Nederlands sprookje afgebeeld dat gaat over ‘De Magische Klok’ uit 1952. In dit verhaal ging de goedaardige en sociale tovenaar (gelukkig werd hij zelf al niet depressief van zijn arrogante klanten en hield hij vast ook wel van moppen tappen) een magische klok maken voor zes verwaande en ijdele prinsen die hem hiervoor drie zakken goud wilden betalen. De prinsen waren helaas, toen de klok bijna klaar was, erg gierig voor anderen en gul voor zichzelf en ze hielden zo maar één zak goud over al probeerden ze daarmee de tovenaar te gaan overbluffen.
    De tovenaar werd loeikwaad om hun opdringerigheid en gierigheid en hij joeg de prinsen daarop onmiddellijk de deur uit, hij ging daarna op zoek naar een nieuwe potentiële koper en liet de klok onder toezicht van zijn jonge knecht slimme Toon.
    Deze was echter ontzettend hebzuchtig, egoïstisch en vals en hij besloot (blijkbaar had Toon allang plannen gemaakt om de klok te stelen maat hij was alleen te klein en niet sterk genoeg daarvoor om dit te doen) om de klok alsnog, in het geheim, aan de zes prinsen te gaan verkopen voor één zak goud. Ze stalen allemaal de Magische Klok, zetten hem onmiddellijk in elkaar in een toren van het kasteel en zij waren alle zeven hierna nog trots op hun bedrog en oneerlijkheid ook!
    De tovenaar kwam hier alleen bij puur toeval snel achter en om de zes prinsen en Slimme Toon hiervoor zwaar af te straffen werden zij allemaal, via een toverspreuk, opeens alle zeven versteend en aan de Magische Klok verbonden.
    Voor straf moesten de zes prinsen, zo stijf als een standbeeld, voor altijd om het kwartier als herauten een fanfare voor de klok gaan blazen en de valse knecht moest voor straf, eveneens verstijfd, in de toren blijven zitten en de klok, in weer en wind, regen, sneeuw en grote hitte, blijven luiden als klokkenluider!
    Het moraal van dit sprookje is dat de zes prinsen zo ijdel, verwaand en gierig zijn naar anderen toe (wat je tegenwoordig ook met de huidige machtshebbers hebt!) en zij zelfs nog een gewoon standbeeld van hen te min vinden om zichzelf daarmee te verheerlijken. Ze denken de tovenaar te kunnen overheersen om voor een veel lager bedrag aan goud de klok van hem te kopen en daarna niet eens vies te zijn van diefstal en bedrog om de magische klok alsnog in handen te krijgen, ondanks de consequenties.
    Blijkbaar minachten de prinsen zelfs het gewone publiek (gelijk aan de linkse politici) dat zij uitnodigen als ze de gestolen klok aan hen willen doen afspelen in de hoop dat de burgers de prinsen zullen gaan bewonderen (en zelfs in hun macht hopen te krijgen) al zullen er in het geheim genoeg mensen onder hen zitten die de prinsen verafschuwen om hun hoogmoed.

    Slimme Toon daarentegen is een handige en pientere knecht die goed kan werken maar van binnen zo egoïstisch, hebzuchtig, ontrouw, laf en vals als de pokken is en feitelijk is hij een dief en een nietsnut! Hij wil namelijk in het geheim achter de toverkunsten van zijn meester komen in de hoop zich daarmee te verrijken en hoopt dan de desbetreffende zak goud te bemachtigen (in deze maatschappij heb je al genoeg oplichters die denken dat ze anderen kunnen bedriegen en bestelen!) als hij de klok steelt en deze voor de prinsen in elkaar zet. Blijkbaar verfoeit Slimme Toon zijn baas zo erg dat hij zelfs hoopt om hierna nog veel meer mensen op te kunnen lichten en te bestelen.
    Uiteindelijk moet hij voor straf altijd de Magische Klok luiden in de toren om dan, gelijk aan de betoverde prinsen die op hun beurt weer om het kwartier de fanfare voor de klok moeten blazen, te beseffen hoe hulpeloos Slimme Toon uiteindelijk is geworden en dat het goud aan zijn neus voorbij gaat!

    In een herschreven versie hadden die zeven schurken eigenlijk een gigantisch pak slaag gehad moeten hebben om hierna te worden weggejaagd door het bedrogen publiek, desnoods in pek en veren!
    Want toen de goedaardige tovenaar in dat sprookje de zes verwaande, ijdele en valse prinsen en zijn hebzuchtige en ontrouwe knecht Slimme Toon had afgestraft omdat ze de desbetreffende klok stalen om die voor een zak goud aan de valse knecht te verkopen, waarbij ze allemaal werden versteend en als straf de fanfare moesten blazen met hun gouden trompetten en de bel moesten luiden, zou de tovenaar het publiek zeker een wijze les geven.
    En die zou dan ongeveer zo luiden: ” Dames en heren, jongens en meisjes, jullie zijn allemaal, inclusief ikzelf, bedrogen en opgelicht door die zes verwaande prinsen en mijn hebzuchtige knecht Slimme Toon. Zij vonden zichzelf geweldig maar zij keken alleen op jullie neer omdat zij meenden dat ze over jullie konden heersen terwijl zij alleen maar gewoon een bende onbetrouwbare nietsnutten waren! Ik zal niettemin de zak goud, die door mijn akelige knecht zo werd begeerd, onder jullie allemaal verdelen maar onthoudt dan hierna HEEL goed dat u zichzelf op uw beurt NOOIT zult gaan overgeven aan verwaandheid, ijdelheid, oneerlijkheid, egoïsme en diefstal van kostbare spullen want anders zou u het risico kunnen lopen hetzelfde lot te ondergaan als deze zeven valse bedriegers!”
    Jammer is eigenlijk ook dat de gehate EU-elite, de moslimextremisten en een hele hoop onbetrouwbare, laffe en oneerlijke personages uit de verhalen van Dagobert Duck niet tijdelijk versteend werden of de kettingen van de lafheid om kregen opdat ze dan weten dat je anderen niet altijd voor de gek kunt houden! Het bedriegen en verloochenen van anderen is altijd wel te ontmaskeren maar bij jezelf stukken minder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *