De scheet

Station Etten-Leur, zondagmiddag 13.22 uur. Mijn kinderen en ik, we stappen de trein uit. Voor ons schoffelt een man. Schouders naar beneden. Broek tot halverwege zijn kont. Mijn dochter ziet het niet. Ze loopt bijna tegen hem aan. Dan laat de man een duidelijk hoorbare scheet. Tien meter verderop durft mijn dochter eindelijk iets te vragen. ‘Was die man dronken?’, vraagt ze. ‘Waarschijnlijk wel’, zeg ik. ‘Dat was een zwerver’, zegt mijn zoon. ‘Zou kunnen’, zeg ik. ‘Ik hoorde iets raars’, zegt mijn dochter. ‘Ik weet het’, zeg ik, ‘hij liet een knalharde scheet.’ We schieten gezamenlijk in de lach. Mijn broer staat aan het einde van het perron. Hij zwaait. We zwaaien terug. Ik vertel hem dat bij het uitstappen een zwerver een scheet in het gezicht van mijn dochter heeft gelaten. We lachen nu met z’n vieren en stappen de Tesla in.

Het is de eerste keer in mijn leven dat ik in een Tesla zit. Dat geldt ook voor mijn kinderen. Mijn broer is altijd al van de gadgets geweest. Dit is zijn grootste gadget tot nu toe. Binnenin is de Tesla helemaal glad en kaal. Geen dashboard, geen spiegel. Enkel een stuur en een enorme tablet waarop alles gebeurt. Op het tablet worden wij in kleurige letters welkom geheten. Mijn broer vraagt of we willen voelen hoe snel hij op kan trekken. Hij vertraagt. Geeft dan plankgas. We worden met enorme g-krachten in onze stoelen gedrukt. Mijn kinderen beginnen te lachen. Mijn hoofd begint pijn te doen. Mijn hersens kunnen dit niet verwerken. Ik smeek om genade. Ik ben bang dat Tesla geen zin heeft om naar mijn broer te luisteren en het van hem overneemt, op moordtocht door Etten-Leur. Of dat hij geen zin meer heeft in zijn bestaan als auto en weigert af te remmen terwijl we recht op de rotonde af gaan. Ik vertrouw het voor geen meter. Maar dan rijden we alweer rustiger.

Als we bij mijn broer thuis zijn, spoor ik mijn dochter aan om het verhaal te vertellen over de zwerver die een scheet in haar gezicht liet. Het verhaal is een groot succes. Ze zal het nog twee keer vertellen die middag, aangespoord door haar vader. En keer op keer is het gelach groot. Dan zit de dag er weer op. Rijden we weer terug in de Tesla. Ik vraag mijn broer of hij niet bang is dat de Tesla uit zichzelf gaat rijden. ‘Die software update heb ik niet genomen’, zegt hij. Hij kent wel iemand bij wie de Tesla in de wasstraat op hol was geslagen.

Een kleine drie uur later zijn we terug in Zwolle. We zitten aan tafel met mijn vrouw, die in Amsterdam naar Foam was geweest. ‘Vertel eens wat er gebeurde op het station’, zeg ik tegen mijn dochter. Mijn dochter begint te huilen. Ze had het verschrikkelijk gevonden dat de man een scheet in haar gezicht had gelaten. ‘Maar je moest er steeds om lachen’, zei ik, enigszins overmand door een razendsnel opkomend schuldgevoel. ‘Ja, ik ga toch niet huilen bij al die mensen’, zei zij. ‘Maar je vertelde het toch graag?’, zei ik. ‘Maar dat moest van jou.’

Een dag later ging ik naar Nick Cave die mij op het hart drukte dat er weinig mooiers is in het leven dan het ouderschap.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *