Zaterdag

Mijn zoon vraagt hoe ik zaterdag noem. Zaterdag, zeg ik. Hoe jij dan? Zaterdag, zegt hij. Ik zoek een onderbroek voor ’m. Toch gek, zegt hij, dat ik al in de onderbouw heb geleerd dat zaterdag zaterdag heet en dat ik dat woord nog steeds gebruik. Ik zeg ‘m dat dit voor nog veel meer woorden geldt. Voor de, het en een ook, om er een paar te noemen. En voor huis, voor auto en voor bal. Ja, zegt hij, dat weet ik, maar toen ik in de onderbouw zat dacht ik altijd dat je andere woorden zou gebruiken als je ouder werd.

Hij dacht de hele wereld te kennen toen hij vier was. En toch hoorde hij ons over dingen praten die hij niet begreep. De conclusie moest wel zijn dat wij andere woorden nodig hadden om hetzelfde te zeggen.

8 responses

Laat een reactie achter bij Max Molovich Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *