Bloemetje

‘Jullie zijn de vijfde bewoner in twintig jaar’, waren zijn eerste woorden toen ik me voorstelde. Alsof ons huis gedoemd was. De vorige bewoner van ons huis noemde hem ‘de Indiaan’. Vanwege zijn zwarte staart. Onze kinderen kende hem als buurman Bloemetje. Vanwege de bloemetjes voor zijn huis. Oudere bewoners noemden hem Ben. Vanwege de naam die zijn vader en moeder hem hadden gegeven: Ernst Benjamin. 

Hij zat vaak voor zijn huis, een sigaar te roken. Vooral als er kinderen op straat aan het spelen waren. Dan zette hij zijn stoel buiten en keek hij. Met sint Maarten deelde hij cadeautjes uit. Van heinde en verre kwamen er kinderen om iets moois te scoren. De eerste keer wist ik niet wat ik zag. Vanaf 18.30 uur stond er een rij van gemiddeld twintig kinderen lang. Als het slecht weer was werden er kinderen door hun ouders met de auto afgezet. Zo’n kind zong dan voor onze buurman dat de koeien staarten hadden. En terwijl zo’n kind een liedje zong, ging onze buurman naar achteren en kwam hij terug met een cadeau. Oudere kinderen kregen een chocoladeletter. De volgende ochtend lag er overal in straat pakpapier.

Wij kwamen in de jaren erna meestal wat later, als de rij een stuk kleiner was. De cadeaus voor de buurtkinderen had hij apart gelegd. Het waren geen misselijke cadeaus. Mijn zoon heeft een keer een racebaan van ’m gekregen. De racebaan heeft het nooit gedaan, maar dat wisten we nog niet toen we het cadeau uitpakten.

Hij noemde het zijn hobby. Het hele jaar verzamelde hij cadeaus om ze op 11 november weg te geven. Of hij er voldoening uit haalde viel moeilijk te zeggen. Aan zijn gezicht kon je weinig aflezen. Maar voor onze kinderen had het iets magisch. Alsof Sinterklaas bij ons in straat woonde.

Ik zag hem vaak door de straat sjokken. Altijd in zijn winterjas, ook als het buiten dertig graden was. Zijn huis deed me aan de knapzak van Douwe Dabbert denken. Als er een buurtbarbecue was, dan haalde hij barbecues, buitenspeelgoed, sta-tafels, picknickbanken en picknicktafels tevoorschijn. Zelf deed hij niet mee aan de gezelligheid. Hij bekeek het liever vanuit zijn deuropening. De volgende dag was hij altijd als eerste op om de tafels weer af te doen en naar binnen te halen. Niemand kreeg de kans om te helpen.

Niet afgelopen vrijdag maar de vrijdag daarvoor stond de directe buurman van buurman Bloemetje ineens voor ons raam te zwaaien. Het was een uur of elf in de avond. Onze kinderen waren net gaan slapen in een tentje in de tuin. Ze hadden die dag hun laatste schooldag gehad. Het was bloedheet, wij waren bekaf en stonden op het punt naar bed te gaan. Ons gordijn was er eerder die week afgevallen. Ik zwaaide vrolijk terug. ‘Volgens mij is er iets’, zei mijn vrouw. Ze liep naar hem toe. De buurman voelde z’n rechterkant niet meer. Zijn rechterarm en rechterbeen waren verlamd. Hij praatte nog helder. Ik belde 112, mijn vrouw ging kijken of de verpleegster van een paar huizen verderop thuis was. De hulpverlener aan de telefoon vroeg of hij onze buurman zelf kon spreken. Dat kon. Hij vertelde wat er was gebeurd. Dat hij bezig was zijn duiven te voeren toen hij ineens door zijn knieën zakte. Er sneuvelde een ruitje. Hij strompelde naar buiten, had in het voorbijgaan de televisie nog uitgezet. En ging toen voor ons raam staan zwaaien. Nu zat hij op ons bankje.

Een kwartier later kwam de ambulance onze straat in rijden. Ze onderzochten hem een tijdje. Een buurvrouw kwam met ons praten. Ze had net een nieuwe heup. Het ging goed. Ik had haar Jabberwocky van Terry Gilliam geleend. Ze was nog niet in de gelegenheid geweest de film te bekijken. ‘Neem je tijd’, zei ik. Een van de twee broeders kwam uit de ziekenwagen. Ze namen onze buurman mee naar het ziekenhuis. Of ik wat schoon ondergoed en een tandenborstel kon brengen. Dat kon ik. Een half uur later wachtte ik op de spoedafdeling van het Isala Ziekenhuis op mijn buurman die onderzocht werd. Hij had geluk gehad. Ze hadden hem op tijd bloedverdunners kunnen toedienen. Hij moest 48 uur aan de monitor blijven. Dat kon niet, zei hij. Zijn duiven hadden hem nodig.

Een week later was het deze buurman geweest die op maandagochtend een voorgevoel had. Hij had het hele weekend niks gehoord. Samen met weer een andere buurvrouw klopte hij aan bij Ben. Er werd niet opengedaan. Veertig jaar woonden ze naast elkaar. Afgelopen vrijdag hebben ze elkaar voor het laatst begroet. ‘Hij zag er slecht uit’, zei de buurman die een week daarvoor zelf door het oog van de naald was gekropen.

Ben is 79 jaar oud geworden. Het is ook geen weer om oud te zijn.

5 responses

Laat een reactie achter bij oud zeikwijf Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *