In mijn onderbroek

Ik zit in mijn onderbroek achter mijn computer. Mijn bovenbroek heb ik uitgetrokken omdat die nat is. Dat komt door de regen. Er is weinig wat mij chagrijniger maakt dan regen. De wereld kan naar de tering gaan, wat feitelijk aan het gebeuren is, en dat baart mij heus zorgen, maar daar word ik niet anders van. Niet echt. Ik verbaas mij erover hoe onverschillig het mij laat als er weet ik hoeveel mensen zijn omgekomen bij die en die ramp. Dat is een overlevingsmechanisme. Als je je al het leed van de wereld zou aantrekken, het je geen leven meer.

Waarom trek ik mij die regen wel aan? Waarom denk ik niet: nou en, dan word ik maar nat? Ik zal die vragen niet beantwoorden. Dat hoeft niet altijd. Sinds enige uren heb ik het lied *België* van Het Goede Doel in mijn hoofd. Niet het hele lied. Enkel een deel van het refrein. ‘Is er leven op Pluto?/ Kun je dansen op de maan? / Is er een plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan?’ De juiste antwoorden op die vragen zijn nee, ja en ja. Waarbij moet worden aangetekend dat het nogal wat voeten in aarde heeft om die laatste twee in de praktijk brengen. Dat wist Henk Westbroek natuurlijk ook wel wist toen hij die tekst schreef. Hij liet het erbij. Het lied was af.

Het bestaan van regen is voor mij het bewijs dat er geen god is. Als je god bent, ga je echt niet bedenken dat het grappig zou zijn als er af en toe water uit de lucht valt. En als je dat wel bedenkt, en vervolgens verzint dat je dat water ook in bevroren toestand naar beneden kunt laten komen, dan stop je daar niet. Dan ga je veel bizardere dingen uit de lucht laten vallen.

Zoogdieren onderstrepen deze theorie. Stel dat je eerst verzint dat er wezens zijn die op vier poten lopen. De een laat je blaffen, de ander geef je een buitensporig lange nek, weer een ander krijgt een slurf, en dan opeens is je fantasie op? Dat gaat er bij mij niet in. Als god bestond, dan had hij zoogdieren gemaakt die tosti’s poepen. Maar die bestaan niet. Wie een tosti wil, moet er zelf een maken. Maar niet te vaak. Dat is niet goed voor je.

Terwijl ik bezig ben dit stukje op mijn site te zetten, loopt er een vrijgezellenfeestje voorbij. Blonde meisjes, zonder veel zorg verkleed als Japanse geisha’s. Ze roepen ni hao. Dat is Chinees voor hallo. Misschien bestaat god toch.

 

[Meer van Klaas Knooihuizen op klaasknooihuizen.nl, op Trouw, Nieuwe Revue, Oor en wat dies meer zij.]

6 responses

  1. Nee hoor, God bestaat niet. Anders zouden al die andere mannen die nu in hun onderbroek achter de computer zitten nu toch niet in hun onderbroek achter de computer zitten?

  2. Ingezonden brief in de Volkskrant van 1 juli, n.a.v. Bouterses opmerking dat God hem president gemaakt zou hebben. Elementaire logica lijkt niet Bouterses sterkste punt. Als god hem, via verkiezingen, president kan maken, kan Hij hem natuurlijk net zo makkelijk in de bak gooien”. Aldus Mark de Rooi, Almere.

  3. Cammenderwijs heb ik moeten constateren dat het, met of zonder Jansen & Tilanus, Björn Borg of Calvin Klein, aanmerkelijk functioneler communiceert wanneer ik vóór in plaats van achter de computer plaatsneem.

Laat een reactie achter bij Rigo Reus Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *