Manband

“Ik heb het!” stormde Bob van der Meur de directiekamer binnen, met een stapel presentatieborden onder zijn arm. Gars, Hark, en Barsten keken hem aan met een blik alsof ze oude dieren waren die, wat ze ook deden, steeds dieper vast in de modder aan het zakken waren, en nu deden ze gewoon maar niets meer.

“Let op,” zei Bob, zoekend tussen de borden en de juiste er voorzichtig uit vissend.
“Let op,” herhaalde hij, voorzichtig de stapel of de vergadertafel leggend, en de ene in zijn armen naar de juiste stand draaiend.
“Let op: kijk.”

Gars, Hark en Barsten keken hem vermoeid aan. Bob keek ondersteboven naar zijn bord, om zeker te zijn dat niet dat bord dat was. Voor zijn publiek. Voor hemzelf was het natuurlijk wel ondersteboven. Gars, Hark en Barsten volgden nog vermoeider zijn blik.

“The Voice Senior,” zei Bob, zich snel herstellend naar een meer enthousiast: “The Voice, Senior!”
Gars, Hark en Barsten keken hem twijfelend aan.

“Het is een kijkcijferkanon,” legde Bob geduldig uit, “Natuurlijk. Het is… Nou ja, het is gewoon stom dat ik het niet eerder begrepen heb. Tv is voor bejaarden, dat weet iedereen. Maar: bejaarden die blijkbaar jong van hart willen zijn. Je bent zo oud als je je voelt!” riep hij triomfantelijk uit.

Iedereen is zo oud als die zich voelt,” fluisterde hij op samenzwerende toon, “Daar moeten wij op inhaken. Dus. Ok. Let op.”

Bob legde de eerste plaat, met een shot uit “The Voice Senior” en een excel staafdiagram met kijkcijfers neer op de tafel, en pakte plaat twee van de stapel.

“Let op, ” zei hij.

Nog één keer gluren over de rand of hij de plaat op de juiste manier omhoog hield, en daarna weer vlammen:

“Let op. Kijk. Zie je? 60 is het nieuwe 20. Jong van geest! Wij zijn nog niet dood! Ik doe er nog steeds toe! Dat is de stemming. Dus presenteer ik uuuuu…”

Bob legde snel plaat twee, met foto’s van lachende bejaarden in hippe kleren en hippe brillen en hippe gekleurde kapsels, neer op de tafel en pakte plaat drie.

“… Dus presenteer ik uuuuu…”

Een kwartslag draaiend: “Dan presenteer ik u nu…” veelbetekenende pauze: “De Manband.”

Drie paar lege blikken staarden door Bob heen. Prima, slikte hij, begreep hij wel, dit zijn harde tijden voor de muziekindustrie, het bijna lijk had zich zo goed als naar het olifantenkerkhof gesleept, dat begreep hij ook wel. Maar voor Bob is uitsterven gewoon een uitdaging. Aanpakken! Misschien kan je de dood niet tegenhouden, maar je kan wel wat trager kruipen!

“Boyband? Huh? Zei hij dat nou? Nee. Manband. Ik zei het echt. Vrouwen van 60 hebben dezelfde verlangens als toen ze 20 waren! The golden age van de boybands! New Kids on the Block! Backstreet Boys! Boyzone! Zij willen terug naar die ongedwongen zwijmeltijd, maar dan wel in het nu! Ouwe mensen mogen ook hip zijn! Manband! Kijk, en we noemen ze…”

Bord vier werd gepakt en zwierig omhoog gehouden: “Tinnitus! Haha! Snap je? Ligt goed in het gehoor? Ha! Ja, knipogen, dat kunnen oude mensen wel! En we hebben een manband, hoor: let op.”

“Let op,” mompelde Bob nogmaals, bord vijf pakkend.

“Guurt! Guurt is de lead-singer. De droom-man. Bijna al zijn haar nog, zwoele blik achter de varifocus bril. Colbertje over de spijkerbroek die zegt, hee, ik ben volwassen, maar ik durf er nog best te zijn! The Good Guy, de ideale schoon-LAT-partner. Maar: tweede man: de bad boy. Van ‘t Veen. Gewoon bij zijn achternaam. Zo wordt hij gewoon genoemd. Van ‘t Veen heeft steffordshires, en dat zijn de liefste honden- maar je moet wel de baas zijn. Dat is Van ‘t Veen. Hij heeft ook een scooter, die hij misschien wel, misschien niet heeft opgevoerd. De overheid? Dat is allemaal maar onzin volgens van ‘t Veen!”

Bob zijn handen begonnen licht te trillen. Hij hoopte dat hij zijn presentatie kon beeindigen voor het echte zweten zou doorkomen.

“Zie je hoe hij eruit ziet? Lekker kaal geschoren, mooie dikke snor, tribal tattoos en een bruine tint die laat zien dat hij “Devil May Care” is wat betreft huidkanker. Het randje zoeken! Risicos! Gaaf!”

Gars keek met een vies gezicht naar de groepsfoto op bord vijf.
“Ik zie allemaal bejaarden,” zei hij met een zuur gezicht.
“…Ja,” beaamde Bob, “…Groeimarkt! Dit is waar het geld nog zit! Deze mensen snappen niet wat een spotify is. Zij kopen nog platen!”
“Kan dat zooitje uberhaupt zingen,” vroeg Hark met een gezicht alsof Bob net bedorven stront over hem gebraakt had.

Nu reageerde Bob bijna beledigd.
“Kom op. Wanneer is dat ooit een criterium geweest? Kan Famke Louise zingen? Als dat mens live zingt kan ze maar één noot aanhouden, en zelfs dat is een valse. Daarom hebben we toch autotune!! Kom op.”

Bob pakte Bord zes, met een bijzonder fraai taartdiagram erop, en wees naar de twee vlakken.
“Met Tinnitus en Famke Louise bedienen we 98 procent van de muziekmarkt. Famke Louise voor de post K3 fase van 12 jarige meiden en hun ironisch geilende vaders, Tinnitus voor al de rest! Ik heb al wat liedjes voor ze gepend. Let op: “Ik weet niet meer wat passie is- maar gezelligheid is net zo knus” of de zomerknaller: “Ik poep in de badkamer terwijl jij douched en daarom zijn wij als eersten bij de ligbedden van het hotel” Het echte leven! Relevant, maar met beats, die ouderen laat weten: hee, wij horen er nog bij! Dit, heren, is de toekomst van de muziekindustrie!”

Barsten knikte. “Hij heeft gelijk,” zei hij, terwijl hij een kogel met zijn duim in een revolver laadde, “Hij heeft gewoon gelijk.”
Barsten duwde nog een kogel in de cylinder, en merkte toen de stilte op. Hij keek Bob aan van over zijn bril.
“Ga door,” moedigde hij hem aan.

“Ehh…” Bob twijfelde, maar Barsten knikte hem vriendelijk toe, ondertussen kogel nummer drie laaddend.

“Ehh wel, ehm, ehh… De anderen! Kijk!”

Bord zes werd al een stuk vloeiender gepresenteerd. Oefening baart kunst! Het klinkt misschien suf, maar het is wel zo.

“Erik-Jan is echt de mysterieuze ladykiller. Leesbril altijd op zijn hoofd, polo over zijn schouders geslagen. Hij komt dan ook vaak met de wijze uitspraken, bijvoorbeeld dat problemen van probleemjongeren niets met afkomst te maken hebben, maar met de armoede. Hij zet je aan het denken, die Erik-Jan! En kijk, daar is Bep. Bep is nog reuze fit voor zijn leeftijd! Elke zondag op de racefiets! “Leeftijd is maar een nummer,” lacht hij vaak! Ja, Bep is de clown van de groep! Bulderende lach gevolgd door “Jajajaja! Zo zit het maar net!” Zo is Bep!”

De revolver van Barsten was nu volledig geladen. Hij klikte het ding dicht, draaide aan de cylinder, en keek met één oog door de loop om te controleren of die wel goed schoon was.
Dacht Bob dan, tenminste. Misschien kun je dat beter doen met een open loop, Barsten. En een ongeladen pistool.

“Is Bep geen vrouwennaam,” mompelde Barsten, nog altijd turend in de loop.
“Nou ja,” zei Bob een beetje timide, toch iets ontmoedigd door dit pistoolgedoe nu ineens, “De marketing afdeling was erop gekomen. Als stage-name. Het moet toch allemaal een beetje catchy zijn.”

“Bep,” herhaalde Barsten.

“Nou ja, voor de doelgroep,” zei Bob.

“Ik ben best cynisch,” zei Barsten, zich rechtop duwend in zijn stoel, “Bob. Best cynisch. Ik bedoel: de muziekindustrie. Je moet wel cynisch zijn. Je merkt dat iets populairs is, en je maakt er een aftreksel van. Prima. We melken bands dood veertig jaar na hun houdbaarheidsdatum. Prima. Maar we maakten iets wat leek op rock en roll, Bob. Wat er op LEEK.”

Bob hield zijn wijsvinger omhoog: “Rock en roll is niet dood! Rock en roll is bijna dood. En daar kunnen we op inspelen! Vandaar, de manba…”
Barsten liet hem niet uitpraten. Hij stopte de revolver in zijn mond, haalde de trekker over, knalde naar achteren en gleed van zijn stoel, een spoor van bloed en hersenen als erfenis voor de schoonmakers.

Gars en Hark keken naar het op de tafel gevallen wapen alsof het de laatste cracker met caviaar op een dienblad was. Ahh, dat waren de tijden…
Gars stak zijn hand uit, zag dat Hark dat ook deed, en keek hem verontschuldigend aan.
“Nee, neem jij maar, ” wuifde Hark hem vriendelijk toe.
Gars knikte, pakte het wapen, zette het tegen zijn hoofd en twijfelde.
“Ik kan ook jou eerst doodschieten,” stelde hij voor.
“Oh dat zou aardig zijn,” glimlachte Hark. Gars knikte, schoot hem door zijn hoofd, en toen zichzelf.

Bob hield bord zeven omhoog. Die had hij stilletjes gepakt tijdens de collectieve zelfmoord, in de hoop dat ze niet hem zouden neerschieten.
Op bord zeven stond Karel nog, als laatste van de groep, maar het leek niet alsof de aandacht van de directie er nog helemaal bij lag.

“Is dat een nee?” vroeg Bob voorzichtig. Geen reactie. Bob voelde zich ongemakkelijk, helemaal toen Gars begon te stuiptrekken. Wat moest hij daar nu weer mee doen? Al dat bloed, en heeft het überhaupt zin iets te doen, vragen, vragen…

“Ik kan ook anders later terugkomen?” vroeg hij zachtjes. Misschien zou hij bij de receptie aangeven dat Gars aan het stuiptrekken was. Ook weer een hoop gedoe, misschien zouden ze dan vragen waarom hij niet… Blablabla. Bob zou wel gewoon naar huis gaan. Morgen weer een nieuwe dag. Hopelijk dan wel zonder gedoe.

3 responses

    • Een dichter die goeie gedichten maakt, is helaas niet automatisch een goed performer. Soms zou je willen dat iemand anders zijn of haar gedichten voor zou lezen. Want man, wat zijn er een boel bij waar het gevaar van in slaap dommelen aanwezig is, zeker als het zo laat wordt. Slammers willen nog wel ‘ms de boel wakker houden, maar die zie ik er niet zo tussen. Ach, leefde Johnny van Doorn nog maar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *