Schrödinger’s Gat (3/3)

VI

“Ik vond het echt een hele leuke dag,” zei Tina. Rupert keek haar hoopvol aan. Hopelijk niet te hoopvol- dit was de meest succesvolle date die hij in 5 jaar gehad had, en dat wilde hij niet laten merken. Rupert was nu 43 jaar oud- hij had altijd kinderen willen hebben. Het kroop dichter en dichter naar zijn laatste kans.

Ze boog wat meer naar voren.
“…Maar… Nou ja… Ik heb het altijd willen weten…”
Rupert knipperde het knakken weg, en knikte afwachtend, een geforceerde glimlach over niets anders dan zijn lippen.
“… Is het nou echt zo?”

Rupert knipperde, en bleef zwijgend glimlachen. Als je dit doet, kutwijf, durf het dan te doen. Haal die trekker over.
“Ik hoorde het,” legde ze uit, wegkijkend en aan heur haar draaiend, “Via via. Weet je. Ik wil alleen zeggen, nou ja, ik snap het niet. Maar ik heb nooit iemand ontmoet, die… Nou ja. Je weet wel.”

De gevoeligheid van het onderwerp heus wel beseffend, boog ze weer wat verder naar voren, en fluisterde: “Waarom doe je het niet zo goed dan? Ruik je het niet?”

De eerste keer dat Rupert die vraag van een vrouw hoorde was hij boos geworden. Hij rook niks. “Ruik JIJ wat,” was zijn paniekvolle wedervraag. Maar zo werkt dat niet, Rupert. Een vraag beantwoord je niet met een wedervraag. Je beantwoordt de vraag met “Nee”, waardoor de vrager weet: Ah, er is iets, maar hij ruikt het niet. Of je beantwoordt de vraag met “Ja”, waardoor de vrager weet dat jij poep ruikt. Die er dus is. De poep is er altijd, Rupert. Die gaat nooit meer weg. Ook al is die er nooit geweest. Want waarom heb je het dan nooit doorgehad, Rupert? Rook je niets, ofzo?

Rupert zijn ogen begonnen weg te draaien.
“Rupert?” hoorde hij in de verte, uitgerekt worden tot verder en verder en verder en verder….

VII

Rupert zweefde boven zijn slapende zelf. Hij zag Barbette- de laatste vrouw na Basstine die een relatie van meer dan een week met hem aandurfde. Ze kroop naar hem toe, haar wijsvinger uitgestrekt. “Nee,” wilde hij naar hen gillen, “Nee.”

Maar ze hoorden hem niet. Rupert kon niets roepen naar het verleden, alleen luisteren naar de verwijten en de excuses.
“Ik wilde gewoon beter kijken. Misschien het voor je schoonmaken,” hoorde hij. “Ik wil dat je van mijn poepgat afblijft,” was het tegengeluid. Wie heeft er gelijk? Na al die jaren?

“… en wil ik u dus het volgende presenteren,” hoorde hij in de verte, ingerekt worden tot dichterbij en dichterbij en dichterbij…

Een LED-lamp knalde aan. Geen slaapkamerlamp- dit was een schijnwerper. Rupert kneep zijn ogen dicht, en wilde ze afdekken met zijn handen. Dat ging niet.

“… Professor Tina’s Poepdoos,” ging de stem verder, gevolgd door luid applaus uit een grote zaal.
Rupert probeerde zijn handen los te trekken.
“Ooooh,” zei het publiek.

“Professor Schrödinger wilde aantonen hoe raar de quantumrealiteit is door met het voorbeeld te komen van de kat, die in een afgesloten doos tegelijkertijd dood en levend is totdat iemand de doos openmaakt en erin gluurt. Tina’s Poepdoos…” zei Tina, gekleed in een lange witte professor-jas, wijzend naar Rupert, “… Laat zien hoe quantum de realiteit is, en hoe veel raarder die is dan de quantumrealiteit.”
“Aaaah,” zei het publiek.

“Deze man,” zei Tina, “Heeft tegelijkertijd zijn billen wél EN niet goed geveegd- en niemand kan het beoordelen, want we kunnen nooit weten wie van ons tweeen de hersentumor heeft.”

Een slim kijkende man met bril stond op met opgeheven vinger, waarna een assistent hem een microfoon aanrijkte.
“hew he huu he”
“De microfoon graag aandoen,” zei Tina, de knop aanwijzend op een onzichtbare microfoon in haar hand.
“HALLO IK… Hallo. Kan die meneer zijn broek naar beneden doen.”

Veel mensen in het publiek knikten heftig. Ja, kan dat? Waarom doet hij gewoon niet even zijn broek naar beneden?”

“Dat zou de reeds quantum-quantumtoestand nog meer quantummificeren,” zei Tina. De slimme man knikte begrijpend maar afwachtend, zijn lippen op elkaar samen geperst.

Tina richtte zich tot Rupert.
“Als hij zijn broek naar beneden zou doen, zou iedereen wetenschappelijk onderzoek kunnen doen. Heeft hij wel of geen poep op zijn billen? Heeft hij een bruin poepgat? Of hebben we… Allemaal een hersentumor?”

De slimme man snoof hard in de microfoon. Ontstemd gemompel klonk op uit het publiek. Kom op hee. Beetje normaal doen, Professor Tina.

“… Het punt is,” ging Tina verder, “Dat dit heel raar zou zijn. Wat wij ook doen. Raar… Net zoals quantummechanica.”

Het publiek oeh-de en aah-de. Rupert bewoog op de stoel heen en weer. Hij zat vast. Het publiek begon te klappen. Tina draaide zich om naar Rupert, en knikte. Ook zij klapte mee- voor hem. Dit applaus is voor jou, Rupert.

Rupert probeerde los te komen. Het lukte niet. Hij zit vast.

8 responses

  1. Rupert, goeie naam, de speelgoedbeer van Family Guy’s baby Stewie heet ook zo. Maar ik heb wel een suggestie: probeer een week lang een witte onderbroek. Echt. We horen het wel.

  2. Wat laat een witte onderbroek zien wat een gebruikt stuk toiletpapier niet laat zien? Dit is trouwens gebaseerd op waargebeurde feiten!! Ik zat het viva forum te lezen, en in één van de onderwerpen vroeg dus echt een chick hoe ze het beste dit probleem kon aanpakken. De meeste reacties waren de saaie standaard “gatverredamme wat doe je bij zo’n man” variaties, maar ik vond het veel intressanter te beseffen dat ik als lezer geen idee heb hoe die kont er echt uit ziet! Misschien ziet ZIJ wel bruine spoken! Of het ongemak wat ik voelde na wat bizarre anekdotes over werk met collega’s te bespreken, en half lacherig te zeggen: “Ha, dit is allemaal zo raar, dit kan niet. Ik denk dat wij gewoon gek zijn, dit een gekkenhuis is, en wij alles maar verzinnen.”
    Hoe raarder het kantoorleven werd, hoe minder grappig ik die gedachte vond.

  3. Rupert kan het best een hondje nemen. Die ruiken alles en die doen ook nog voor hoe het schoon te maken. Maar dan misschien begint zijn vriendin dan te klagen over zijn adem of dat hij zijn tanden niet poetst.. het is ook nooit goed.

  4. Zo menen mijn vrouw en kinderen dat mijn poep stinkt. Zelf ruik ik niks bijzonders, terwijl mijn reukorgaan toch behoorlijk goed werkt.

    • Gewoon zeggen: dat is quantum mechanica. En als ze dat niet snappen, dan zeggen dat het pas quantum mechanisch zou zijn als ze het wél snapten.

      • ‘Als je het snapt, dan snap je het niet’, zeg ik altijd als het over quantummechanica gaat. ‘En aangezien je het niet snap, snap je het. En dus snap je het niet! En dus snap je het! En dus snap je het niet!’ En dan zie je op een gegeven moment stoom uit hun oren komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *