De wasbeer (2)

De ochtenden zijn het mooist hier. Rond een uur of zes als de zon op komt ligt er een dikke nevel over het meer en het strand en het grasveld. Zo dik dat je het water niet kan zien. De rest van mijn gezin is nog in diepe slaap. Er heerst een weldadige rust in ons huisje.

Voordat ik opstond had ik een klein kwartier naar het gezicht van mijn slapende vrouw gekeken. Ze had haar hand dichtbij haar mond, alsof ze duimde. Haar adem rook zoet. Dat hele kwartier was ze roerloos. Droom je eigenlijk de hele tijd als je slaapt of heb je maar een paar dromen per nacht?

Ik deed de deur open en stapte naar buiten, de veranda op. Het bedauwde gras glinsterde van het zonlicht. Ik leunde op de reling en snoof de geur van deze ochtend diep naar binnen. En terwijl ik zo grondig inademde, hoorde ik achter mij iets ritselen. Hondennagels op een gladde vloer. Ik draaide mij om en zag het gordijn een bewegen.

Binnen op tafel zat geen hond maar een wasbeer. Hij had het zakje pinda’s gevonden dat mijn schoonvader had achtergelaten. Toen ik in de deuropening verscheen keek hij me geschrokken aan. Trillend staart, oren omhoog, de rug gekromd. Zijn kaken stopten even met malen en gingen toen weer verder. Aan z’n ogen zag je dat hij niet heel goed wist hoe te handelen in deze situatie. Wist hij dat hij iemands huis was binnengedrongen? Maakte hij de koppeling tussen het huisje en mij? Of zag hij ons huisje als onderdeel van zijn bos en was ik enkel een indringer die een aangenaam moment in zijn leven verstoorde?

Een halve seconde later schoot de wasbeer langs mij heen, naar buiten toe. Ik riep hem nog na dat hij altijd langs kon komen en dat hij niks van mij te vrezen had.

De volgende ochtend verliep hetzelfde. Zij het dat de zon verdwenen was en er regen voor in de plaats was gekomen. En terwijl ik buiten van de lentegeuren genoot, schoot de wasbeer naar binnen om pindaatjes te zitten eten. Ik had er expres wat op tafel gelegd. Dit keer echter, toen ik in de deuropening kwam staan, bleef de wasbeer rustig dooreten. De houding was nog steeds hetzelfde. Het soort houding van waaruit je alle kanten op kan. Als een strakgespannen veer.

Terwijl de wasbeer at, ging ik rustig op de bank zitten. ‘Je woont in een mooie buurt’, zei ik tegen de wasbeer. ‘Gisteren zagen wij een haas over de akkers springen. De dag daarvoor liep er een eekhoorn voor onze fietsen uit. En de dag dáárvoor stond er een hert met jong op een open plek tussen de kastanjebomen. Mijn dochter noemt het hier het magische bos.’ De wasbeer likte het zout van zijn poten, keek mij allervriendelijkst aan, stapte rustig van de tafel op een stoel, daarna van de stoel op de grond en liep op vier poten ons chaletje uit. ‘Je bent altijd welkom’, zei ik tegen hem.

De meeste mensen kennen de wasbeer als een schuchter dier. Zeker, ze zijn op hun hoede. Echter, als je ze wat beter leert kennen en als je laat merken dat je te vertrouwen bent, blijken ze een zeer warme persoonlijkheid te hebben. Nooit te beroerd om een helpende hand uit te steken. Op de derde dag dat de wasbeer bij ons op bezoek kwam om pindaatjes te eten, besloot ik even onder de douche te stappen. Toen ik terugkwam was hij bezig om de vaatwasser uit te ruimen. Hij gooide het bestek wat door elkaar en legde lepels bij vorken en andersom, maar kun je dat een wasbeer kwalijk nemen? Wat mij betreft niet.

In de loop van deze week is de wasbeer een vertrouwd onderdeel van ons gezin geworden. Mijn kinderen zijn ook dol op hem. Gaan graag met hem naar het springkussen. Dan springen ze met z’n drieën boven de daken uit.

’s Avonds als de kinderen diep liggen te slapen, hangen we wat op de bank. Kijken we Nieuwsuur, Hier zijn de Van Rossems (leestip!) of Sluipschutters. Er is tegenwoordig bijna niks meer op tv dat je aandacht verdient, maar je moet toch wat. Mijn vrouw heeft het soms wel gehad. Dan wil ze graag even wat tijd met z’n tweeën. Altijd zo’n wasbeer erbij, ze vind het maar niks. Wasberen: leuk, maar met mate. Vind zij. Maar je kan zo’n wasbeer toch niet zomaar de deur wijzen? Mijn vrouw vindt van wel: het is maar een wasbeer, zegt ze dan. Ben je soms verliefd op hem? Nee, zeg ik dan, verliefd ben ik niet. Maar het is prettig gezelschap. Bovendien: het is maar tijdelijk. We blijven hier hooguit twee weken. Mijn vrouw is bang dat ik de wasbeer meeneem. Ze ziet ‘m thuis ook al op onze bank zitten. Maar ik realiseer me wel degelijk dat er in onze drukke woonwijk geen plek is voor een wasbeer. Dit is zijn thuis. Hier hoort hij. Daar komt bij: ik heb geen flauw idee hoe wasberen met katten zijn. Toch is mijn vrouw er niet gerust op. Ze laat me zweren op het graf van mijn eerste kat.

Mijn vrouw en ik, wij voeren dit gesprek op fluistertoon in onze slaapkamer. Hoe zacht we ook praten, toch ben ik bang dat de wasbeer ons kan horen. Hij moet in ieder geval hebben geweten dat het over hem ging. Terug in de kamer laat hij evenwel niets merken. Hij bekijkt een Duitse krimi op RTL5. Er is een moord gepleegd. Wie het gedaan heeft, is vooralsnog een raadsel.

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *