Dierendag

“Jongens, even stil nu. Zoals jullie zien hebben we vandaag de papa van M. in de klas. Hij gaat zo een liedje met jullie oefenen voor onze musical over de oertijd. Maar, het is ook dierendag. En een paar van jullie hebben een dier meegenomen. Manon heeft haar konijn. En Noël zijn hond. En, Lisa, wat heb jij bij je? Je schildpad. Hartstikke leuk. En Ilse heeft de slang van haar opa meegenomen. Is dat wel verstandig, Ilse, om die slang om je nek te laten? Doet ie niks? O, gelukkig. En wat hebben we nog meer? De rat van Dino. Vindt ie het wel fijn, zo uit zijn kooitje? Ja? Nou, mooi. Laten we beginnen met het konijn van Manon. Manon, hoe heet je konijn?”

“Babbel.”

“Babbel, wat een ontzettend leuke naam. En wat is het voor konijn.”

“Een dwerghangoor.”

“Juf! Juf!”

“Een dwerghangoor!”

“Juf! Juf!”

“Zeg het eens Simon.”

“Er is ook stripfiguur die Babbel heet.”

“Is het echt?”

“Ja, echt. Een eekhoorn en zijn beste vriend heet Knabbel.”

“Nou, wat een toeval. Maar Manon, je ko..”

“Ik las er nog een strip over. Knabbel en Babbel zaten in een boom.”

“Hartstikke mooi, Simon, maar we wa…”

“En ze hadden honger, maar het was winter en alle eikels waren op. Want het was winter.”

“De eikels waren op, dankjewel Simon. Laten we…”

“En toen ging Babbel naar beneden. Nee, of Knabbel. Babbel praat het meest. En Babbel,  nee, Knabbel, ja Knabbel ging naar beneden en toen ie op de helft was ging ie weer naar boven. Op de helft.”

“Geweldig, Simon. Maar…”

“En toen zei hij tegen Knabbel dat de eikels op waren, ze waren op, maar Babbel had net de laatste eikel op dus die was nog hoe heet het? Zo was ie dus.”
“Super. Maar Manon, jouw konijn…”

“En toen ging het regenen en zei Knabbel tegen Babbel dat het ging regenen. Maar hij wilde niet nat worden, dus hij ging in de boom schuilen.”

“Hartstikke mooi, Simon, maar zullen we even weer naar Manon g…”

“En toen werd Knabbel boos op Babbel en Babbel werd boos op Knabbel. Maar hij moest naar buiten en toen… en toen…

“En toen gingen we weer naar het konijn van Manon…”

“Toen ging Babbel naar buiten. Maar hij viel over een blaadje, want het had geregend en toen viel hij zo hup uit de boom, door een blaadje.”

“Een heel mooi verhaal, Simon. Maar Mano..”

“En hij viel zo, met zijn gezicht in een plas. En toen keek hij zo: boehoe. Hij keek heel sip.”

“Aha. En toen?”

Toen vloog de hond het konijn aan, wurgde de slang de rat en begon de schildpad de begintune van The Flinstones te neuriën.

2 responses

  1. Leuk, een reptiel als huisdier. En exclusief, moet ook de opa van Ilse hebben gedacht. Ik heb er voor een van mijn ex-schoonmoeders, ik meen de vierde of de vijfde, ook eens een aangeschaft. Voor haar verjaardag. Ze vond zichzelf erg speciaal en had derhalve wat met speciale, niet-alledaagse cadeaus. Het kostte een paar centen, maar daarvan was het beestje me elke cent waard. Een door Moeder Natuur uiterst kunstzinnig getekende huid, een meterslang zelfoprollend lijf en het schatje was ook nog eens heel geluidsarm in de omgang. En, niet onbelangrijk, ze was koudbloedig – net als het mens zelf. Ze leken me erg blij met elkaar.

    Nee, edelachtbare, ik heb écht, wérkelijk, ik zwéér het, niet geweten dat het huisdier in kwestie een wurgslang betrof.

Laat een reactie achter bij Perry Tromp Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *