Weekend

De trein stopt bij Diemen Zuid. Ik stap over op lijn 53 en verlaat de metro één halte verder, bij de Van der Madeweg. Het is vrijdagochtend, de zon schijnt en het vriest dat het kraakt. Ik loop langs het soort flats waar original gangsters als Lange Frans en Baas B. hun roots hebben liggen. Op mijn koptelefoon de laatste aflevering van Seizoen 2 van Mogul, over de opkomst en ondergang van 2 Live Crew, je weet wel van Me So Horney.

Ik ben op weg naar Earforce Amsterdam om een nieuwe aflevering van Succes Is Voor Losers op te nemen. Met een liedje van Billie Eilish. Binnenkort te beluisteren in uw favoriete podcast-app.

Het verhaal van de 2 Live Crew was afgelopen, het gaat nu over hun legacy. Ze hadden de hiphop naar Florida gebracht. In hun kielzog maakte een deejay genaamd Raw naam. Raw was een drugsdealer uit New York. Hij miste de muziek uit z’n hometown. Met geld dat hij verdiende aan de drugshandel zette hij een piratenzender op. De populariteit van zijn piratenzender groeide evenredig aan zijn drugshandel. Tot iemand live in de uitzending opbelt en vraagt of hij coke kan kopen. Daarna groeit de populariteit van zowel zijn piratenzender als zijn drugshandel nog harder. Ice T waarschuwt hem nog: op een dag komen ze je halen.

En inderdaad, ze kwamen hem halen. Maar het waren niet andere drugsdealers en ook niet de FBI, het was de radiopolitie. Zijn zender moest weg, zijn uitzendingen verstoorden de communicatie van landende en opstijgende vliegtuigen.

Ik stap het pand aan de Duivendrechtsekade naar binnen.

Tijdens de lunch blijkt een van de geluidstechnici van Earforce niet heel ver van mij te zijn opgegroeid. Zij het in een andere tijd. We gingen beiden in hetzelfde provinciestadje naar school. Zij het naar een andere school. Ik vertel over Jaap, de huisdealer naast de molen waar ik elke vrijdag mijn wiet kocht. Het verhaal ging dat zijn hond eens een complete spacecake had gegeten en daarna nooit meer dezelfde was geweest. Jaap had geen radiozender. Wel een telefoon. Soms als je bij Jaap zat en Jaap was bezig aan een verhaal en er belde iemand, dan nam Jaap pas op als hij klaar was met zijn verhaal. Al die tijd rinkelde dan de telefoon. Want je wist: als Jaap klaar is met zijn verhaal, neemt hij op. Bel ik later terug, dan is hij misschien bezig met een nieuw verhaal.

Om een uur of twee vertrek ik naar J. die op de Marcantilaan woont. Volgens Google Maps is het een wandeling van één uur en drie kwartier. Goed te doen. De zon schijnt. Ik loop over de Duivendrechtsekade. De vaart naast mij is bevroren. Ik loop langs de Bijlmer Bajes. Over de Wenckebachweg langs de plek waar eens de Hells Angels resideerden en nu keurige woonflats staan. Door de schaduw van de Rembrandt- en de Breitnertoren, waar bijna twintig jaar geleden een man uit Uithoorn 18 mensen gijzelde om te protesteren tegen de breedbeeldteevee. Over de besneeuwde kade van de Amstel. Het is druk. Mensen schuifelen door de sneeuw.

Over de Ceintuurbaan, langs het Sarphatipark. Kinderen schaatsen. Het park is afgeladen. Langs een enorme rij mensen. Welke hippe tent verkoopt hier z’n streetfood en frappuccino’s? Het blijkt de schaatsenslijper te zijn.

Langs het Roelofshartplein. Aan de overkant De Knijp waar ik heel vroeger wel eens met mijn ouders at. De Knijp is overgenomen door een hamburgertent, zo vertelt een spandoek. Langs het Museumplein. Richting de Bilderdijk. Via de Bilderdijkkade zo naar de Marcantilaan, waar J. en ik precies tegelijk aankomen. Een wonder.

Nadat ik ben opgewarmd ga ik samen met J. en R. op glühweinjacht. Eerste stop is Café Thuys. Terwijl J. binnen is vertel ik aan R. het drama dat ons deze week is overkomen. Eind november kregen we een nieuw katje, Pepper heet ze. Uit het asiel. We moesten beloven haar te laten castreren. Voor die tijd mochten we haar eigenlijk niet naar buiten doen. Maar ze heeft nogal een vrijheidsdrang. Het was ons niet gelukt haar binnen te houden. Ze was een keer een hele nacht weg. En toen ze terugkwam zat er een kater achter haar aan. Afgelopen woensdag zag mijn dochter dat ze bloedde. We belden de dierenarts. Misschien is ze wel aan het bevallen, zei de dierenarts. Als ze al zwanger was, dan was dat veel te vroeg. Ik zal niet te veel in detail treden. In een uur tijd heeft Pepper drie levenloze kittens op de wereld gebracht. En vervolgens opgegeten. Mijn dochter sloeg haar pianoles die middag over. Later die avond kwam er nog een kitten. En een dag later nog een. Tussen het baren en kittens eten door was ze de vrolijkheid zelve.

Na Thuys gingen we naar de Skihut. We kregen de glühwein in een flesje. J. had een paar oude sokken mee. Zo bleef de glühwein langer warm. Kwam mij wel goed uit, want ik had geen handschoenen mee. J. en R. vonden mij een amateur glühweinjager. Geen handschoenen. Schoenen zonder profiel. Levensgevaarlijk eigenlijk. Toch ging ik door.

Na de Skihut richting het Vondelpark. Daar even op het ijs gestaan. Door naar het Blauwe Theehuis. IJskoud biertje gedronken. Terwijl J. in de rij staat, vertelt R. dat ze voor het eerst niet aan zee woont. Ze is opgegroeid in Algiers en heeft in Oman en Dubai gewoond. Altijd met de zee op een steenworpafstand. Ze heeft haar familie al meer dan een jaar niet gezien.

Via de JP Heijerstraat weer terug. Bij Golden Brown een glühwein. Richting de Kinkerstraat. Inmiddels moet ik heel nodig pissen. Bij een broodjestent weer een glühwein. Binnen plassen mag niet. Over de Kinkermarkt. Met z’n tweeën tegen een elektriciteitshuisje pissen. Op het Hugo de Grootplein bij Two Chefs bier gekocht. Waaronder warm glühweinbier. Niet te zuipen. Thuis pasta Bolognese gegeten. De hele avond over geloof, hoop en lockdown geluld. Om middernacht was R. jarig. Volgens mij hebben we gezongen, ik weet het niet heel zeker meer. Niet lang na het uur van de wolf gaan slapen.

De volgende dag om 9.00 uur weer buiten. Twee aspirines gejat. Nog wel gemeld. Door de zon richting Station Amsterdam Zuid gelopen. Ik luister naar Winteruur. Een oud-minister, tevens weduwe van Wilfried Martens, leest de eerste strofes van Het Dorp van Wim Sonneveld voor, een van de favoriete nummers van mijn moeder. Zoals het format eist, leest de weduwe van Wilfried Martens de tekst na afloop van het interview nog eens op. Dit keer gaat ze zingen. Samen met Wim Helsen. Thuis heb ik nog een ansichtkaart waarop een kerk een kar met paard. Bij het refrein aangekomen stromen de warme tranen mij over de wangen.

De trein heeft geen verwarming. Ik krijg foto’s toegestuurd waarop mijn kinderen staan die op het ijs staan met schaatsen onder hun voeten. Ze stralen. Onderweg zie ik rijen auto’s op dijken langs bevroren sloten. Ik wandel naar huis. Kom binnen. Geef mijn vrouw een zoen. Ik stink. Mijn hele aura stinkt. Voor het eerst in meer dan een jaar niet zoveel gedronken. Ze heeft Nick Drake opgezet. Pink Moon. Ik ga in bad. Mijn vrouw komt erbij. We dommelen allebei weg. Later staan we op het ijs. Mijn zoon heeft benen waarmee hij onnavolgbare dingen met een voetbal kan doen, maar op schaatsen staan lukt maar moeilijk. Toch blijft hij zijn best doen. Mijn dochter is al een paar maanden aan het skeeleren en schaatst nonchalant van ons weg. Ik zelf schuifel op mijn profielloze Puma’s over het brakke ijs van de parkvijver. We drinken warme chocomel. Een licht beschonken jongen met een fles Jägermeister in de hand waarschuwt al schaatsend dat ik niet onder de brug moet gaan. Er zijn al drie mensen door het ijs gezakt. Als ik niet oppas krijg ik weer tranen in mijn ogen.

De volgende dag gaan we naar de Wijthmener plas. De zon schijnt. Mijn zoon ploetert monter voort. Ik help hem. Mijn dochter schaatst voor ons uit. Dat je zo gelukkig kan worden van een beetje zon en ijs en andere gelukkige mensen.

Later die middag gaat mijn vrouw naar haar moeder. Ik neem de gelegenheid te baat om de honderdtenenknoflookcurry uit haar nieuwe kookboek te proberen. Mijn kinderen eten pizza. Ik pel honderd tenen knoflook. Doe olie in de pan. Mosterdzaad erbij. Daarna de honderd tenen knoflook. Dan zouden er curryblaadjes aan toegevoegd moeten worden, maar die kon ik niet vinden in de Jumbo. Ik doe er curry madras-kruiden bij. En wat water. Op zacht vuur totdat de tenen doorzichtig zijn. Daarna nog chili, geelwortel en kokosmelk. Het gerecht is bedoeld als hoofdgerecht voor twee personen. Het is minder spectaculair dan ik had gehoopt. Toch eet ik denk ik driekwart op. Dus pak ‘m beet 75 tenen.

De volgende dag zet de dooi in. Uit mij ontsnappen knetterende rukwinden.

5 responses

  1. Wij hebben ook een beetje geschaatst in de polder. Wel leuk want dat was al even geleden. Ook mijn dochter had er al wat skeeleren opzitten dus het ijs bleek geen probleem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *