Tot nu toe gaat het goed

De zon komt op. Dat doet hij dagelijks, maar de laatste maanden merkte je dat zo goed als niet. Vandaag is anders. Vanaf het moment dat de eerste zonnestralen rond 6.47 uur boven de horizon hun licht op onze slaapkamer richten is het een schitterende dag.

De dag ervoor was het nog grijs en koud. We waren op bezoek bij mijn schoonmoeder. Ze is ziek, maar volgens haar dokter behoort ze wat betreft corona niet tot de risicogroep. Desondanks gingen wij ervan uit dat dit voorlopig de laatste keer was dat we haar konden bezoeken. We liepen door het Vondelpark. Het was behoorlijk druk. Veel honden. Voetballende kinderen. Mijn dochter op haar knalroze rolschaatsen. Ik botste nog per ongeluk tegen iemand op. Handen in de zakken, ellenboog tegen ellenboog. Excuses van mij. Niet teruggekregen. We aten gehaktballen met spaghetti en keken om 17.30 uur de persconferentie terug waarin Arie Slob vertelde dat de scholen de volgende dag dan toch dicht gingen. Bezweken onder druk van de publieke opinie. Misschien terecht. Misschien niet. Ik weet het niet. Ik weet niet of iemand het weet.

Na de persconferentie keken we naar twee afleveringen van De Regels van Floor, misschien wel de beste komedieserie die Nederland ooit heeft gekend. Maak van dat misschien wel maar veruit. In de aflevering Metaaldetector denkt de grote broer van Floor een granaat te hebben gevonden. Hij neemt de granaat mee naar school, waarna de school wordt afgezet zodat de explosievendienst z’n werk kan doen. ‘Heb je banden met Al Qaida?’, vraagt iemand van de explosievendienst aan hem. ‘Nee’, zegt hij, ‘met lucht.’ Waarna je mij op kon vegen.

Op het journaal zagen we hoe grensdorpjes werden overspoeld door hordes Belgen die thuis niet meer op café mochten. Een verslaggever in Amsterdam ging naar een kroeg nabij het Waterlooplein. Hij vroeg aan een stamgast wat die van het regeringsbesluit vond om de kroegen te sluiten. De man vond het een ramp. ‘Het ergste wat je kan overkomen.’ Ik moet denken aan alle alcoholisten die nu niet meer naar hun stamkroeg kunnen. En aan een verhaal in de film La Haine. Over een man die van een flatgebouw valt. Bij het passeren van elke verdieping zegt hij tegen zichzelf: ‘Tot nu toe gaat het goed.’

Om acht uur ga ik naar de Jumbo om brood te halen. Twee buurmannen staan voor hun huis de toestand in de wereld te bespreken. Ik doe mee. Een van hen had iemand met acht pakken toiletpapier over straat zien lopen. Ik doe m’n theorie uit de doeken: zien hamsteren doet hamsteren. En dat het schap met toiletpapier als eerste leeg lijkt, omdat de pakken zo groot zijn. Er hoeven maar een paar extra pakken toiletpapier te zijn verkocht, en het toiletpapiervak lijkt ineens een stuk leger dan normaal. En die leegte geeft een gevoel van schaarste. Waarna meer mensen zich genoodzaakt voelen extra toiletpapier in te slaan. Waarna het toiletpapierschap nóg leger lijkt en er nóg meer mensen getriggerd worden om toiletpapier te kopen. En als het met het toiletpapier hard gaat, dan volgen de tomaten in blik ook snel. En voor je het weet, stouwen mensen hun karretjes vol met spullen die ze van hun levensdagen niet op krijgen.

Na het ontbijt vraagt mijn zoon wanneer hij buiten mag spelen. Ik zeg dat hij moet oppassen met voetballen. Geen fysiek contact met elkaar. Hij zegt dat voetbal dan niet leuk is. Ga penalty’s nemen, zeg ik. Samen met hem ga ik naar de ouders van zijn vriendjes. Om te kijken of we afspraken kunnen maken. Een van zijn vriendjes moest vorige week toevallig in het ziekenhuis zijn. De arts zat in het coronacrisisteam en zei dat het nog wel maanden ging duren. Het vriendje had gevraagd of hij nog mocht voetballen. Dat was geen probleem, had de arts gezegd. Als de medisch specialisten het zeggen, vind ik het ook goed.

Ik wil wat doen, maar laat me voortdurend afleiden door artikelen die me waarschuwen voor het einde der tijden. De tuindeur staat open. Onze kat loert naar een fladderend citroenvlindertje. Ik bid dat het vlindertje niet nog dichterbij komt. Ik weet niet wat ons te wachten staat, maar ik denk niet dat we het aankunnen. De pest is dat we het ons niet kunnen voorstellen. We zijn het niet gewend, weten alleen van films en boeken en tv hoe het einde der tijden eruitziet. Als ik me goed voel, kan ik me niet voorstellen hoe het is om ziek te zijn.

In de middag zit ik samen met mijn lief op het dak van ons huis. Ik probeer nog steeds te werken. Ik luister tegelijkertijd naar de muziek van Jain. Haar muziek reflecteert iets van de dualiteit die ik ervaar. Strakblauwe lucht met hier en daar een donderwolkje. In het nummertje Alright zingt ze dat things are gonna be alright if love is around. Ik vrees het ergste. Onze kat komt kijken wat we boven doen. Veegt met haar staart wat zorgen weg.

’s Avonds zet ik een pan met bliktomaten op. Mijn schoonmoeder had er in een hamsteropwelling een stuk of tien gekocht en gaf ons er vijf mee. Terwijl het pannetje staat te pruttelen vraagt mijn lief of ik mee naar buiten ga. Zij gaat twaalf minuten hardlopen. Ik ga mee. Terwijl zij aan het joggen is, ben ik aan het wandelen met een podcast op mijn oren. Over nazigevangenkampen in de Verenigde Staten van de jaren ’40. Ik wandel over de spoorbrug. De zon is aan het ondergaan. Er is geen trein te zien. Als de podcast is afgelopen, begint er een nieuwe over CRISP-R, een genetisch schaartje waarmee je foutjes in DNA eruit kan knippen en kan vervangen door een beter gen. Andersom kan denk ik ook.

Als ik terugloop over de spoorbrug zie ik mijn lief. We zwaaien. Ik realiseer me dat het pannetje met tomaten nog op het vuur staat. We lopen door onze wijk. Mensen zitten aan tafel. Onze kinderen hangen op de bank, ieder kijkt naar een eigen filmpje. Ik ruik aangebrande tomaten. Onder het uitgedroogde tomatenpapje een dikke laag zwarte tomatenkoek. Mijn lief vraagt of ik het te druk heb. Terwijl ik het pannetje probeer schoon te schrobben met een schuursponsje barst ik bijna in huilen uit. Gebeurt ook als Rutte ons even later toespreekt. Mijn dochter wil de toespraak niet horen. Mijn zoon vraagt wat immuniteit is. Het verhaal klinkt logisch en onheilspellend. Terwijl Rutte uitlegt hoe ze het virus proberen te controleren denk ik aan iedereen die moet blijven leven. En aan het einde van A Serious Man. Nadat zijn leven uit elkaar is gevallen, kijkt de hoofdpersoon naar de horizon en ziet een tornado naderen. Toen ik vanavond naar de horizon keek, zag ik lege sporen en een ondergaande zon.

9 responses

  1. Mischien niet aardig van mij om te doen, maar toch. Als ouders over hun kinderen schrijven, in columns bijvoorbeeld, van De Margriet en de Libelle tot psychologietijdschriften en eigen sites, dan balanceren ze meestal tussen allerlei sentimenten, en dat is een smal pad. Een uitglijder naar de kitsch of het melodrama is gauw gemaakt – uit liefde, ik begrijp dat wel. Maar voor de lezer die niet familie is, vermindert de interesse dan snel.
    Jouw stukje was dus goed. En hier, sorry Gilles, normaal schrijft hij echt beter, is een voorbeeld van hoe het niet werkt.
    http://www.tirade.nu/?p=30721

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *