Lof der haat

Liefde hier, liefde daar, maar heeft iemand het over over de vreugde van het haten? Ik kan erover meepraten, sinds ik het ben gaan missen.

Aanschouw het object van mijn afkeer: mijn buurvrouw. Zij had, behalve een trits jaren van mijn leven vergald door haar acties naar de woningbouwcorporatie en de rechtszaken die erop volgden, het duivelste gepresteerd: mijn bloedeigen in elkaar geknoopte drijvende eiland uit Amsterdam laten verbannen.

Een onvergeeflijke daad.

Ik heb gezwolgen in hartgrondige, bodemloze rancune. De wrok spoot uit mijn galblaas, doorwrocht mijn ingewanden, kleurde mijn dagen. Ik beantwoordde haar niet aflatende pesterijen met gelijke munt. Wie stormde naar buiten om haar hulpje te filmen terwijl hij in de gevel boorde? Ik. Die het filmpje op CD brandde? Ik. Die de CD opstuurde naar de woningbouwcorporatie? IKKE IKKE IKKE. Hoe heerlijk was het om eindelijk een mens ongebreideld te mogen haten! Hoe fijn het samenzweren met mijn nijd, hoe delicieus mijn wraak. Ik kreeg er geen genoeg van.

Tot ze opeens doodviel.

Na een kort juichdansje in de tuin “DING DONG THE WITCH IS DEAD, THE WITCH IS DEAD THE WITCH IS DEAD, DING DONG THE WITCH IS DEAD, THE WICKED WITCH IS DEAD” viel de stilte.

Het is jaren geleden. Hoe saai is het leven zonder haat.

5 responses

  1. Same! Als kind een leven volgepropt met verjaardagsfeestjes van familieleden, meegesleurd door ouders die op de weg terug de hele rit kankerden over “Nooouuu heb je gehoord hoe DIE aan het praten was???”
    Eenmaal volwassen dacht ik de grootste pret te hebben met al die mensen af te snijden, maar ik mis het. Ik mis verplicht om te gaan met mensen die ik niet kan uitstaan. Al was het alleen maar voor de inspiratie voor karakters in verhalen. Gelukkig heb ik nog een stomme kantoorbaan, anders was mijn leven echt een hol bestaan geworden.

Laat een reactie achter bij Henk van S tot S Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *