Het broertje van Mick Jagger

Chris Jagger trad op in de Q-Factory in Amsterdam. Het plan was dat ik hem voor aanvang van het concert zou interviewen, maar hij had de hele dag met een kater op bed gelegen. Misschien dat het na tijd nog lukte. Dat was allerminst zeker. Chris Jagger had meer zin om met zijn bandgenoten dronken te worden.

Ik had een dozijn oude interviews doorgespit. Soms heb ik het idee dat interviews enkel bestaan opdat toekomstige interviewers zich voor kunnen bereiden. Elk interview ging op zijn minst ten dele over de broer van Chris Jagger. Die heet Mick en zingt in een band.

Ik herkende veel van wat Chris vertelde over zijn relatie met zijn oudere broer. Hij keek tegen hem op, daagde hem uit, was te jong om hem werkelijk te begrijpen. Vanaf het moment dat Mick beroemd werd, veranderde er iets. Chris Jagger was niet langer Chris Jagger: hij was het broertje van Mick Jagger.

In de zaal leefde de hoop dat Mick op zou komen dagen. Die was in Amsterdam vanwege een Stones-concert en hij had het eerder gedaan, zomaar bij zijn broer op het podium klauteren. Sommige bezoekers hadden voor de gelenheid hun Rolling Stones-T-shirt aangetrokken. Tegen het einde van het concert kondigde Chris aan dat hij een cover ging spelen. ‘It’s called Paint it black’. Opwinding in de zaal, zou het dan toch?

Het zou niet, het was maar een grapje, een grapje met een bittere ondertoon. Hoeveel albums Chris Jagger ook uitbracht, hoeveel artikelen hij ook schreef (hij werkte enige tijd als journalist), hoeveel kerstbomen hij ook verkocht (twaalf steden, dertien ambachten), voor de buitenwereld zou hij altijd het broertje van Mick Jagger blijven. Dat maakte mijn interview bij voorbaat problematisch. Het leek me een aardig idee om die hele broer van hem niet ter sprake te brengen, maar het was de vraag of ze daar bij de krant erg enthousiast over zouden zijn. De lezers van Trouw zijn niet bovenmatig geïnteresseerd in Chris Jagger. Ik kon kiezen voor een meta-benadering (‘Hoe is het om altijd vragen over je broer te moeten beantwoorden?’), maar dat was minstens zo stom en ook die vraag was hem al duizend keer gesteld.

In een interview met de Groene Amsterdammer uit 1995 vertelde Chris Jagger over zijn journalistieke carrière. Zijn grote voorbeeld was de in 1980 overleden Ierse journalist Patrick Campbell.

‘In een van zijn columns verhaalde hij hoe hij bezig was met een filmdialoog toen hij afgeleid werd door een merel die buiten een worm uit de grond stond te trekken. Hij begon zich af te vragen of die ene worm voldoende was voor die morgen. Toen hoorde hij de wind door de bomen waaien en zo werd het een verhaal over een wc-bril die iemand ooit in de tuin had gegooid en die inmiddels met een boom mee de hoogte in was gegroeid. Campbell kon aan het kreunen van de bril horen wanneer het windkracht vier was, de juiste windkracht om een vlieger op te laten. Hij ging naar boven om vanuit het raam van de kinderkamer te vliegeren, en eindigde zijn column met de opmerking dat de acteur nog maar even moest wachten op zijn tekst. Zo wil ik ook schrijven.’

Ik hou daar ook van, lekker dwalen en maar zien waar je uitkomt. Daarom had ik vertrouwen in dat interview. We lullen wat en hoe het ook loopt, het is altijd goed.

Het concert duurde bijna twee uur. Naarmate de tijd verstreek verdampte de zin om te blijven wachten op een interview dat misschien niet door zou gaan. Ik ging naar huis. Het liep zoals het liep.

 

[Meer van Klaas Knooihuizen op klaasknooihuizen.nl.]

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *