Hele kleine deeltjes

Het was de avond dat onze Minister-President aan ging kondigen dat de scholen weer open zouden gaan. Tijd om te wandelen. Het is uitgestorven op straat, iedereen zit aan de buis gekluisterd. Radiolab gaat vandaag over een vraag die de beroemde natuurkundige Richard Feynman zichzelf stelde tijdens een college in 1961: ‘Als in een catastrofe alle wetenschappelijke kennis zou worden vernietigd en je hebt één enkele zin tot je beschikking om door te geven aan een volgende generatie, welke bewering zou in de minste woorden de meeste informatie bevatten?’

Volgens Feynman was het antwoord op deze vraag de atoomhypothese: ‘Alle dingen zijn gemaakt van hele kleine deeltjes die voortdurend in beweging zijn: ze trekken elkaar aan als ze dicht bij elkaar komen, maar stoten elkaar af als ze in elkaar worden geperst.’

Op een stoplicht zie ik een sticker met Tony Clifton, de louche loungezanger waarmee Andy Kaufman in de jaren ’70 en ’80 furore maakte. Bij mij vooral bekend dankzij Man on the Moon, waarin Jim Carrey in zijn huid kroop. Tony Clifton kijkt mij uitdagend aan. Sigaret in de hand, twee halfnaakte vrouwen naast zich.

Er zitten meer stickers op de stoplichtpaal. En op het volgende stoplicht ook. Op de lantaarnpaal zitten stickers. En op de paal waar een stopbord aan vast zat. Op het stopbord zelf zitten stickers. Overal zie ik stickers. Een huilende Maria. Mea fucking culpa eronder. (Toch fijn dat de Moeder van God er is om alle schuld op zich te nemen.) Alice in Wonderland die op haar mobieltje zit en geen oog heeft voor het hazenfeestje. Een octopus met een ijsje. Tekeningen van de straatkabouter en z’n kat.

Radiolab legt de vraag van Feynman voor aan schrijvers, filosofen, musici en wetenschappers: als je maar één zin tot je beschikking hebt en jij bent de laatst overgeblevene, wat zou je dan doorgeven aan een volgende generatie? Terwijl ik luister naar de antwoorden, ga ik er zelf ook over nadenken. Het is onvermijdelijk. Terwijl ik nadenk lukt het niet om te luisteren.

‘Waar je ook staat in dit alsmaar uitdijende universum, het lijkt alsof jij in het absolute centrum staat.’ Dat lijkt me wel goed om mee te geven.

Je hoeft je trouwens niet aan woorden te houden. Muziek mag ook. Ooit las ik de theorie dat onze voorouders taal hebben ontwikkeld door muziek te maken en te dansen. Eerst was het de muziek, en dat muziek was getrommel.

Voor de ander ben jij de ander. Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet. You’re entering a world of pain. Leven is lijden. Of de laatste woorden uit het gedicht The Mower van Philip Larkin: ‘We should be carefull of each othter, we should be kind, while there is still time.’

Een leerling van Feynman is na jaren zelf nadenken over de vraag tot de conclusie gekomen dat je niks moet nalaten. Het heeft geen zin. Of je iets nu wel of niet nalaat, het wordt toch wel ontdekt. Of ze ontdekken het niet. Maakt ook niet uit. Als je niet weet wat je niet weet, kun je volmaakt gelukkig zijn. Toekomstige lotgenoten zullen dezelfde fouten maken als wij. En zichzelf ten gronde richten. Altijd maar weer. Maar volgens de universele wet der willekeurigheid zal er ooit een samenleving ontstaan die zichzelf niet zal vernietigen. Die hebben zo’n papiertje met wijze raad niet nodig.

Ik wandel de Jumbo in om afwasblokjes te kopen. En chocola. En roomboter. Als ik naar buiten kom zit de bebaarde dakloze aan de overkant van de straat. Een paar dagen geleden heb ik even met hem staan praten. Samen met mijn dochter was ik aan het wachten op mijn vrouw die in de Jumbo ijsjes aan het kopen was. Ik vroeg hoe het met hem ging. Hij zei dat mensen nooit meer kleingeld op zak hadden. Hij vermoedde een complot. Ze willen het contante geld uit de wereld helpen. De geldautomaat verderop was ook al weken dichtgetimmerd. Terwijl dat volgens hem helemaal niet nodig was. Hij vroeg zich af waarom een doelpunt op de radio eerder valt dan op de tv. Ik had ook geen geld bij me.

Nu heb ik wel geld. Met dank aan mijn zoon die de auto had schoongemaakt en mij wisselgeld had teruggegeven in muntjes van 5, 10, 20 en 50 cent. Ik geef de dakloze het kleingeld dat in mijn zak zit. Hij gebaart naar mijn koptelefoon. ‘Als je nog eens zoiets tegenkomt’, zegt hij, ‘hou mij dan in gedachte.’ Ik zeg dat mijn koptelefoon het aan één helft niet doet. Hij moet lachen. En houdt zijn vuist voor zich zodat ik er tegenaan kan boksen. Ik aarzel. Ik wil zijn uitgestoken vuist liever niet beantwoorden. Maar het is sterker dan ikzelf. Ik geef een boks. Zijn knokkels tegen mijn knokkels. Ik vraag me af of ik het deed omdat ik niet wilde dat hij denkt dat ik hem vies vind. Op de weg terug naar huis moet ik heel hard mijn best doen om niet aan mijn neus en voorhoofd te zitten. Thuis was ik mijn handen grondig. Hopend dat ik al die kleine deeltjes die op mijn handen in beweging zijn en elkaar afstoten en aantrekken, nu tot stilstand zijn gekomen.

Op een plattegrond vlakbij de Jumbo hebben ze een enorme woordzoeker opgehangen. Als je alle woorden hebt weggekrast, blijven er nog vier woorden over.

Liefde is de oplossing.

6 responses

  1. De uitdijing van het heelal speelt alleen een rol op grote, ‘kosmologische’ afstanden. Sterrenstelsels dijen niet uit, evenmin als planetenstelsels of sterren. De sterren in het Melkwegstelsel worden bijvoorbeeld bijeengehouden door de wederzijdse zwaartekracht, en die biedt weerstand tegen de uitdijing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *