De koe

Er staat al een tijdje een koe in onze tuin. Geen idee hoe die daar gekomen was. Onze niet al te grote stadstuin wordt aan alle kanten omheind door twee heggen, een muurtje, een schutting en ons huis. In de grootste heg zit weliswaar een gat doordat ik ‘m ooit iets te enthousiast had gesnoeid, maar dat gat is inmiddels bijna weer dichtgegroeid en lang niet groot genoeg om koe doorheen te krijgen. De buren weten ook van niks. We hebben naar sporen gekeken in hun tuinen, maar niks ontdekt.

De koe moet of uit de grond zijn gekomen, of uit de lucht zijn gevallen. Je ziet weleens beelden van koeien die door helikopters uit een rampgebied worden getakeld. Met zo’n brede band over de buik. De poten bungelend. De blik verbaasd en berustend tegelijk. Maar als dat hier ook heeft plaatsgevonden, dan hadden we toch wel wat moeten horen? Helikopters zijn ook niet bepaald geruisloos. Het lijkt me onmogelijk dat zoiets onopgemerkt aan de hele buurt voorbij is gegaan.

De koe in kwestie mist de gele oormerken die je normaal bij koeien ziet. Ik weet nog wel dat die ergens eind jaren ’80 werden geïntroduceerd. In mijn omgeving werd er schande van gesproken. Je gaat een beest dat zo onlosmakelijk verbonden is met ons landschap toch niet zo’n afzichtelijk oormerk aanmeten? Dat was niet alleen dierenmishandeling maar ook landschapsvervuiling! Ik was destijds tegenstander van de oormerken. Inmiddels ben ik gewend aan die stukjes geel plastic. Ik zie ze niet eens meer, ze zijn onderdeel geworden van de koe. En nu er een vreemde koe in mijn tuin staat, begrijp ik bovendien het nut. Had mijn koe oormerken gehad, dan had ik de rechtmatige eigenaar inmiddels wel gevonden.

Ik ben geen koekenner, maar volgens mij is het een doodgewone Fries-Hollandse koe. Zwart met witte vlekken. Haar neus is roze en ook wat zwarte vlekken. Net een omgekeerde wijnvlek.

Begrijp me niet verkeerd, wij zijn blij met de koe. Het is een bijzonder lief beest. Ik mag graag verdrinken in haar gitzwarte ogen. Hoe ze je aanstaart terwijl haar kaken heen en weer malen, dat ontroert mij keer op keer. Maar wij niet voor haar blijven zorgen. Toen er nog gras groeide op ons gazon, was er geen probleem. Maar inmiddels is ons hele gazon kaalgegeten. En zolang het niet regent, groeit het niet aan.

Via onze buurtapp had ik eerder alle buurtbewoners opgeroepen om hun gemaaide gras bij me te komen dumpen. Daar werd gretig gebruik aan voldaan. Maar ook bij onze buren raakt de grasvoorraad uitgeput.

Een ander probleem is de hoeveelheid stront die het beest produceert. Dat gaat ook maar door, zeker nu we extra gras laten aanrukken. Ons olijfboompje doet het wel wat beter nu we het hebben bemest. En onze stokroos bloeide beter dan ooit. Maar ook voor ons bloemenperkje geldt: het is niet bepaald onuitputtelijk groot. We hebben wel wat buren kunnen vinden die blij zijn met zo nu en dan wat mest, maar of het een blijvende oplossing is, is een andere vraag.

De kinderen zijn trouwens ook dol op de koe. Net als onze kat. Die komt graag langs om de koe kopjes te geven. De koe ondergaat het allemaal allervriendelijkst. Ze kijkt, ze herkauwt, ze kijkt nog een keer. Vol liefde en genegenheid. Ikzelf mag graag in haar nabijheid verkeren. Gewoon een boekje lezen, terwijl ze aan het grazen is. Als de zon erg hard schijnt, ga ik in haar schaduw liggen. Haar melk is trouwens ook van een uitstekende kwaliteit.

Maar hoezeer we ook aan onze koe zijn gehecht, er moet iets gebeuren. Onze kleine stadstuin is geen plek voor een volwassen koe. Door de aanhoudende droogte is ze aanzienlijk vermagert. Bovendien: misschien was het beest wel van een arme boer die nu enkel nog een enkele kip en een geit bezat. Was dit zijn levensader en zat hij nu rouwend in een stoel waar zijn grootvader ook nog in had gezeten, niet in staat om zich te verroeren en naar zijn koe op zoek te gaan. Het is onze morele plicht de eigenaar van deze koe te vinden.

Dus, bij deze: mocht u een boer in Zwolle en omstreken kennen die een koe kwijt, dan stellen wij het zeer op prijs als u dit aan ons bekend maakt.

One response

  1. Risicomanagement in de 8erhoek.
    Mijn vader overlegde in 1948 met zijn vader of hij een stuk grond zou kopen om er een huis op te zetten, of dat zijn werkgever dat maar moest doen. Mijn opa vroeg: “Is het groot genoeg om een koe te houden?” “Nee”, antwoordde de directeur van de boerenbond. “Dan moet je dat huis maar niet zelf, maar door de bond laten bouwen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *