Na de pandemie

Wat was de lockdown – en vooral de avondklok! – verrukkelijk geweest. Mevrouw Rochebouille kon er geen genoeg van krijgen. Het was met angst in het hart dat ze naar Premier Rutte had geluisterd toen hij op de treurbuis het einde daarvan aankondigde. Nu had hij eigenlijk niet meer gedaan dan een vage voorspelling: “Het einde is in zicht” wat het trappelende volk massaal opgevat had als: “Het is over. Ga je gang dan maar.”

In gansch het land werden de mondmaskers, gelijk de vierkante hoedjes op Amerikaanse high schools door scholieren die hun eindexamen haalden, hoog in de lucht geworpen. Men begaf zich zonder enige aarzeling noch schaamte weer massaal op de openbare paden en gedeeltes. Dat massaal iets met massa te maken had drong nu pas, onheilspellend, tot haar door.

 

In de winkel was het weer dringen als vanouds, met diens verschil dat, met al die thuiswerkende arbeiders, de kalme momenten waarop je kon rekenen waren verdwenen. Mevrouw Rochebouille bond haar mondmasker om en elleboogde zich een weg naar de afdeling AGF (de A stond voor Aardappelen, had ze van google vernomen, na een viertal decennia in ongevaarlijke onwetendheid te hebben verkeerd).

 

Bij het pakken van een tweetal uien hoestte een ellendeling vierkant in haar neus. Ze deinsde anderhalve meter terug als een Middeleeuws mens in confrontatie met een leproos. Ze gaf hem net niet een klap met het uiennetje.

 

Op weg naar huis dacht ze na. Waarom was zij zo bang? Iedereen was toch ingeënt? In ieder geval ruim de drempel van 70%, eerder door Minister De Jonge op het algemeen bewustzijn gevlagd. Bovendien had ze sinds het begin haar bedenkingen over de maatregelen. Wat haar betreft hadden ze de jonkies ontzien. Ze kon het niet aan hoe die jeugdige speeldrang opgehokt was geweest, hoe de naar vriendjes hunkerende scholieren aan thuisonderwijs waren veroordeeld, in krappe bovenwoninkies, onder handbereik van gestresste ouders. Om te zwijgen over de pubers, bomvol testosteron dat geen ongewenste zwangerschappen meer kon bewerkstelligen.

Zelf had ze liever leeftijdsdiscriminatie toegepast. Alles boven de 40 opgehokt, de rest vrij. Maar wie was zij.

 

Nu met een naar verluidde geweken gevaar, was zij banger. “De varianten” concludeerde zij. En ze sjokte verder richting huis. Haar volle trolley rolde sussend op de stoeptegels.

 

13 responses

  1. Rigo en zo, help ff. Moet de zin “In gansch het land werden de mondmaskers, gelijk de vierkante hoedjes op Amerikaanse high schools door scholieren die hun eindexamen haalden, hoog in de lucht geworpen. ” andersom? Zeg het ff.

  2. Ik heb decennia lang ‘ adrealine’ gezegd en geschreven. Totdat ik een keer zag dat er een
    ‘N’ in moest. O, sukkel.

    • Oeh dat had had ik met “vermaledijde” wat ik altijd las als “Vermadelijde” in de Suske en Wiske tot ineens mijn hoofd eens niet op autocorrect stond (en dan heb ik het over 20 jaar later ofzo) en het goed las! Oh en ik dacht dat mijn vader mij altijd “Talg” noemde omdat ik zo ranzig ben, maar dat bleek een Haags vertonghaspelde “Taddik” te zijn.

      Maar even wat anders… Waarom AGF? Wortels zijn toch ook een soort aardappels, qua ondergrondse klont enzo? Waarom niet KGF? Knolgroentefruit? Ofzo?

        • OK! Ik ga opzoeken wat dat betekent.
          Ha! “Iets geldt niet voor degene die zich er niet schuldig aan maken.” Nice!
          Volgens google is het ‘de goedeN’ trouwens…

          • Ah, de goeden niet te na gesproken, meervoud. Diezelfde vriend had het ooit ook ‘recupeteren’, wat wielrenners doen, of wat wielrenners zeggen. Dat moest recupereren zijn.

  3. En ik heb er nog een, een collega vertelde dat hij heel lang ‘verbrouwereerd’ had gelezen, gezegd en geschreven, totdat hij zelf ontdekte dat het ‘verbouwereerd’ was. Hij was daar oprecht geschokt door.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *