Flappie en Hadriaan (10/10)

Aiaiai. Hadriaan keek súpersip. Wat had hij gedaan? Zijn broer was zo ongelovelijk boos op hem. En Hadriaan dacht nog wel dat hij het juiste had gedaan om hen beiden te beschermen! Niet dus. Nou ja, achteraf gezien is dat makkelijk praten natuurlijk, dat wel, maar ondertussen is Flappie de dupe van alles, en nu lijkt zelfs hun vriendschap, hun broederschap kapot te zijn. Dat was nog erger dan alle schade van alle martelingen bij elkaar.

“Flappie,” zuchtte Hadriaan, “Flappie. Het spijt me. Ik denk dat ik een fout heb gemaakt.”
“WAHD??” gilde Flappie, omgeven door vlammen.
Oh ja. Hadriaan draaide naar het ene oor van Flappie.
“Het spijt me, Flappie! Ik heb allemaal verkeerde beslissingen genomen! Dat zie ik nu wel in! Kan je het je broertje vergeven?”

“HHHUUUUUUUUUUAAAAHHWRRRRRRRRGHHHHAAA,” brulde Flappie. Oosteuropese Japie gooide een deken over hem heen, want als hij dood zou branden zou hij helemaal niks vertellen, natuurlijk. Ja, als het een spook zou worden, maar dáár gelooft Oosteuropese Japie dus helemáál niet in! Haha! Spoken zijn vet nep, joh!! Die bestaan gewoon niet!!!

“Is het te laat? Is het twee voor twaalf? Is er teveel schade gedaan aan onze relatie? Ik hoop het niet, Flappie. We kunnen er nog wat van maken! Net als klimaatverandering! Er is nog hoop, potverdubbeltjes!! Er is altijd hoop!!”

Flappie had er niet veel van meegekregen. Hij was nu blind, de brand had al zijn tastzenuwen en de smaakpapillen op zijn tong verwoest, geuren rook hij niet, en in zijn ene oor zat nu een keiharde pieptoon die niet meer wilde ophouden.

“HOREN JULLIE ME, BOEVEN?? JULLIE KRIJGEN MIJN BROER NOOIT STUK! HOMOS!! HET IS NIET TE LAAT VOOR ONS!!”

Oosteuropese Japie deed een boksbeugel om. Tijd om de klus te klaren.

“Het spijt me, Flappie!” riep Hadriaan, worstelend in zijn touwen, “Het spijt me van alles! Zeg de boeven dat je niks weet! Laat het ophouden!”
Flappie incasseerde een knal van een vuist in een boksbeugel. Dankbaar. Nog maar een paar klappen en de Dood zou hem halen. Eindelijk genade. Eindelijk.

“Verdorie Flappie,” huilde Hadriaan nu hardop, “Stop clowning around! Zeg het ze!! HIJ WEET NIKS!” riep hij met overslaande stem, “NIKS! BOEVEN! HOU OP! HOU OP MET MIJN BROERTJE PIJN DOEN!!”

BAM. Oosteuropese Japie hield niet op. De schedel van Flappie kraakte onder de klap. Flappie was zo blij. Nog eventjes. Spoedig. Eindelijk rust.
Ook Hadriaan begon door te krijgen dat het einde onvermijdelijk was, snotterde zijn tranen weg, slikte het brok in zijn keel door en probeerde met alle liefde die hij had voor zijn broer Flappie te troosten:

“Straks… Flappie… Suikerspinnen! Zover je kan zien! Hoor je de neuzen? Ze toeteren voor jou, Flap. In die circustent in de hemel. Kan je het al zien? Wees sterk Flappie! Doe het…. voor mij!!”

“Mijn GOD,” kermde de Martelbaron, geirriteerd hoe lang dit nou al duurde terwijl hij na al die jaren de Piratenschat bijna kon RUIKEN gewoon.
“Hou op met die clown!! Ga de acrobaat martelen!! IK WIL INFORMATIE!!”

Oosteuropese Japie hield zijn vuistslag in. Drie centimeter voor de voormalige ogen van Flappie. Ok. Geen genade. Hij liep om naar Hadriaan.

“Oh ja?? Wel… Ja… Hm… Nu even… HaHAA!!!” hoorde Flappie achter zich, door de nog altijd harder wordende pieptoon heen. Linksachter, dacht hij. Maar ja alles leek nu van links te komen sinds hij zijn rechteroor had moeten opeten.

“Nee! DROMMELS!! Die acrrrrrrobaat!! HIJ IS LOS!!!”
“HaHAAAA!” riep Hadriaan. Flappie hoorde kreten van paniek uit Oosteuropese Japie, en zelfs het: “Wie is het bos?” van B3 klonk angstig.
“LOS!!! RENNEN, DRRRROMMELS!!! RRRRENNENNNN!!!”
“HaHAAAAAAAA!” riep Hadriaan weer, “Ik heb nooit vast gezeten!! Ren maar, boevengespuis!!”
Flappie draaide zijn enige oor naar Hadriaan. Wat?

Er klonk een donderend gestommel, van hoogstwaarschijnlijk drie boeven die, over elkaar heen struikelend, hun vlucht aan het maken waren. Hadriaan knielde licht hijgend van de opwinding bij Flappie, en begon zijn touwen los te maken.
“De sufferds! Zij weten niet dat buiten de hele tijd de politie al op ze staat te wachten!”
Flappie draaide zijn blinde hoofd nog wat beter naar Adriaan zijn stem.
“Wahd?” vroeg Flappie, ontstemd.
“Hahaa, ja,” lachte Hadriaan, “Dat was allemaal onderdeel van het plan! De politie was natuurlijk al lang op de hoogte!”
“Dweh pwohidie,” zei Flappie, met waarschijnlijk genoeg ergernis om Hadriaan het op te laten merken. Oeps.
“Ja, nee,” zei Adriaan op verontschuldigende toon, “Maar we waren de hele tijd veilig. Ik had mijn acrobatische krachten gebruikt om mij zo te laten vastbinden dat ik gemakkelijk los zou kunnen komen wanneer de nood hoog zou zijn.”
Hadriaan zag dat Flappie wat wilde zeggen, maar kapte dit snel af met een resoluut: “Het moest wel echt lijken, Flappie, dat begrijp je toch natuurlijk wel.”

Ondertussen waren de verpleegbroeders gekomen om Flappie in de brancard te tillen. Even slaakte deze een gil toen de broeders niet door hadden dat zijn voeten vast waren gesmolten aan de vloer.
“Hahahaa! Die Flappie!” riep Hadriaan, zijn dikke vrind op de gebroken schouders slaand, “Zeg me niet dat jij nooit iets door had!! Hahaha! Zat jij soms te slapen, ofzo? Hahaha!! Oh Flappie!”

43361E4F-A71C-4320-A367-9B91DC65D318

Flappie bleef gillen. De broeders keken of er soms nog iets van hem ergens aan zat vast gesmolten, maar konden niets vinden. Flappie bleef gillen. Hadriaan schudde zijn hoofd om die malle clown met zijn fratsen, en hield de deur van de caravan open voor de ziekenbroeders.
“Vergeet geen kaartje te sturen vanuit het ziekenhuis, Flappie!” zwaaide hij zijn broer na, en pakte daarna lachend de camera van het statief. Bewijsmateriaal voor het archief. Tot de volgende keer, jongens en meisjes!!!

(Clownsmuziek)

HET EIND

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *