Opstand der dingen

In Amsterdam viel een Dixi-toilet argeloze voorbijgangers aan. Ik zag ‘m over de stoep stuiven. Daarna de weg op, met ware doodsverachting. Geen zin meer in gezeik. Vrachtwagens kantelden. Daken bevrijdden zich van hun huizen. Mijn dochter had een schooltas door de lucht zien vliegen. Ik zag jassen zich proberen los te worstelen. Sleurden hun dragers mee over pleinen. Ergens in een school viel een airco dwars door het plafond. Muurtjes vielen om. Scooters speelden domino. Een pont raakte op drift, net als laatst de nagemaakte ark van Noach. Containers stortten zich en masse in de rivier. Een trampoline gooide zich voor de trein. Genoeg van al die springende kinderen. Een fiets ging ervandoor. Z’n berijder werd meegetrokken. Dakpannen zeilden over dorpen en steden. Vliegtuigen weigerden op te stijgen. Verkeersborden vlogen tegen viaducten. Lichtmasten lazerden naar beneden. Kantoorgebouwen demonteerden. De losgekomen platen schoten door het luchtruim. Razend waren ze.

3 responses

Laat een reactie achter bij oud zeikwijf Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *