Joggingbroek

Een paar dagen geleden kreeg mijn vrouw ineens het idee om te gaan tennissen. Ooit tenniste ik regelmatig. Maar toen vloog mijn knie een paar keer uit de kom en tenniste ik nooit meer.

Bij de sportwinkel kocht ik een blik ballen. Toen we terug naar huis liepen vroeg mijn vrouw naar mijn kloffie. Ik zei dat ik een korte broek wilde aantrekken. ‘Ben je gek?’, zei ze. Ik zei dat ik even terugging naar de sportwinkel om een joggingbroek te kopen.

Ik nam twee joggingbroeken mee naar het pashokje. De verkoper vroeg hoe ze zaten. Prima, zei ik. Onder het pashokjesgordijn door kon de verkoper aan de pijpen zien dat ik nu de relaxte joggingbroek aanhad. ‘Daarvan hangt het kruis wat lager’, zei hij. ‘Lekker om in te tennissen, maar ook voor een dagje bankhangen.’ Ik zag mezelf in deze broek wonen.

Thuis werd de broek hoofdschuddend bekeken. ‘Ik had mee moeten gaan’, zei mijn vrouw. ‘Wen er maar aan’, zei ik, ‘want deze broek gaat niet meer uit.’

Ik hield woord: ik heb mijn joggingbroek niet meer uitgedaan. Ik heb erin getennist, ging ermee naar de supermarkt, kocht twee vlonders die de basis van een dakterras gaan vormen, ging samen met mijn kinderen op cadeautjesjacht omdat hun moeder bijna jarig is, hees de vlonders het dak op, stak de barbecue aan, grilde kipspiesjes, bakte rijst, at alles op, maakte een dominobaan met Kapla en keek naar Wie is de Mol?, the Umbrella Academy en The Kingdom. En nu schrijf ik dit stukje in mijn joggingbroek.

Vlak voordat Wie is de Mol? begon las mijn vrouw een stukje over landen waar vrouwen en mannen verschillende woorden voor hetzelfde hebben. ‘Je bedoelt dat vrouwen ja bedoelen als ze nee zeggen’, zei ik. Volgens mijn vrouw was het de joggingbroek die hier sprak.

10 responses

  1. Joggingsbroek? Da’s hartstikkes fout, meneer Moslovich! Fuckings swrong! Ens iks hads taalskundig gezsien nsog wsel z’on hoges pets vsan u ops.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *