Kuddedieren

We waren bij het POWOW Festival in Rotterdam en kregen een rondleiding langs speciaal voor de gelegenheid gemaakte street art in de Afrikaanderwijk. Samen met een stuk of veertig andere geïnteresseerden slenterden we door de straten. We stonden stil bij de kunstwerken en probeerden naar onze Vlaamse gids te luisteren. Die zei dingen als: ‘Met deze hyperrealistisch geïllustreerde vuilniszak in de vorm van een duif wil de kunstenaar uitdrukken dat wij onze wereld kapot vervuilen.’ Of: ‘Door de woorden onleesbaar door elkaar te plaatsen, wil de kunstenaar laten zien dat onze samenleving ten onder gaat aan een informatie overload.’

Mijn dochter slalomde op haar step door de kalm sjokkende menigte. Omdat het zo warm was, had ze haar trui uitgetrokken. Ze droeg nu enkel haar schoenen en een korte broek. Ze zei dat ze zich schaamde. Iedereen keek, dacht ze. ‘Welnee’, zei ik, ‘de mensen hebben hier wel vreemdere dingen gezien dan een meisje in haar blote bast.’ Een gesluierde vrouw duwde een kinderwagen voort.  Op een van de muren keek een gigantische vleermuis ons met grote glinsterende ogen aan.

Later die dag zou een rapper die luisterde naar de naam Snelle aan zijn publiek vragen wie er niet bekend was met zijn nummer één hit Reünie. Ik stak mijn hand op. ‘Die ene man daar kent het niet’, zei Snelle en wees naar iemand anders dan ik. Hij droeg zijn publiek op om heel hard mee te schreeuwen. ‘Zodat die ene man daar het straks ook kent.’ Heel erg hard schreeuwde het publiek niet mee. Deze ene man verstond er in ieder geval niks van. Ik stond ook te ver van het podium af. Toen ik het nummer later terugkeek, zag ik dat Snelle een hazenlip had en dat Reünie gaat over hoe hij vroeger werd gepest, maar dat dit hem juist des te meer motiveerde om rapper te worden. ‘Zonder jou was er geen muziek’, zingt hij zelfs.

Mijn dochter stepte verder. Drie jochies zaten op een trap voor hun huis. ‘Moet je die chick zien’, hoorde ik een van hen zeggen. ‘Wat een mongool’, zei een andere. Ik twijfelde of ik moest negeren. Mijn dochter stepte onverstoorbaar door en leek het niet te horen, misschien was het beter dat zo te houden. Ik keek hen zo vernietigend mogelijk aan, wat ongetwijfeld weinig indruk maakte, want ik ben niet zo goed in vernietigende blikken. ‘Ze noemden je chick’, zei mijn zoon toen we wat verder waren. ‘En mongool’, zei mijn dochter. Het leek haar weinig te interesseren. Maar bij haar is iets niet altijd wat het lijkt.

Veel mensen fotografeerden dit lantaarnpaalkunstwerkje van Spencer Little. Ik ook.

Schermafbeelding 2019-09-16 om 00.45.12

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *