De hele Smeets

Daar liep Mart Smeets. Over de markt van Haarlem. Hij had een grote bos bloemen in zijn hand en zag er stralend uit. Lachte breeduit, groette iedereen met een joviaal handgebaar. Zijn spierwitte haren gingen over in zijn spierwitte das. Hij gaf een marktvrouw twee zoenen. In de trein naar Haarlem dacht ik nog: misschien zie ik Mart Smeets wel. Iemand had me verteld dat hij Mart Smeets in Haarlem had gezien. Of ik had een stukje gelezen van iemand die Mart Smeets in Haarlem had gezien. De kans om Mart Smeets in Haarlem was niet gering, begreep ik. En dat bleek maar weer, want daar liep Mart Smeets over de markt in Haarlem. Ik zei het tegen mevrouw Molovich. ‘Kijk’, zei ik, ‘daar loopt Mart Smeets!’ Ze zag Mart Smeets. ‘Hij lijkt op The Penguin’, zei ze. Hij leek inderdaad op The Penguin zoals vertolkt door Danny Devito in Batman Returns van Tim Burton. Zijn rug gebocheld, het lange vlassige haar rustend op zijn schouders. Dit was een reuzenversie van The Penguin, want volgens mij is Mart Smeets minstens twee meter. In tegenstelling tot The Penguin leek Mart Smeets bovendien volmaakt tevreden met zijn leven. Hij genoot zichtbaar van zijn wandelingetje en leek geen enkele behoefte om een neus af te bijten of met een leger van kamikazepinguïns Haarlem te vernietigen. Ik vertelde mijn vrouw over Peter Buwalda die ooit de gebundelde columns van Smeets redigeerde. Ze waren aan het nadenken over een titel en kwamen uit op De hele Smeets, waarop Mart Smeets zich richtte op de vrouwelijke collega van Buwalda en zei: ‘Zou jij dat niet eens willen, lieverd, de hele Smeets?‘ Mijn vrouw schoot in de lach. De hele Smeets was inmiddels voor de helft achter een marktkraampje verdwenen. De halve Smeets stak zijn hand op en vervolgde zijn weg over de markt van Haarlem.

4 responses

  1. ‘Zou u dat niet eens willen, mevrouw Visser?’

    ‘Zeg maar Ria hoor, Perry. En wát zou ik mogen willen?’

    ‘De hele Smeets, Ria.’

    ‘Eh…’

  2. Jammer dat Spek en Bonen nooit meer wat post – wat een talent. Het gedicht hieronder is van hem, wat een gedicht, perfect gewoon. En ja, ik ben ooit overbuurman (Het Spaarne zat er nog wel tussen dan ) van die Hele Smeets geweest. Dat hij nog die Gravestenbrug opkwam …

    De lege ruimte – een verlaten zaal
    Waar je jezelf terugvond – blijkt gevuld
    Met kitsch. Kunstbloemen. Goud en leer. Geduld,
    Een schone zaak. Het is er allemaal.

    De zaal is helverlicht, op een hoek na.
    Daar valt nog net een poort te onderscheiden
    Naar een donkere gang. De aanblik van
    Plastic klimop probeer je te vermijden.

    Als je de situatie overpeinst,
    Weerklinkt schlagermuziek van alle zijden.
    En in de poort verschijnt een man. Je deinst
    Terug, verslagen. Het is God. Hij grijnst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *