Stof (9)

Hugo hielp mij overeind, zette mij op de stoel terug en ging met zijn handen op zijn knieën voor mij staan. Hij keek rond mijn gezicht. “Alles ok?” Ik knikte voorzichtig. “Mooi zo. Poging nummer twee. Focus je op een klein vlammetje. Met grote dingen kunnen we wel wachten.” Ik sloot mijn ogen, concentreerde mij […]

Continue reading →

Stof (8)

Mijn aanname was niet helemaal juist. Ze hadden geen schepper, maar een beschermer nodig. Een beschermer tegen de natuur, maar ook tegen de andere kampen en nederzettingen. Alles wat ze maakten stond onder dreiging van verwoesting of plundering. Het dorp pag er nu goed bij, maar dat gaf geen garantie voor morgen of de dag […]

Continue reading →

Stof (7)

Ik ontwaakte weer met gefluister. Hugo had mij de avond ervoor mijn kamers gewezen en het had mij niet pang gekost om in slaap te komen. Ik had nog nooit zoveel ruimte voor mijzelf gehad, maar Hugo deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik sliep nu alleen, waar in het kamp […]

Continue reading →

Stof (6)

Het uitzicht vanaf de heuvel was adembenemend. Een vallei strekte zich onder mij uit. Hugo hield niet in en liep de heuvel af in de richting van een kleine nederzetting naast een beek. De nederzetting was te herkennen aan de opening in het bos die er omheen lag. Rook kringelde omhoog. Opgewonden stemmen rolden tegen […]

Continue reading →

Stof (5)

Drie dagen kostte het om het boek te lezen. Ik sloeg het voor de laatste keer dicht. Op hetzelfde moment werd het tentdoek opzij geduwd en kwam de man mijn tent in. Hij ging tegenover mij zitten en keek mij met een flauwe glimlach aan. “Wijzer geworden?” Ik keek in die vlammende ogen en knikte […]

Continue reading →

Stof (4)

De man begon te vertellen over de dingen die ze gehoord hadden. Over het geschreeuw, over het water, over het vuur. Elf paar ogen keken mij doordringend aan en ik voelde de stoel rond mij groeien. Het gesprek, de verwijten was een treffender omschrijving, duurde niet lang. De boodschap was duidelijk: blijf in je tent. […]

Continue reading →

Stof (3)

Ik botste tegen de persoon voor mij en stak daarmee haar mouw in brand. Ze slaakte een gil. Het fluisteren stopte. Er werd meer gegild. Zoals het water eerder vormde zich een cirkel van mensen om mij heen. Angst lag op hun gezichten. Een man kwam door de menigte aangerend. Een emmer schokte achter hem […]

Continue reading →

Stof (2)

Dat gefluister werd alleen maar luider toen ik bij de waterkant kwam. Langs het kamp stroomde een riviertje; onze aanvoer van drinkwater. Mijn tenen kriebelden in het zand terwijl ik naar de waterrand liep. Ik wou water voelen, maar toen ik omlaag keek had zich een keurige halve cirkel om mijn voeten gevormd. Een droge […]

Continue reading →

Stof

De mensheid kwam niet aan haar einde in die laatste maanden van 2018. Sommigen beweren dat onze menselijkheid wel aan haar einde kwam. Niemand weet hoe het gebeurde. Dat wil zeggen, die mensen zullen er ongetwijfeld zijn geweest, maar die hebben het niet overleefd. Overal vielen bommen. Eerst nog conventioneel, maar opeens verschenen er paddenstoelwolken aan de horizon. Kleintjes, maar daarom niet meer minder beangstigend.

Continue reading →

Fluiten

Ik zou best een stukje willen schrijven over wat er het afgelopen weekend is gebeurd op een Nederlands sportveld. Maar daar zijn anderen veel beter in. Mensen die weten hoe het is om op een voetbalveld te staan of met een vlag langs het veld te rennen. Mensen die getuige zijn geweest van geweld op […]

Continue reading →