VERDWENEN

‘Waarom ben ik altijd zo bang?’, vroeg mijn dochter toen ik haar naar bed bracht. ‘Dat weet ik niet’, zei ik, ‘waarom ben je niet bang als wij boven zijn?’ ‘Omdat ik dan zeker weet dat jullie niet verdwenen zijn’, zegt ze. Op vakantie moesten we altijd mee als ze naar de wc ging. Terwijl zij op de wc zat, stak ik mijn voeten onder de wc-deur. Ook al kon ze mijn schoen zien, toch vroeg ze om de tien seconden of ik er nog was. ‘Maar wij verdwijnen toch niet?’, zei ik. ‘Ooit wel’, zei zij. ‘Maar nu niet’, zei ik. ‘Maar het kan wel’, zei zij, ‘mensen kunnen zomaar verdwijnen.’

Toevallig had ik die avond deel 1 van het Verzameld Werk van Gerard Reve uit de kast getrokken om De Ondergang van de Familie Boslowits te lezen. Terwijl ik om de vijf minuten even naar de trap liep om te vertellen dat we er nog waren, las ik over de half verlamde oom Hans, de zorgzame tante Jaanne en hun zonen Hansje en Otto, die geestelijk gehandicapt was. Aanvankelijk is hoofdpersoon Simon nog opgetogen over het uitbreken van de oorlog. Maar langzaam maar zeker wordt het grimmiger. De zoon van vrienden wordt op het politiebureau in elkaar geslagen. Een tante in Berlijn beantwoord hun brieven niet meer. De arts van oom Hans maakt een einde aan het leven van zichzelf, zijn vrouw en twee zoontjes. En op de laatste twee pagina’s worden ook Jaanne en Hansje uit hun huis gehaald. Wordt het gesticht waar Otto zit ontruimd. En neemt oom Hans een overdosis slaappillen. Niemand die er iets aan kon doen, de familie Boslowits is verdwenen. Zomaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *