Leven is loslaten (2)

Ik ging mijn zoon ophalen om hem naar gitaarles te brengen. Hij kwam net naar buiten met zijn beste vriend. Die ging de stad in om naar zijn vriendinnetje te gaan. ‘Heb je een vriendinnetje?’, vroeg ik. Dat bleek dus niet helemaal duidelijk. Het vriendinnetje had het uitgemaakt, zo werd beweerd. De beste vriend van mijn zoon wist van niks, maar de rest van groep zeven en acht wist het wel.

Na gitaarles brachten wij de voetbalspullen van mijn zoon langs bij zijn beste vriend. Diens vader deed open. Mijn zoon zei tegen hem dat hij naar de stad ging om zich bij zijn beste vriend te voegen. ‘O’, zei de vader, ‘is hij in de stad. Wat zijn jullie aan het doen?’
‘Ze zijn op vrouwenjacht’, zei ik.
‘Aan het stalken’, zei mijn zoon.
‘Hm’, zei de vader van de beste vriend van mijn zoon, ‘dat klinkt niet best.’

Bij een kruispunt aangekomen vroeg mijn zoon of ik wist dat vrouwen alleen maar geld kunnen opmaken. ‘Wat een onzin’, zei ik. Mijn zoon vertelde over een vrouw die zei dat ze haar man miljonair had gemaakt. ‘Hoe heb je dat gedaan?’, vroeg een andere vrouw. ‘Hij was eerst multimiljonair’, zei de vrouw.

Mijn zoon ging naar rechts, de stad in. Ik keek hem na en stak over. ‘Goed uitkijken!’, schreeuwde ik nog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *