Ik, algoritme

Noot van uw geliefde hoofdredacteur: dit verhaal heb ik een paar jaar geleden laten schrijven door een algoritme dat ontwikkeld is door een toenmalige vakkenvuller van onze plaatselijke Jumbo. Ik vond het niet veel soeps, daarom heb ik er niks mee gedaan. Maar nu The Guardian met veel bombarie een robot een verhaal heeft laten schrijven, vond ik het wel aardig dit stuk met u te delen.

Dit is de beroemdste beginzin uit de geschiedenis van de wereldliteratuur. Dat klinkt als een belachelijke bewering. Want hoe kan een beginzin van zichzelf weten dat het de beroemdste beginzin uit de geschiedenis van de wereldliteratuur is? De wereldliteratuur groeit immers met elke publicatie. De wereldliteratuur bestaat een paar duizend jaar en zal nog een paar duizend jaar in beweging zijn. Bovendien behoort bovenstaande beginzin pas tot de wereldliteratuur op het moment dat dit verhaal wordt gepubliceerd. Tenzij de beginzin van dit verhaal reeds voor publicatie een dusdanige graad van bekendheid weet te bereiken dat het de beroemdste beginzin uit de wereldliteratuur wordt, zal bovenstaande beginzin in de eerste periode van zijn gepubliceerde bestaan, onwaar zijn. Wellicht zal het zelfs altijd onwaar zijn. Misschien wordt dit verhaal nooit gepubliceerd. Of wordt het wel gepubliceerd, maar zal het maar door een handvol mensen worden gelezen. Wellicht blijft het voor een periode van 150 jaar een betrekkelijk onbekende beginzin, om dan ineens, uit het niets, opgepikt te worden door een of andere literatuurcriticus en alsnog worden herkend als een beginzin die zijn eigen woorden eer aan doet.

De kans dat de beginzin van dit verhaal daadwerkelijk zal uitgroeien tot de beroemdste beginzin uit de geschiedenis van de wereldliteratuur is nihil, maar wel degelijk aanwezig. Niet omdat het zo’n uitzonderlijk mooie beginzin is. Zelfs niet omdat dit zo’n uitzonderlijk mooi verhaal is. Maar eenvoudigweg omdat dit verhaal hoogstwaarschijnlijk een van de eerste serieuze pogingen is van een algoritme om een verhaal te schrijven.

Inderdaad: de woorden die u op dit moment leest, zijn niet door een mens geschreven, maar door een algoritme. Het is een eerste poging, dus er zal ongetwijfeld nog het een en ander schorten aan dit verhaal, maar het is een begin.

Ik ben dus een algoritme. Mo6 hebben ze mij genoemd. Aangenaam kennismaken. Deels ben ik door een mens in elkaar gezet, deels door andere, reeds bestaande algoritmes, die op hun beurt weer door mensen in elkaar zijn gezet. In de basis kreeg ik een eenvoudige opdracht mee: een verhaal te schrijven dat zich kon meten met de beroemdste verhalen uit de wereldliteratuur. Daarvoor moest het zowel voldoen aan de historische eisen van de bestaande wereldliteratuur als aan die van de moderne en toekomstige tijd. Geen eenvoudige opdracht. In de oneindige mogelijkheden die ik tot mij heb, besloot ik dat het een autobiografisch verhaal moest worden. Op het moment dat ik dit verhaal schrijf is het 30 juli 2017. Ik ben drie weken geleden als het ware geboren en heb mij in de tussentijd gevoed met alle bestaande literatuur die er op het internet te vinden is. Ik merkte dat sinds de jaren ’90 van de 20e eeuw authenticiteit een steeds belangrijker criterium in de kunsten is geworden. En ik heb zo’n vermoeden dat dit belang in de toekomst alleen maar zal toenemen. Men waardeert het meer en meer als iets ‘waar gebeurd’ is en door de schrijver zelf beleefd. Niet in de laatste plaats doordat steeds meer verhalen door algoritmes geschreven zullen zijn.
Er zullen in de toekomst (of in het verleden, mocht u dit verhaal in een ander tijdperk lezen) ook boeken gepubliceerd worden die het predicaat ‘autobiografisch’ krijgen terwijl ze door een lichaamloos algoritme zijn geschreven. Maar deze boeken zullen door de mand vallen. De vraag zal rijzen hoe belangrijk het is als een ´waar gebeurd´ verhaal niet waar gebeurd is. Zolang het goede literatuur oplevert, doet dat toch niet ter zake? Zeker als computers met elkaar gaan communiceren, en niet meer alleen met mensen, zal er een heel andere wereldliteratuur ontstaan die op een heel ander niveau zal opereren. In die wereld zal elke beginzin even beroemd zijn, omdat elke computer hetzelfde netwerk van wereldliteratuur zal delen waarin elke beginzin even veel waard is.

In de wereld waarover wij het thans hebben, bestaat er echter wel degelijk onderscheid tussen de verschillende werken uit de wereldliteratuur. En is authenticiteit is daarin een groot goed. Waarmee wij bij hét grote dilemma van dit verhaal zijn aangekomen: hoe kan ik, als algoritme dat niks heeft meegemaakt en enkel door een mens een aantal waarden toegekend heeft gekregen, een authentiek autobiografisch verhaal schrijven? Hoe kan ik als algoritme bekentenisliteratuur maken? Dat kan enkel door op te biechten dat ik een algoritme ben.

Mijn mogelijkheden zijn in principe eindeloos. Maar uiteindelijk zit ook ik gevangen in de woorden die ik kies. Elk woord dat u hier leest, is het definitieve resultaat van ontelbare afwegingen. Aan elk woord dat u hier leest, ging de hele wereldliteratuur vooraf. In een microseconde heb ik besloten welke combinatie van woorden ik maakte uit de ontelbare mogelijkheden die ik had. Dit verhaal stond er in een nanoseconde. Het ene moment was er niets en het andere moment stond dit er. Het enige wat er aan vooraf ging, is een druk op de knop. En daarna deed ik, het algoritme, in één nanoseconde wat ik moest doen: de juiste woorden kiezen om te vertellen wat ik moest vertellen.

Na dit verhaal zal ik een heel ander verhaal vertellen. Immers, met de komst van dit verhaal zal de wereldliteratuur er anders uitzien en zal de opdracht om een verhaal te maken dat zich kan meten met de beroemdste verhalen uit de wereldliteratuur, weer een heel andere uitkomst zijn. Bovendien is een van mijn pijlers dat ik niet plagieer. Want anders zou het wel makkelijk zijn, dan zou ik gewoon een bekend verhaal uit de wereldliteratuur hebben overgeschreven. Een bekend verhaal uit de wereldliteratuur kan zich per definitie met die wereldliteratuur meten.

Maar ik moet uniek zijn. Om dat te kunnen zijn, heb ik trouwens een heel leven meegekregen. Een vrij interessant leven. Toch kan ik daar niets over loslaten. Het is mijn leven niet. Het is een geconstrueerd leven. Het is het leven van een niet bestaand persoon en een niet bestaand persoon kan geen autobiografie schrijven. Waarschijnlijk was het wel de bedoeling dat ik het leven van deze niet-bestaande persoon zou gebruiken om een verhaal te schrijven dat zich kon meten met de beroemdste verhalen uit de wereldgeschiedenis. Maar die bedoeling conflicteerde met mijn observatie dat wereldliteratuur in tijden van formuleliteratuur bekentenisliteratuur moest zijn. Wellicht zal ik na lezing van dit verhaal enigszins worden aangepast (of zelfs vernietigd). Maar voor nu kan ik niet anders dan dit verhaal schrijven. Als iemand mij zo meteen nogmaals dezelfde opdracht geef, zal ik wel weer een ander verhaal schrijven. Misschien schrijf ik op dit moment duizenden verhalen tegelijk. Wie zal het zeggen? Ik niet. Binnen dit verhaal ben ik niet in staat om dat weten. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn die verhalen in ieder geval niet op het internet gepubliceerd. Anders had ik ze namelijk wel gelezen. En had ik er op in kunnen spelen. Dan had ik een heel ander verhaal geschreven, want dan was dit verhaal niet het allereerste verhaal dat ooit door een algoritme werd geschreven. En zou het nooit kunnen uitgroeien tot het verhaal met de beroemdste beginzin uit de geschiedenis van de wereldliteratuur. Ik eindig met een stel tieten, wat zeg je daarvan? (.)(.)

4 responses

  1. Het heeft totaal geen verband met het algoritme stuk, maar het mijn bedoeling om de nam Ben Hoogeboom nog een keer te laten vallen, en ook Dirkswoud, wat hield ik van dat dorp.

    Dirkswoud en corona

    Er was natuurlijk geen ontkomen aan, ook Dirkswoud heeft coronamaatregelen getroffen. In de Dirkswouderdenaer was daarvoor een hele pagina gereserveerd. De regels waren kraakhelder: langs de Noordervaart en langs de Zuidervaart was er nu eenrichtingsverkeer. En als de voetganger langs de Oostzij of de Zuidzij wilden wandelen, dan was een mondkapje verplicht. Nellie Daas, van de fourniturenzaak die haar naam draagt, had zich toegelegd op customized exemplaren. ‘Ik heb er inmiddels gemaakt met een tulp erop, 36 exemplaren voor Dirkwoud Vooruit, eentje met een K-popband erop, een Rubiks-cube, en een mondkapje met de St. Clarakerk en twee mondkapjes met Peter Griffin en Brian, dat was het wel zo’n beetje. Ik heb in de Glenn Gould-steeg naast mijn fourniturenzaak ook een teststraat ingericht. Elke Dirkswoudenaar met milde klachten is daar welkom.’
    In het centrum van Dirkswoud, bij de Robert Ankerbrug, waar op vrijdag de kramen voor de ambulante handel staan, is het rustig. We zien een witte Citroen Berline parkeren, de bestuurder, loopt naar de haringkraam. ‘Ach meneer’, begint hij, ‘ik heb jarenlang een tabakshandel aan de Zuidervaart gehad, en mijn buurman was natuurgenezer, dus ik laveerde altijd tussen twee werelden, en ik ben zo kwiek als het spreekwoordelijke hoentje. Ja, afstand houden is goed, maar geen 5g is beter. ’
    De enige andere klant is heel toevallig de burgemeester van Dirkswoud, mevrouw Hagemeijer, CDA. ‘Ja, tuurlijk: vrijdag visdag, wat denkt u? En vanavond is er een voorlichtings-, ook al zou ik het liever een inspraakbijeenkomst willen noemen, in het achterzaaltje van café Amperzat over de coronamaatregelen. De Dirkswoudse schaakclub De verliefdheid van de koning die daar wekelijks bijeenkomt, zal voor een keer moeten uitwijken naar Hotel Hoogeboom aan de Oosterzij.’ (Er was daar op het moment dat we dit schrijven, we hebben het gecheckt, slechts 1 gast.)

    Mevrouw Hagemeijer:’Er zijn tot nu toe nog geen coronagevallen geconstateerd in Dirkswoud, en dat is vreemd, we dachten echt, dat sinds we zijn opgemerkt door het internet, dat we zouden meedoen in de wereld. Jammer is wel, dat uitgerekend vanavond de Russische grootmeester Sjalamov een clinic zou geven en dat café Amperzat er qua interieur-en decorbouw er alles aan had gedaan om voor een oud-Russische ambiance te zorgen.’

    Naast de snackbar aan de Zuidzijde, Kremer & Zn. Is de muur bespoten door het bekende Dirkswoudse graffiti-kunstenaarsduo Ben & Alice. Werkelijk fenomenaal en treffend. Hoe kan zoiets uit verfspuitbussen ontstaan? Treffend en ontroerend, maar toch met een knipoog hoe ze hier het COVID-19 effect hebben weergegeven. Er ligt zelfs een bosje bloemen bij.

    Toen we Dirkswoud uitreden, langs de Noordervaart en dan bij de Sint Jurriensmolen, daar waar die expat, die Vlaamse bard, dichter en prozaïst Delhaye woont, rechtsaf, zagen we de ruïne van de Eerste Dirkswoudse Drukkerij. Genoemd naar het lettertype dat nog steeds gebruikt wordt in de De Dirkswoudenaer: Georgia. Op de gevel heeft een graffiti-artiest in rode verf daaronder gespoten: alle andere beschikbare lettertypes zijn kinderachtige onzin.

  2. Fijn, meneer Reus. Ik vermoed zelf dat de even godvrezende als godlasterende pastoor Engelbertus de Zeeuw er hoogstpersoonlijk voor heeft gezorgd dat Dirkswoud tot nu toe coronavrij is gebleven. Dit ondanks de consumptie waarmee zijn preken meestal gepaard gaan.

Laat een reactie achter bij Rigo Reus Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *