De wasbeer

Toen-wij-naar-Oostenrijk-_-Klaas-Knooihuizen

Een man was bezig een wasbeer te bevrijden die verstrikt zat in de beschermhoes van zijn auto. De wasbeer probeerde zijn bevrijder te bijten. Vanaf het begin van het filmpje wist ik dat de wasbeer het ging redden. Anders had het filmpje niet zoveel hartjes gekregen. Toch bleef ik kijken. Tot halverwege het filmpje, het duurde me te lang. Toen ging ik meteen door naar het einde. Ik wilde de goede afloop zien. De weg ernaartoe kon me gestolen worden.

Ik had het nieuwe boek van Klaas Knooihuizen meegenomen naar de kapper. ‘Toen wij naar Oostenrijk gingen, liepen er koeien en paarden over de weg’ (KOOPTIP!), heet de bundel. Het is Knooihuizens tweede en ik vind ‘m volgens mij beter dan z’n eerste. Knooihuizen schrijft over zijn eigen leven, dus voornamelijk over triviale zaken. Het was zaterdagmiddag, de kapper die ik ging bezoeken doet niet aan telefonisch afspreken, ik had het vermoeden dat ik wel eventjes zou moeten wachten. Dan kun je in de Linda gaan zitten lezen, maar waarom zou je dat doen als je de Klaas bij je hebt?

Ik had net een halve bladzijde van het verhaal ‘Filmpjes’ gelezen toen een meisje mij vroeg of ik wat wilde drinken. ‘Espresso’, zei ik. Maar dat hadden ze niet. Gewone koffie dan. Zwart graag. Wilde ik m’n haar eigenlijk gewassen hebben? Leek me een goed idee.  Een knipbeurt kost dertien euro vijftig bij mijn kapper. Vijftien euro als je het eerst gewassen wil hebben. Ik kon meteen meelopen naar de wasbak.

Op elke wasbak stond een brede, spierwitte boog gespannen, op zodanige wijze dat je tegen de onderkant aankeek als je met je hoofd in de wasbak lag. Het was een LED-lamp die geleidelijk alle kleuren van de regenboog loopte. Toevallig had ik die ochtend nog aan mijn dochter vertelt dat de kleuren van de regenboog altijd hetzelfde zijn. Ze geloofde me eerst niet. Toen ik plaatjes liet zien, geloofde ze me wel. Desondanks besloot ze voor een andere volgorde te gaan. Vond ze mooier. Ik gaf haar gelijk.

Toen ik in Amsterdam aan de Leeuwendalersweg woonde, keek het balkon van ons appartement uit op het gebouw van woningcoöperatie Rochdale. De rand van dat dak ging ‘s avonds net als de wasbakboog de kleuren van de regenboog langs. All night long. Als ik op mooie zomeravonden op mijn balkon zat, bleef ik er maar naar kijken. De directeur van Rochedale was destijds in opspraak wegens corruptie en meineed. En omdat hij in een Maserati van de zaak rondreed. Tegelijk met zijn neergang, vielen er steeds meer kleuren uit. Aan het eind wisselde het licht enkel nog van groen naar violet en weer naar groen. Rood, oranje, geel en blauw waren verdwenen uit de regenboog van Rochdale.

‘Fancy lamp’, zei ik tegen het meisje dat met haar handen door mijn haar streek. Ze zei niks terug. De shampoo rook naar het amandelspijs van een kerstkrans. In het verhaal dat ik aan het lezen was voordat ik naar de wasbak werd geroepen, vertelt Klaas Knooihuizen dat hij zelden nog tussendoorvideo’s op het internet bekijkt. Uiteindelijk vallen ze altijd tegen, schrijft hij. ‘Er kukelt een kat van een tafel en dat is het dan.’ Zo was het met de wasbeer ook. Het was dat ik ‘m had doorgespoeld, anders had ik me nog meer bekocht gevoeld. De wasbeer had wel wat dankbaarder mogen zijn. Hij had naar de struiken moeten rennen en even later weer met vier mini-wasbeertjes moeten verschijnen. Tranen van dankbaarheid in zijn grote ogen. Maar niets van dat al. De wasbeer at wat kattenbrokjes en daarna ging het beeld op zwart. Misschien is die teleurstelling juist de kracht van dit soort filmpjes. Zorgt het onbevredigende gevoel ervoor dat je naar zulke filmpjes blijft kijken.

Afgelopen donderdag bleek dat Gordon niet ging trouwen. Volgens het Jeugdjournaal waren er heel veel mensen boos op Gordon. ‘Acht uur van mijn leven weggegooid’, had iemand op Twitter gemeld. Ik zag op Twitter inderdaad dat er mensen teleurgesteld waren. In eerste instantie leek het me wel logisch dat ze zich bekocht voelden. Ze hadden gekeken naar een programma dat Gordon Gaat Trouwen heet en Gordon ging niet trouwen. De titel schiep verwachtingen. En die verwachtingen moesten ingelost. Toen dat niet gebeurde, werden de mensen boos. Al die uren dat ze met Gordon hadden meegeleefd, dat ze hem hadden toegeschreeuwd om voor die of juist voor die te kiezen, al die uren bleken zinloos te zijn geweest. Gordon had met hun gevoelens gespeeld. En met de wetten van de televisie. Terwijl, zou je denken: de kijkers hebben een leuke tijd gehad. Het gaat toch om dat meeleven? Daarom kijk je toch naar Gordon Gaat Trouwen? Je zou zelfs kunnen zeggen: doordat Gordon uiteindelijk afzag van de bruiloft, heeft hij het programma een dienst gedaan. De zoektocht bleek een stuk oprechter dan iedereen vermoedde. Hij zocht dus écht naar de ware. En die vond hij niet. Was hij wel getrouwd, dan hadden we over een half jaar naar Gordon Gaat Scheiden moeten kijken.

Wat me ook altijd stoort aan filmpjes waarin dieren worden gered: ze zijn gefilmd door iemand die mee had kunnen helpen. Waarschijnlijk beseffen zulke mensen tijdens de reddingsactie dat ze met iets unieks bezig zijn. Ze zien de potentie: als het zou lukken, dan zou dit wel eens het hele internet overgaan. Misschien, bedacht ik, hadden ze die wasbeer zelf wel in die benarde situatie gebracht. Hoeveel filmpjes zouden er eigenlijk zijn van mislukte reddingsacties? Die waarin het dier een even pijnlijke als roemloze dood stierf?

Ik werd in de verste stoel gezet. Het meisje dat m’n haar had gewassen ging iemand anders haren wassen. De kapper vroeg hoe ik het wilde hebben. Ik zei wat ik altijd zeg: hetzelfde, maar dan korter. Ze vroeg hoe m’n weekend was en of ik nog wat met kerst ging doen. Ze sprak over het dochtertje van haar baas die haar arm gebroken had na een val. Iets waar ze pas achter kwamen toen ze een dag na de val haar kleren aan wilde doen. Zoiets had ik ook ooit met mijn dochter meegemaakt. Nadat ik haar vlak voor het slapen gaan aan haar armen had geslingerd, had ze pijn aan haar ellenboog. De volgende dag was die pijn er nog steeds. Vooral toen ik haar een jurkje aantrok. We gingen naar de dokter. De ellenboog van mijn dochter bleek uit de kom. De dokter pakte de ellenboog vast, trok aan haar arm en het was weer goed.

Het boek van Klaas Knooihuizen lag al die tijd open gespreid op het plateautje voor de spiegel. Met de kaft naar boven. De kaft heeft een fraaie kleur groen en een prikkelende titel. Wie weet vraagt de kapper ernaar, dacht ik. Dan kan ik het aanraden. Heeft Klaas Knooihuizen er weer een lezer bij. Maar ze vroeg er niet naar. We spraken over de tijd en dat die sneller gaat naarmate je ouder wordt.

2 responses

Laat een reactie achter bij dirk Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *