Dagen zonder drank: dag 1

Ik dronk mijn laatste biertje op 1 januari 2020 om half twee in de nacht. De komende vijf weken zal ik geen druppel alcohol meer drinken. Mijn leverwaarden waren iets hoger dan noodzakelijk, zo wees een test uit, mijn dokter wil weten of het door de alcohol komt. Ik voel mij verder uitstekend en maak me dan ook geen enkele zorgen. Dit in tegenstelling tot mijn vrouw. In de dagen na het plotse overlijden van haar vader stond ze erop dat ik een afspraak met de dokter zou maken om haar het naadje van de kous te vragen.

De dokter pakte de uitslagen erbij. Mijn cholesterol was iets verhoogd. Niet veel. De verhouding slechte en goede cholesterol was wel wat nadelig. En de leverwaarden waren inderdaad ook te hoog. Ik vroeg hoeveel te hoog. ‘Het kan nog veel hoger’, zei de dokter. Ze vertelde over koolhydraten die in suikers worden omgezet en door mijn lever worden opgeslagen. En over de ontgiftende functie van mijn lever. En dat mijn lever ook een soort suikerfabriek is, maar dat overmatig alcoholgebruik ervoor kan zorgen dat die functie nooit hoeft te worden aangesproken.

Ze vroeg of ik veel dronk. Ik zei dat ik geregeld drink. En dat ik soms wel veel drink, maar dat ik niet meer zo vaak veel drink. Vroeger dronk ik veel vaker veel. Soms zelfs dagelijks. Maar die dagen liggen al een tijdje achter me. De dokter wilde cijfers. Hoeveel eenheiden. Ik zei dat ik geregeld bij het eten een eenheid of twee drink. En is het gezellig, dan worden het er zes. En ga ik uit, dan, nou ja, meer dan tien. Of twaalf. Of meer. Bier vooral. Maar dat ik dat dus niet zo vaak meer doe. Ik zei dat ik nooit een bewuste pauze heb ingelast.

Mijn allereerste biertje dronk ik ook op 1 januari rond half twee in de nacht. Dat was precies 29 jaar geleden op het oud-en-nieuwfeestje bij de ouders van D. Ze hadden een vuurtje midden op de dijk gemaakt waar H. met zijn brommer overheen reed. Ik kreeg een Grolsch in mijn handen gedrukt. H. schreeuwde dat Grolsch pis was, dat Hertog Jan het enige ware bier was. D. vertelde dat ze eerder op de avond een vuurwerkkanon hadden gemaakt en dat het wat lang duurde voordat ie afging en dat H. het kanon had opgepakt en op hen had gericht en dat iedereen toen was weggedoken en dat hij ‘m toen weer schaterend had neergezet, waarna het kanon afging en het ding over de Waal, toch de breedste rivier van het land, was gevlogen. Oftewel: H. was gestoord, daar hoef je niet naar te luisteren. Ik nam een slok Grolsch. Deed het flesje te snel weer rechtop, zodat het bier in mijn neus spoot. Sinds die dag heb ik nooit langer dan een week niet gedronken.

Ik vroeg of die vijf weken na de feestdagen in mochten gaan. Mijn dokter zei dat daar medisch gezien niets op tegen was.

Ik heb het niet al te bont gemaakt tijdens deze jaarwisseling. Twee Gulpener Ur-Pilsners, twee Hertog-Jan trippel, een flesje Heineken en een blikje Heineken. ‘Moet dat nou’, vroeg mijn vrouw toen ik mijn zoon naar bed had gestuurd en ik zei dat ik nog één biertje ging drinken. ‘Ja’, zei ik, ‘dat moet.’

Het vuurwerk was verstomd, het huis was in diepe rust. Terwijl ik mijn laatste biertje dronk, las ik in het eerste deel van het stripboek De Kat van de Rabbijn. Over een kat die kan praten nadat hij de papegaai van zijn baas heeft opgegeten. Omdat de kat, terwijl de veren aan zijn bek hangen, beweert dat de papegaai is weggevlogen, is de rabbijn van mening dat de kat een leugenaar is. De rabbijn verbiedt de kat om met zijn dochter om te gaan. Daarna wil de kat joods worden, want de dochter van de rabbijn is de grote liefde van de kat. De rabbijn begint bij het begin, het ontstaan van de wereld en de eerste mens. De kat zegt dat de wereld veel ouder is. ‘Je moet het allemaal symbolisch zien’, zegt hij. De rabbijn zegt dat het jodendom niet aan symboliek doet en zegt dat de blik van de kat is vertroebeld door de westerse logos. ‘Een destructief denksysteem’, volgens de rabbijn. ‘Zij voorziet alles van een naam, een etiket, als om te zeggen: deze dingen maken deel uit van mijn systeem, ik heb ze begrepen.’ Maar de dingen zijn niet te begrijpen.

5 responses

  1. Ik ben te lui om de bron te zoeken, was het nou Herman Brood of Gerard Reve (welk boek staat het nou?) waar de huisarts op visite kwam, en daar kwam het drank/drugsverbruik van de patient ter sprake. De dialoog ging ongeveer zo: ‘Hoeveel gebruik je nou per dag?’ vroeg de arts. Voor de zekerheid halveerde ik (zei Brood/Reve) mijn daggebruik en gaf die uitkomst door. ‘Dat kan niet’ zei de arts ‘dan was je nu al dood geweest’

    • Haha! Die Brood/Reve!

      Dat stripboek is inderdaad Bar Mitswa. Ik heb deel vijf (Afrikaans Jeruzalem) ook maar meteen aangeschaft en gelezen. Aanraders van de bovenste plank.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *