Niet netjes

Met stijgend afgrijzen de documentaire Wei bekeken, die Ruud Lenssen maakte over zijn demente vader. Niet om het uitzichtloze van de situatie, zoals blijkbaar iedereen behalve ik, getuige alle prijzen die deze documentaire blijft verdienen, maar om de moeder.
Ik heb dan ook geaarzeld voor ik dit stukkie schreef. Ik val liever geen mensen aan, ook niet met de pen, en vooral geen seksegenoten die al tegen menig vooroordeel moeten opboksen, en zeker geen lieve moekes die hun verschrikkelijke best doen.
Dus wachtte ik tot de ergernis weg ebde.
Dat deed ie niet.

Nu ben ik de laatste die zal ontkennen hoe zwaar leven met een gesloten, bozige man kan zijn. Als die man ook nog dement is, zorgbehoevend, dan lijkt het me de hel, precies zoals de documentaire beoogt te tonen.
Maar die moeder.
Vanaf het begin werkt ze mij op de zenuwen.
Het klein beetje min of meer doenlijke leven dat hij nog over heeft, vergalt ze op alle mogelijke manieren. Laat hij wat shag op de grond van de garage vallen, stormt ze erop af met een bezem al tig keer roepend dat dat echt niet kan, dat dat niet netjes is.
Niet netjes.
Nogal wiedes, met een demente man.
Niet netjes schijt dan achter de kerk, zoals we in mijn dorpie zeiden.
Die man heeft een paar shetlandertjes en een halve dozijn hennen op een grasveldje. Je voelt de bui hangen: “Dat is toch geen verzorging!”  terwijl ze hem een schaar aanreikt om de knopen in het haar van de pony’s te knippen.

Niet netjes.

Dus moeten die beesten weg, en moet dat weiland verkocht. Die man kermt en stribbelt tegen met heel zijn macht. Hij kan het toch nog? Maar macht heeft hij niet meer. Macht schijt ook achter de kerk, en zulks sinds de dag dat het zwaard van Damocles viel. Werkt die vrouw misschien de hele dag buitenshuis dat ze zo weinig tijd over heeft om haar man te helpen met zijn aller- allerlaatste hobby, zijn lust en zijn leven, het enige in de hele wereld waar hij nog voor leeft? Dat spreekt niet uit de film. Ze lijkt van gepensioneerde leeftijd. Het belang ze aan ‘netjes’ hecht, hoe ze t-shirts en broeken strijkt (strijken, vouwen, strijken vouwen en nog eens strijken) verraadt een lang verleden als huisvrouw.

Je kan zeggen: hij is ook verschrikkelijk, zijn karakter is veranderd. Hij scheldt en hij tiert. En zij hem maar verzorgen.
Maar dan zeg ik: liefde.
Ik zag geen liefde.
Een paar seconden in de film houden ze elkanders hand vast en geven ze schoorvoetend toe dat ze verliefd zijn.
Wat ik zag was een vrouw die daar geen trek in had, een demente man, en die daar zo snel mogelijk vanaf wilde.
Om weer naar volksdans te kunnen.
Zijn vonnis, haar redding. Te lang met elkaar getrouwd; dommige vrouw; man die te knap voor haar was.
Je gaat zeggen: Ja maar dement. Doe het haar maar na.
Ik zeg dan: wat een verschil met vrienden K. en A.
A. is een van mijn oudste vrienden in Amsterdam. Hij heeft al jaren een aan Parkinson gerelateerde dementie. Ver heen. Zijn vrouw K. en hem zijn innig verliefd. En dát zie je. Aan alles wat zij voor hem doet en vooral laat. K. heeft wél door hoe kostbaar die laatste jaren zijn. Ze wil er geen moment van missen. Want straks is hij écht niet meer aanspreekbaar. Het gaat ver: de zorg is loodzwaar. Ze is een tenger vrouwtje van 75 jaar, zonder middelen om zorg in te kopen. Maar ze doet het. Dag in dag uit, zonder ooit te zuchten. A. kan al jaren niet zelfstandig opstaan, douchen, kakken. Ze kreeg er kanker van. Ging door met helpen. Even in een instelling geprobeerd: dat trok hij niet, ze haalde hem eruit om samen opgehokt de corona door te brengen. Want het is ook een verschrikking, die instellingen. Toen ik er op bezoek was liepen er twee Surinaamse meisjes met een po uit een kamer, luid hun ongenoegen verkondigend “Kijk wat wij allemaal voor jullie doen.”  (ik beet op mijn lip om niet te antwoorden: “Je moest weten wat ík voor de kost doe.”) Geen wonder dat je daar weg wilt. Ik zag tot mijn verdriet dat de zorg teveel voor haar was, maar op een gegeven moment viel het kwartje. Hij is haar dierbaarder dan het leven zelf.

Dát is liefde.

Ik doe het K. inderdaad niet na, dat geef ik grif toe, maar zo liefdeloos als de moeder van Ruud Lenssen? Dat is wel het andere extreem. Dus doe ik niet mee met de niet aflatende stroom eerbetoon aan de maker van de docu. Ik vindt zijn rol namelijk ook niet getuigend van veel begrip voor die vader.

Blijkbaar neukt die moeder niet meer met die man (Hij, verwijtend: “Ik heb nooit seks gehad in die hut” hut is, denk ik, hun huis). Haar gebrek aan genegenheid viert ze bot op het kleinkind “Geef oma een kusje, en nog één, en nog één”.
In plaats van zijn moeder naar de psychiater te sturen, werkt de zoon van achter de camera mee aan de versnelde ondergang van zijn vader, door zijn moeder klakkeloos de zin te geven, hier en daar stiekem een slaappil aan die man te voeren, zodat hij stopt met klagen over haar, wat ik stuk voor stuk gerechtigd vond. Tot en met hem onder valse voorwendselen lokken naar de inrichting, waar hij nooit meer uit zal komen. Misschien, zeg je, was het bij leven en welzijn toch al een enorme klootzak die zijn naasten bloed onder de nagels vandaan haalde en is dit akelig lot niets anders dan zijn verdiende loon. Maar dan zou de zoon toch niet de woorden uitspreken: “Jij was een lieve vader.”

Wie ik overigens ook zum kotzen vond is die maatschappelijk werker oid, die over de vloer komt polsen hoe laat het is. Dat taaltje! Dat toontje! Die lelijke kop, jeugdig maar o zo vol van het eigen gelijk, van het blinde vertrouwen in Het Systeem. Wanneer zo’n stuk rabiaat ongeluk zich ooit het recht toeëigent mijn deurdrempel over te stappen, dan is het tijd voor mijn finale spuitje. Alles, alles liever dan geregeerd worden door zo’n cliché van een dwingeland.

Dan maar dat kutwijf.

 

 

 

links:
https://www.npostart.nl/2doc/21-09-2020/KN_1715907
https://ruudlenssen.nl/portfolio-posts/wei/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *