Mr. Flood

Meestal ben ik degene die denkt dat alles wel goed komt. Dit keer niet. En dat baart mijn lief zorgen. Zij hoort degene te zijn die in doemscenario’s denkt. Die vindt dat we in Piëmont moeten gaan wonen om het water voor te zijn. Maar dit keer ben ik het die tobt over wat komen gaat. En vooral: over niet weten wat er komen gaat.

Het is de onmetelijkheid van alles. Er is geen ontsnappen aan. Ik las een artikel in The New Yorker waarin de schrijver de huidige situatie vergeleek met de Koersk, de Russische onderzeeër die op 12 augustus 2000 zonk in de Barentszzee en waarbij alle 118 inzittenden om het leven kwamen. De hele wereld zit in een zinkende onderzeeër en niemand kan eruit. Soms heb ik het gevoel dat alles op instorten staat. We wisten het allemaal natuurlijk al, dat de samenleving een wankel kaartenhuis is dat maar een zetje hoeft te krijgen. Maar dat het zo snel zou gaan.

Bij Nieuwsuur zie ik een weduwe van een man die aan corona is overleden. Ze hadden net een overkapping laten bouwen, vertelde de vrouw. De overkapping is in beeld. Een metalen constructie. ‘Nu kunnen we gaan leven’, had de man nog geen twee weken geleden gezegd.

Om te ontsnappen aan gedachtes over de dood en het noodlot, maak ik elke dag een wandeling van een uur. En lees ik In het oude hotel van Joseph Mitchell. Zijn bekendste werk was Het Geheim van Joe Gold, over een New Yorkse bohemien die de taal der zeemeeuwen sprak. Nadat Mitchell het levensverhaal van Joe Gold had verteld, heeft hij nooit meer iets geschreven wat hij zelf de moeite van het publiceren waard vond. Dertig jaar lang kwam hij elke werkdag trouw naar zijn kantoor bij The New Yorker, maar alles wat hij schreef verdween aan het einde van de dag in de prullenbak. Momenteel lees ik over Mr. Flood, een 95-jarige oud-sloper die vastbesloten is om 115 jaar oud te worden. Dat denkt hij te doen door louter zeedieren te eten. Vooral oesters kent hij ongekende krachten toe. Hij vertelt over een oud en uitgeblust paard dat ineens zijn baas begint te trappen wanneer deze hem voor de kar probeert te spannen. Blijkt dat een stalhulp, bij wijze van experiment, het paard dagelijks dertig oesters geeft.

Wat mij de laatste tijd enigszins verbaast, is hoe laconiek de grootste risicogroep (de zeventigplusser) het coronavirus wenst te benaderen. Maken de veertigers en vijftigers zich druk over hun ouders (als ze die nog hebben), die ouders zelf lijken zich weinig zorgen te maken. Dat kan natuurlijk een pose zijn: ouders van alle leeftijden mogen hun eigen doodsangst graag verborgen houden voor hun kinderen. De tweede mogelijkheid: ze hebben zich al enigszins verzoend met de dood. Of beter gezegd, ze zijn gewend aan het idee elk moment weg te kunnen vallen. Maar eerder nog denk ik dat ook zij, zoals de meeste mensen, ervan uitgaan de dans te ontspringen. Ellende is immers iets wat anderen overkomt. Oftewel: zelf overleven ze het wel. En als ik Mr. Flood mag geloven, doet het de meeste 70-plussers stiekem deugd wanneer een leeftijdsgenoot het loodje leg. Officieel laten ze natuurlijk weten dat het vreselijk is, maar diep vanbinnen juichen ze. ‘Dat betekent immers meer ruimte voor ons’, aldus Mr. Flood die zich schaamt voor deze gedachte, maar ’m graag wel gezegd wil hebben.

Zondagavond loop ik door de straten van mijn wijk. Er zijn nogal wat mensen die hun gordijnen niet dicht hebben. De meesten kijken nog steeds tv. Een vriend van Mr. Flood heeft een radio gekregen. Op die radio mag hij graag naar een programma over medische aandoeningen luisteren. Sinds de man die radio heeft, denkt hij zelf ook van alles te mankeren. Ik mag ook graag eventjes naar de website van het RIVM afreizen om te kijken hoeveel nieuwe slachtoffers COVID-19 nu weer heeft gemaakt. Ik doe het in de hoop licht aan het eind van de tunnel te zien, maar ergens vrees ik ook wel een beetje verknocht te zijn aan de huivering. Zoals ik ook net iets te gretig de dagboeken lees van Ilja Leonard Pfeiffer met Genua als decor van zijn apocalyptische melodrama. Ik weet dat ik het beter niet lees, want als ik ze heb gelezen ben ik de rest van de dag somber, maar als ik er eens in de drie dagen toch weer op terugval, slurp ik ze gulzig naar binnen.

De mensen achter de ramen kijken zonder uitzondering Boer Zoekt Vrouw. Hier wonen verstandige mensen.

Toen iemand aan Mr. Flood vroeg waarom hij in New York woonde, riep hij een verhaal in herinnering over een boer die in de trein zit tegenover een jongeman. De jongeman vraagt hoe laat het is. De boer wil dat niet vertellen. De jongeman vraagt waarom niet. En de boer legt uit dat hij niet met de jongeman in gesprek wil komen. Want hij heeft een kruik met wijn bij zich en als ze met elkaar in gesprek komen, dan moet hij de jongeman te drinken geven. Het zou gezellig worden en als ze over een half uur bij het station zijn waar de boer moet uitstappen, dan zou hij de jongeman vragen om mee te komen naar zijn boerderij. En daar drinken ze verder en nuttigen ze een maal. En omdat het te laat is om verder te reizen, zal de boer aan de jongeman aanbieden om te overnachten. En midden in de nacht zal hij gestommel horen. De boer zou naar beneden sluipen en de jongeman in de slaapkamer van zijn dochter aantreffen. De boer zou naar zijn kamer rennen en op zoek gaan naar de sleutel van de kast waarin zijn geweren liggen. Maar zijn vrouw zou hem overhalen om de dominee te halen. En de dominee zou komen en de jongeman en de boerendochter in de echt verbinden. En ja, een schoonzoon zonder horloge, dat vindt de boer niet kunnen.

Misschien moet ik maar eens wat extra oesters inslaan.

5 responses

  1. Soms zou je denken dat er inderdaad een hoop mensen rondlopen die zichzelf al opzettelijk willen besmetten met het coronavirus! En dat je zelf met geld je leven niet altijd kunt verlengen of er bedrog mee gaat plegen bewijst een verhaal uit de Bijbel, in het nieuwe Testament, dat plaats vond na de hemelvaart van Jezus Christus, hoe zwaar bedrog kan worden afgestraft!
    Lees dit verhaal hier en oordeel zelf:

    Handelingen 5 – Ananias en Saffira

    Er was eens een rijk man die Joses heette. Hij had van de apostelen de bijnaam ‘Barnabas’ gekregen. (Dat betekent ‘zoon van troost’.) Hij was een Leviet uit Cyprus. Deze Joses verkocht toen zijn akker voor een groot bedrag en hij bracht al het geld naar de apostelen toe die daar erg mee in hun schik waren.
    Dit voorbeeld werd hierna door meerdere mensen gevolgd in Jeruzalem die hun grond eveneens verkochten en hun geld schonken aan de apostelen en nergens heerste er dus afgunst en nijd onder hen.

    Er was helaas nog een andere rijke man, Ananias genaamd, die met zijn vrouw Saffira óók een stuk land had verkocht. Maar hij was een grote huichelaar en een narcist en hield een groot deel van het geld voor zichzelf op de achtergrond omdat hij dit veel meer beminde dan Jezus en Satan dit hem had geadviseerd.
    Zijn vrouw Saffira wist daarvan en zij deed daar echter gretig aan mee. De rest bracht Ananias naar de apostelen toe in de hoop dat hij hiervoor zou worden geprezen en zo goddelijke eer zou ontvangen!
    Maar Petrus, die al door God voor deze schijnheilige man was gewaarschuwd, zei toen bestraffend tegen hem: “Ananias, waarom heb je je door de duivel laten opstoken om tegen de Heilige Geest te liegen en bedrog te plegen uit hebzucht en eigenbelang? Want je hebt een groot deel van het geld namelijk voor jezelf gehouden en hier maar aan ons een schijntje gegeven. Toen je het land nog niet had verkocht, was het toch van jou? En toen je het uiteindelijk wel had verkocht, mocht je uiteindelijk met het geld toch doen wat je wilde? Waarom doe je dan alsof dit al het geld is wat je verkocht voor je land? Je hebt eigenlijk dus niet tegen mensen gelogen of bedrog tegen hen gepleegd, maar tegen God zelf!”
    Toen Ananias dat hoorde, viel hij opeens dood neer. Iedereen die ervan hoorde, werd bang omdat dit bedrog en deze zonde van Ananias zo zwaar werd afgestraft! Een paar jonge mannen maakten Ananias klaar voor de begrafenis en ze begroeven hem.

    Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw Saffira binnen. Ze wist echter niet wat er was gebeurd en Saffira besloot om het bedrog van de verkoop van hun land niet aan Petrus mee te delen in de hoop zo, gelijk aan haar man, goddelijk eer te ontvangen.
    Petrus vroeg haar: “Hebben jullie dat stuk land voor zo-en-zoveel verkocht?” Hij hoopte dat Saffira zich alsnog zou bedenken en de waarheid ging vertellen maar dat bleek ijdele hoop te wezen.
    Ze zei dus zonder enig berouw: “Ja.”
    Petrus zei daarop tegen haar: “Hoe hebben jullie samen het plan kunnen maken om de Geest van de Heer uit te dagen en jullie door Satan te laten misleiden? Kijk, daar komen net de mannen terug die je man hebben begraven voor zijn zonden. Ze zullen nou ook jou begraven omdat jullie je allebei door narcisme, hebzucht, eigenbelang en bedrog lieten leiden en jullie dus tegen God hebben gezondigd.”
    Op datzelfde moment viel ook Saffira dood neer. En de jonge mannen kwamen binnen en ze zagen haar dood op de grond liggen. Ze droegen haar eveneens naar het graf van haar man en begroeven haar bij hem.
    Iedereen in de gemeente kreeg hierdoor diep ontzag voor God omdat Hij het bedrog van dit schijnheilige en bedriegende echtpaar zo zwaar had afgestraft!
    Ook alle andere mensen die ervan hoorden waren zo onder de indruk gekomen dat niemand van hen het ook maar waagde om Ananias en Saffira na te doen. Het boze plan van Satan om hiermee tweedracht en haat te zaaien was dus mislukt en geen huichelaar voegde zich meer bij de christengemeenschap!

    God deed veel wonderen door de apostelen. En ze waren allemaal eensgezind bij elkaar in de ‘Zuilengang van Salomo.’ Niemand van de Joodse leiders (zij waren eigenlijk nog VEEL grotere huichelaars en bedriegers!) durfde zich hierna bij hen aan te sluiten. Maar de gewone mensen hadden veel respect voor hen.
    Steeds meer mannen en vrouwen geloofden in de Heer. De mensen legden zelfs de zieken op bedden en matrassen op straat. Want ze hoopten dat Petrus’ schaduw op hen zou vallen als hij voorbij kwam.
    En Petrus was zelf voorgoed genezen van goddelijke eer en hij maakte duidelijk dat God hem de gave had geschonken om anderen te genezen en hij dit dus niet zelf deed, laat staan dat de goddelijke gave gekocht kon worden, iets wat een zekere Bar-Jezus (Kind van Jezus) ook eens deed, terwijl die eigenlijk gewoon een kwakzalver was!
    Ook grote groepen mensen uit de steden rondom Jeruzalem stroomden toe. Ze brachten de zieken en de mensen in wie duivelse geesten zaten. En ze werden toen allemaal genezen.

    En de huidige linkse EU-elite bestaan jammer genoeg uit NOG veel grotere zondaars, bedriegers, leugenaars, kwakzalvers, hebzuchtigen en schijnheiligen en ook zij moeten eens na hun dood rekenschap bij God vragen en bij Hem verantwoorden!

Laat een reactie achter bij Max Molovic Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *