De kerstman van Lelystad

Bij Lelystad moest iedereen vanwege een aanrijding met een persoon de trein uit. Een meisje vond het asociaal om op tweede kerstdag zelfmoord te plegen. ‘Deze mensen zijn allemaal op weg naar hun familie.’
Volgens haar vriend stond een uurtje vertraging in geen verhouding tot de wanhoop die iemand ertoe drijft voor de trein te springen. Het kon trouwens net zo goed een ongeluk zijn geweest, zei hij.
‘Met kerst zeker?’ zei het meisje.
Waarom niet?’
‘Sowieso zelfmoord,’ zei ze. ‘Honderd procent.’ Ze haalde haar telefoon tevoorschijn en bekeek foto’s op Instagram. Bijna allemaal kregen ze een hartje.

Hij vroeg of ze koffie wilde. Zonder van het scherm op te kijken schudde ze haar hoofd. Even later kwam hij terug met twee bekers. Dat was de sleutel. Ze kuste en omhelsde hem en bleef met een arm om hem heen staan terwijl ze haar koffie dronk. Hij staarde voor zich uit, uitdrukkingsloos, naar de dikke balken zonlicht die door de wolken braken. Het zag er magisch uit, die goudgele tentakels, alsof er een reusachtige kwal boven Lelystad zweefde.

Ik wandelde een eindje over het perron en ging in het met gele lijnen gevormde vierkant staan waarbinnen je mocht roken. Ik rook niet, daarom juist. Koppig blijf ik pogen het systeem te ontregelen.

Er stond een als kerstman verklede jongen in het vierkant met en shaggie tussen zijn vingers, wat uitnodigde tot een grap. Tot meerdere grappen zelfs. Als je erover nadacht was alles wat je zei per definitie grappig. Ik zweeg en keek naar de zonnestralen.

De omroeper riep om dat we de omroepberichten in de gaten moesten houden.

‘Heb je er last van dat ik rook?’ vroeg de kerstman.
Ik zei van niet en dat het anders mijn eigen schuld was; ik was zelf in het vierkant gaan staan. De kerstman zei dat hij dat hele vierkant niet gezien had. Hij kende die regel niet, hij rookte toevallig op de juiste plek.
‘Je gaat normaal gesproken natuurlijk met de slee,’ zei ik.
De kerstman lachte. Zijn tanden waren witter dan zijn baard, hij had ze duidelijk gebleekt. Ooit herkende je rokers aan gele tanden en tabakslucht. Nu ruiken ze naar menthol en geven hun tanden licht.

De omroeper meldde dat er een vergissing was gemaakt. Er was toch geen aanrijding. We mochten terug de trein in. Men kon het moeilijk verkroppen dat we voor niets waren uitgestapt, de boodschap werd met gezucht en gesteun begroet.

We reden Lelystad uit. Aan de andere kant van het gangpad zat een ouder echtpaar. Toen zij baby’s waren was dit de zeebodem. Het is nauwelijks te bevatten hoeveel mensen hier gestorven zijn terwijl ze een maaltje bij elkaar probeerden te vissen.





[Meer van Klaas Knooihuizen op klaasknooihuizen.nl. O.a. zijn laatste bundel, titel moet ik opzoeken, iets met paarden op de weg. Of geiten. Of allebei. Geen beren iig.]