Ontroering

Er piept een piep in mijn oren. De kat spint. Op de een of andere manier klopt het niet. Het piepen en het spinnen. Dissonanten. Zojuist heb ik een band gecontracteerd. En ik weet niet eens hoe ze heten. Ik was naar Zwolle Unlimited geweest, waar de afrobeatband Koffie speelde. Heerlijke show. Voor het podium werd uitzinnig gedanst. Er zat één vrouw tussen die ontzettend dronken was en zich halfslachtig aan mannen opdrong door tegen ze aan te vallen. Ze vond dat ik boos keek. Ontzettend dronken vrouwen lijken zichzelf ontzettend aantrekkelijk te vinden. Ze had een kale man, zag ik later. Die haar ontzettend aantrekkelijk vond. Ik zag het aan zijn hoofd. Hij bekeek haar dronkenschap met een mix van geilheid en vertedering. Eerder deze avond had ik samen met mijn kinderen gekeken naar het acrobatenduo Full Stop. Het ging over de strijd tussen man en vrouw. Aan het eind zweefde de vrouw in de touwen die aan de man vast zaten. Ze stootten elkaar af en trokken elkaar aan als de op bamboe dansende krijgers van Crouching tiger hidden dragon. Op de tonen van Stacks van Bon Iver. Ik zat er met tranen en mijn ogen. ‘Papa’, zei mijn zoon. ‘Ja?’, zei ik. ‘Wat voor toetje krijgen we?’ ‘Een ijsje’, zei ik. Hopend dat hij de snik in mijn stem niet hoorde. Een koe kan me ontroeren. Een hond ook. Maar toch ontroert niets mij zo hevig als menselijk geluk. In al z’n volmaakte onvolmaaktheid. Twee vrouwen dansten de poten uit hun lijf op de muziek van Koffie. Ze waren volledig op elkaar ingespeeld, namen in een mum van tijd elkaars bewegingen over, gingen in elkaar op, als twee kolkende rivieren die samenkwamen. Ik fietste naar huis. Kwam langs Eureka en hoorde een band spelen. Ik stopte. Erfgenamen van Radiohead, Sonic Youth en Smashing Pumpkins. Kinderen van de jaren ’90. Ik ging naar binnen. Er zaten tien mannen te kijken, onderuitgezakt op stoeltjes. Recht voor het podium, in het gedempte licht. De band gaf alles. Meeslepende melodieën, smekende gitaren, meedogenloze drumriffs. Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Hoe heet deze band’, vroeg ik aan de barman. Die had geen flauw idee. Voor aanvang van zijn shift wist hij niet eens dat er een band speelde. Ik kreeg een glaasje water van ‘m. Na afloop van het concert liep ik op de zanger/gitarist af en zei ik dat ik A&R-manager van Sony was en heb ik hem een voorschot van een half miljoen beloofd. Op een bierviltje heb ik een contract opgesteld en met mijn bloed ondertekend. Ik heb hem een hele trits foto’s van mijn vrouw en kinderen laten zien om vertrouwen te wekken. Ik weet niet eens hoe hij heet. Ik weet niet eens hoe zijn band heet. Het leek een aardige jongen, maar je weet natuurlijk nooit.

One response

  1. Een koe kan me ontroeren. en zo is het maar net. Bedankt voor de linkjes – mevrouw Reus is nota bene werkachtig in Zwolle en wist niks van dit alles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *