Beeldenstorm

Nu er hier en daar een standbeeld neergaat en er weer wat ruimte voor nieuwe standbeelden komt, zou ik graag zien dat de oesterzwam een standbeeld krijgt.
Voor zover mij bekend heeft geen oesterzwam ooit aan slavenhandel of massamoord gedaan. Wellicht is er iemand ooit in een oesterzwam gestikt, maar kan de oesterzwam daar iets aan doen? Lijkt mij niet.
De kracht van de oesterzwam ligt ook niet zozeer in het verleden, maar juist in de toekomst. Ik voorspel u, de oesterzwam wordt een van de helden van de 21 eeuw. Bak maar eens wat oesterzwammen op matig vuur in flink wat roomboter. Neem de tijd, zodat de oesterzwam een beetje knapperig kan worden. Evenaart wat mij betreft een biefstuk.
Bak je de oesterzwammen nog langer (zoals ik gisteren per ongeluk deed doordat ik vergeten was het gas uit te zetten), dan doen ze zelfs uitstekend dienst als chips.
Of bak eens wat klein gescheurde oesterzwammen, gemarineerd in wat knoflook, olijfolie en shoarmakruiden. Stop in een broodje, komkommer en knoflooksaus erbij: beter dan een echt broodje shoarma.
Of stop eens oesterzwammen in je lasagne bolognese in plaats van rundergehakt. Niet te versmaden.
Los daarvan, stel je eens voor hoe het eruit ziet: een gigantische bronzen oesterzwam. Mooier dan die arrogante lul van een Jan Pieterszoon Coen. Ik zou het wel weten als ik Hoorn was.

12 responses

  1. I dunno man… Is niet de hele reden van een standbeeld iemand te eren die allemaal kutdingen voor ons Vaederlaendt uitspookten? Wat is anders het nut?

  2. Een beetje standbeeld heeft bloed aan zijn handen. Onvermijdelijk. Een oesterzwam is derhalve geen standbeeldmateriaal. Goed zelf te kweken die oesterzwammen trouwens. Google maar eens op zelf oesterzwammen kweken. Ook leuk voor de kinderen.

  3. Dank voor de tip, Sikbock. Misschien hebben jullie een punt. Zonder bloed aan je handen, geen standbeeld. Maakt het ook lekker duidelijk allemaal.

  4. Audit

    Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
    samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
    ons zorgvuldig over de straten.

    Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
    een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
    van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
    van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
    Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
    de vroegtijdige verlating.

    Van wat pijn lijdt en kouvat neem ik de besmetting weg. Ik repareer
    wat harig schuurt, roestig drupt, weerloos naakt op de akker staat.
    Kompasnaalden in zakken van traag volgezogen jassen, stikgevaar
    in stilstaande adem, de onderstroom in vreemde gangen, sluizen
    in manieren van praten

    ’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat
    jankte kan rustig gaan slapen.

    Iduna Paalman (1991)
    uit: De grom uit de hond halen (2019)

  5. In de Bijbel was het trouwens met de beeldenstorm zo erg dat de goddelozen, of beter gezegd de afgodsaanbidders, onder de joden en de heidenen zelfs gedood werden als ze daarmee doorgingen en hun tempels en afgodsbeelden op hun beurt werden verwoest!
    Sommige tirannen zagen niettemin zichzelf ook als goden en ze lieten daarom standbeelden voor zichzelf oprichten.
    En er is zelfs bekend dat de Duitsers, toen ze Nederland tijdens WO II bezet hielden, een bepaald sprookje (dat van Hans Christian Andersen afkomstig was en weinig bekend is in Nederland) lieten verbieden omdat dit teveel aan Adolf Hitler en de nazi’s deed denken. en dit sprookje ging ongeveer zo:

    De boze koning of de waanzinnige koning

    Er was eens een boze, overmoedige koning, die aan niets anders dacht dan aan het veroveren van alle landen ter wereld en die door zijn naam (alleen wordt die hier niet bekend gemaakt) alle mensen schrik wilde aanjagen; te vuur en te zwaard schreed hij voort, zijn soldaten vertrapten het graan op de akker, zij staken de boer zijn huis in brand, zodat de rode vlammen de bladeren van de bomen likten en de vruchten gebraden aan de zwarte, verschroeide takken hingen.
    Menige arme moeder verschool zich met haar naakt, zuigend kindje achter de rokende muren en de soldaten zochten haar en wanneer zij haar en het kleintje vonden, dan nam hun duivelse vreugde een begin.
    Boze geesten konden niet erger doen, maar de koning vond dat het juist ging zoals het moest; dag aan dag groeide zijn macht, zijn naam werd door ieder gevreesd en het geluk was met hem bij alles wat hij zich voornam. Uit de veroverde steden voerde hij goud en grote schatten mee; er werden in zijn residentie rijkdommen opgestapeld, wier weerga nergens gevonden werd.
    Nu liet hij prachtige kastelen bouwen, kerken en arcaden en ieder die deze pracht zag, zei: “Welk een groot vorst!” Zij dachten echter niet aan de rampen die hij over andere landen had gebracht, zij hoorden niet de zuchten en het geweeklaag, die opstegen uit de verbrande steden.

    De boze koning keek naar zijn goud, keek naar zijn prachtige gebouwen en dacht dan evenals de massa: “Welk een groot vorst! Maar ik moet nog meer hebben, nog veel meer! Geen macht mag gelijk aan de mijne genoemd worden en zeker niet groter dan de mijne heten!”

    En hij verklaarde al zijn buren de oorlog en overwon hen allen. De overwonnen koningen liet hij met gouden ketenen aan zijn wagen klinken wanneer hij door de straten reed; en wanneer hij aan tafel zat, dan moesten zij liggen aan zijn voeten en aan die van zijn hovelingen en de stukken brood aannemen, die men hun toewierp.

    Nu liet de koning zijn standbeeld oprichten op de pleinen en in de koninklijke kastelen, ja, hij wilde zelfs dat dit standbeeld in de kerken zou worden geplaatst voor het altaar des Heren; maar de priesters zeiden: “Koning, gij zijt groot, maar God is groter, wij wagen het niet!”

    “Best,” zei de boze koning, “dan overwin ik God ook!”

    En in zijn overmoed en dwaasheid liet hde boze koning (waarom hij trouwens kerken liet bouwen die als Huis van God bedoeld waren is onbegrijpelijk!) een kunstig schip bouwen waarmee hij door de lucht kon varen; het was bont en als de staart van een pauw en het leek bezet met duizenden ogen, maar ieder oog was de mond van een geweerloop; de koning zat midden op het schip, hij hoefde maar op een veer te drukken, dan vlogen er duizenden kogels uit en de geweren waren opnieuw geladen.
    Honderden sterke adelaars werden voor het schip gespannen en zo vloog hij naar de zon. De aarde lag diep beneden hem, eerst leek zij, met haar bergen en bossen, alleen maar een omgeploegde akker waar het groen uit de omgewoelde zode te voorschijn kijkt, daarna leek zij een vlakke landkaart en spoedig was zij helemaal in nevels en wolken gehuld. Hoger en hoger vlogen de adelaars, toen zond God een van Zijn talloze engelen en de boze koning liet duizenden kogels op hem afschieten, maar de kogels vielen als hagelstenen terug van de stralende vleugels van de engel.
    Eén bloeddruppel, één bloeddruppel maar droop van de blanke veren der vleugels en die druppel viel neer op het schip, waarin de koning zat; die druppel brandde zich vast, die drukte als duizenden centenaars lood en sleurde het schip in duizelingwekkende vaart naar beneden. De sterke vleugels van de adelaars knakten, de wind loeide om het hoofd van de koning en de wolken rondom die waren ontstaan uit de verbrande steden namen dreigende vormen aan, van geweldig grote kreeften die hun sterke scharen naar hem uitstrekten, van vuurspuwende draken of voortrollende rotsblokken. Halfdood lag de boze koning in het schip, dat ten slotte bleef hangen tussen de dikke takken van de bomen in het bos.
    Zijn boosaardigheid en grootheidswaanzin zou echter nimmer bij de boze koning verdwijnen omdat hij zich nog steeds aan God gelijk voelde!

    “Ik wil God overwinnen!” zei hij. “Ik heb het gezworen, mijn wil zal geschieden!” En hij Het gedurende zeven jaar kunstige schepen bouwen om mee door de lucht te varen, hij liet bliksemstralen smeden van het hardste staal; want hij wilde de hemelse veste uit elkaar laten springen.
    Uit alle landen verzamelde hij grote legers, zij besloegen een oppervlakte van verscheidene mijlen toen zij daar, man aan man, stonden opgesteld. Zij bestegen de kunstige schepen, de koning zelf begaf zich naar het zijne en wederom stegen zij ter Hemel.
    Toen zond God een zwerm muggen, een kleine zwerm muggen, op hen af en die zoemden om de koning heen en staken hem in gezicht en handen. Hij trok in toorn zijn zwaard maar hij sloeg in de ijle lucht, de muggen kon hij absoluut niet treffen.
    Toen gebood hij dat er kostbare tapijten werden gehaald, die moest men om hem heen wikkelen, geen mug kon met haar angel erdoorheen dringen.

    Men deed zoals hij gebood, maar een enkele mug ging op het binnenste tapijt zitten, kroop in het oor van de koning en stak hem daar: het brandde als vuur, het gif sloeg op zijn hersens, hij rukte zich los, trok de tapijten van zijn lijf, scheurde zijn klederen in stukken en danste naakt voor de ruwe, wilde soldaten, die nu de krankzinnige koning bespotten die God wilde bestormen maar overwonnen werd door één kleine mug!

    Mensen denken namelijk vaak dat zij goden zijn en ze laten daarom standbeelden voor zichzelf maken maar zij zijn, gelijk aan andere mensen, niets meer dan een mier in een mierennest als zij in een massa opgaan en er zijn inderdaad een hoop verderfelijke dictators, tirannen, bevelhebbers en politici geweest die htoaal GEEN recht hadden op een standbeeld!
    Want na hun dood zullen zij niets anders dan kaf zijn dat van het koren wordt gescheiden!

Laat een reactie achter bij Kippfest Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *