Geen been (2)

‘Ze hebben m’n been eraf gehaald’, zei de dakloze zonder been toen ik weer eens naar de Jumbo ging.
‘Ik weet het’, zei ik, ‘wat is er gebeurd?’
Ontsteking. Z’n been was van binnenuit gaan rotten. Hij was al vaker met klachten naar de dokter geweest. Een paar jaar geleden hadden ze zijn tenen geamputeerd. Fantoompijn, zeiden de artsen als hij met klachten kwam. Maar toen werd zijn onderbeen geel. ‘M’n lichaam begon m’n voet af te stoten, dus hebben ze in het ziekenhuis besloten mijn lichaam een handje te helpen en hebben ze mijn been eraf gehaald.’
‘En nu?’, vroeg ik.
‘Eindelijk geen pijn mee’, zei hij. Hij grijnsde. ‘Daarom had ik ook een scootmobiel. Ik kon meer kon lopen van de pijn. Maar nu ga ik een prothese krijgen, zodat ik straks weer kan lopen.’
‘Dus omdat je been eraf is, kun jij straks weer lopen?’
‘Precies’, zei hij. En grijnsde nog een keer.

Een paar dagen later kwam ik ’m weer tegen.
‘M’n wond is gaan ontsteken’, zei hij lachend. Hij bleek allergisch te zijn voor het metaal van de nietjes waarmee ze zijn wond hadden gehecht. Ze hadden het verband eraf gehaald en waren met een stok de wond gaan schoonmaker.
‘Die stok ging er tot zover in’, zei hij terwijl hij met zijn duim en wijsvinger een centimeter of tien aangaf.
‘Gatverdamme’, zei ik.
‘Ik ben wel wat gewend. Kijk.’ Hij liet me zijn rechterarm zien met een enorm litteken op de binnenkant van zijn ellenboog. ‘Gangreen, een tropenziekte. Ken je dat? Zelf weggesneden toen ik in het leger zat.’
‘Heb je in het leger gezeten?’
‘Vreemdelingenlegioen. Corsica. Ik heb dingen gezien, die gaan nooit meer van mijn netvlies af.’
‘Hadden ze geen artsen dan?’
‘Niet op de plek waar ik was. Niemand kon me helpen. Dus moest ik het zelf doen. Maar ja: het doet me nu niks meer als ze nu met een stokje in m’n been gaan zitten poeren.’
‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’
‘Precies. Ik kijk ernaar en haal m’n schouders op. Hadden ze nog nooit meegemaakt bij het ziekenhuis. Straks moet ik er weer naartoe. De wond moet nu open blijven. En dagelijks verzorgd. Zelf kan ik dat niet. Te vieze klauwen. Voor je het weet, heb je weer een ontsteking. En dat heb ik nu wel gehad.’
Ik was op weg fruit te halen voor m’n kinderen en excuseerde me. Of hij nog wat nodig had.
‘Kun je niet een muntje missen’, zei hij. Ik zei dat ik zou kijken en liep bij de Jumbo naar binnen, niet zeker weten wat er in mijn portemonnee zat. In mijn portemonnee zat een briefje van vijf euro. Nog even getwijfeld of ik hem die vijf euro zou geven. Toch besloten om te wisselen. Het was een goed verhaal, zeker zo op de vroege ochtend. Ging het ongetwijfeld goed doen tijdens de lunch later die dag. Maar vijf euro vond ik toch wat teveel van het goede. Cheap motherfucker die ik ben.

3 responses

  1. Bij ons zijn de straatkrantverkopers gewoon bulgaren. Van het syndicaat. Ik negeer ze altijd hoewel dat niet altijd gemakkelijk is. De vaste bulgaarse bedelaarster mag tegenwoordig binnenstaan bij de appie en bespringt je op de minst verwachte momenten met een gebrekkig goede morgen. Gelukkig heb ik weinig fantasie anders zou ik nog bezwijken en toch geld geven. Het vrouwtje wordt wellicht elke avond hard geslagen als ze te weinig binnenbrengt. Geruststellend is wel dat ze nooit een blauw oog heeft maar met het syndicaat weet je het maar nooit!

  2. Is er een syndicaat? Toe maar. Aan hun accent te oordelen komen onze daklozenkrantverkopers uit Amsterdam. Naar ik nu vermoed, verjaagd door het syndicaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *