De “likwidatie” van Provo

Op een avond in 1992 dat haar vriend en mentor Robert Jasper Grootveld op de preekstoel zat bij haar thuis deed Oud Zeikwijf de bandrecorder op tafel en nam het gesprek met hem en zijn vrouw Thea op. Vervolgens tikte zij dat woord voor woord uit.]

 

Jasper:  PROVO als kunstwerk. Het hele complex van misverstanden en emoties en geschiedenis en gebeurtenissen Provo noemen, is een kunstwerk. En zo is het ook door de tijdgenoten ervaart. Kunstwerk. Dit is Kunst. Dit is inderdaad Magie. Dit is toveren met de verbeelding. Zo is d’r niets, zo is d’r het beeld van een saaie, dulle jeugd die helemaal niets wil of wat, en d’r is een jeugd die gaat op de barricades. Het is kunst. Er gebeurt wat, er zijn handelingen verricht, er wordt wat geroepen en er wordt wat getelefoneerd, en er wordt en hele boel publicity-publicity-publicity-publicity-publicity-publicity-publicity gepleegd, en dan is d’r van alles anders geworden. Het is een kunstwerk. Een kunstwerk wordt ook weer vervelend op den duur.

Als ik terug kom uit Denemarken, waar ik uitgenodigd was door Deense jongelui, en een maand of anderhalf heb gezeten in die winter, en eigenlijk al een verschrikkelijke weerzin tegen de dagelijkse praktijken van de PROVO kringen had gekregen, de met gewoonte gevestigde normen die waren gein.. Die Provo-club, die Provo-kelder dat vernieuwde zich telkens. Er kwamen telkens geëngageerde figuren op af, die wouen allemaal daarbij, die wouen daarbij, die wouen daarbij, die wouen daarbij, die wouen daarin, in Provo. Daar kwam een heleboel volk op af, daar kwam een heleboel marxistisch, leninistisch, maoïstisch, gefrustreerde Katholieken uit het Zuiden, die als alternatief hadden gekozen voor het christendom wat hun de keel uit kwam, een hevige studie van de marxistische, de leninistische en de maoïstische dialectiek, en er was een heleboel stemmingmakerij van betweters, van jonge intellectuelen: PROVO moest radicaliseren, Provo moest niet ludiek…Extremisme, dat zat in de tijdgeest, d’r moest extremisme komen. Daar stond in de kranten:”De komende zomer zal een lange, warme zomer worden, er zal gevochten worden in de straten van Amsterdam. Dooien vallen wellicht, of weet ik veel. Amsterdam was al reeds vertrouwd geraakt met de wekelijkse HAPPENINGS. En dan gebeurt er dat er plotseling een explosie is in de nacht, bij het Van Heutz monument. Groot op in de kranten.

Het Van Heutz monument het monument, door Provo aangewezen als monument van onze koloniale zonden, een derde van de bevolking van Atjeh werd vermoord onder Van Heutz, daar had een echte explosie plaats gevonden. Geen witte rookbom, nee, echt dynamiet; maar, het was goed afgelopen met het monument, want doordat de bom geplaatst was in een of ‘t ander kamertje, waar een zware ijzeren deuren op zat, de deur zat niet goed dicht, was de explosie naar buiten toegeslagen. en had al de ruiten van de in de beurt gelegen villa’s van rijke Amsterdamse bewoners doen rinkelen. Rinkeldekinkel werk aan de winkel. En voor mij was het het sein waar ik me tegen die beweging van die radicalisering en het uitkomen van de profetie van de provologen dat er een lange hete zomer zou komen. Wat? Die provologen gaan in onze stoel zitten. Ze gaan profeteren, ze gaan zeggen wat er gaat gebeuren. Gebeuren, gebeuren, gebeuren, dat is happening, dat is ons pakkie aan. WIJ zeggen wat er gaat gebeuren. Want daarom zijn wij Provo. Als zij zeggen dat er een lange hete zomer komt, moeten ZIJ voor die lange hete zomer zorgen. WIJ likwideren onszelf. Provo likwideert zich en laat de ruimte van de komende zomer 1967 over aan de provologen die profeteren dat er een lange hete zomer komt. Likwidatie van Provo. ZELF-destructie. Van het IMASJE, IMASJE, IMASJE dat Provo was. Want Provo bestaat niet, het is een verbeelding. En de verbeelding komt aan de macht. Verbeeld je, verbeeld je, verbeeld je.

OZ: Je was dus net terug uit Sicilië, en toen hoorde je van: “Het wordt een lange hete zomer” en toen…

Jasper: Nee, nee, nee, nee, nee, neeeee, nee, neeeee, nee, nee, nee. Ik kwam in de nazomer van ’66 terug uit Sicilie. Ik heb dan maanden, maanden, maanden van de toenmalige situatie bijgewoond dan ben ik anderhalve maand naar Denemarken geweest en als ik weer terug kom, dan zijn er inmiddels de maandelijkse Vietnam betogingen gaande. Vietnam was strikt politiek. De anti-Vietnam betogingen die maandelijks plaatsvonden, vanuit Provo inspiratie, van “Er moet wat gebeuren, hup up up up…” waren toch erg politiek, anti-Amerika. Dat zat mij niet lekker. Want dat hield in dat je pro-Vietcong was. Anti-Amerika. Zo lag die emotionele dialectiek in die tijd. Pro-Vietcong hield in dat je pro-Sovjet principes dat ze daar hanteerden, he, dus dat vond ik een hele slechte gang van zaken eigenlijk. Die radicale, steeds meer radicaliserende anti-Amerika… Toch was ik ermee eens dat er moest geprotesteerd worden tegen die oorlog in Vietnam. Maar… Het ging me steeds meer tegen staan.

Dan de Provo-klup zelf, die werd steeds meer overspoeld door dolgedraaide jongelui uit de provincie die razend enthousiast al helemaal in trans waren, en amper de klappen van de zweep kennende al reeds de radicalisering…

OZ: Waren ze onder de indruk van de intellectuele Provo’s?

Jasper: Waren ze, ze, ze… Het gaat over geesten, geesten, tijdgeesten. De tijdgeesten. Alle mensen hebben geesten bij zich, en elk mens heeft een geest bij zich. De geest van je vader, van je moeder in de eerste plaats, en de groot, groot, groot,… en al die geesten die hebben ergens een begeestiging… Dat speelt allemaal mee in de grote heksenketel van het gebeuren.
Komen mensen aan, Magisch Centrum Amsterdam, komen mensen aan, die hebben allemaal, wat? Hun eigen familie frustratie. Veel katholieken uit het zuiden, die waren gebrainwashed van huis uit met de katholieke indoctrinatie. Dat de communisten, dat waren de aardsvijanden, de katholieken die werden geïndoctrineerd tegen de communisten dus als katholieke jongelui, al studerende en hun tijdgeesten zelf aanvoelende, besluiten om het ouderlijk huis vaarwel te zeggen en zich te vernieuwen, die gingen dan Marx studeren. Van de weeromstuit. Van de weeromstuit uit hun katholieke verleden gingen ze Marx studeren. Al die negentiendeeeuwse cirkelredeneringen van Karl Marx gingen ze instuderen met lange, lange, lange studies. Tot ze marxist waren geworden. Als je marxist bent, dan ben je geïndoctrineerd door de marxistische denkramen door de cirkelredeneringen van het wetenschappelijke gelijk van de grote, grote, grote doctor Professor Karl Marx. Die mensen kunnen alleen maar denken vanuit de infectie die ze hebben opgelopen door de studies, en daar komen d’r steeds meer en de behoefte om  radicalisering.

Na dus deze bom toestand, wist ik zeker, dit zogenaamde Provo heilig klupje moet gelikwideerd worden. Toen ben ik bij Rob Stolk gaan praten. Ben ik gaan zeggen: “moet je horen, de provologen, die zeggen: `er komt een lange hete zomer’…”

OZ: Wie waren dat de provologen?

Jasper: Ja, heel veel, in het hele land, waren d’r allemaal knappe koppen, en die hadden alle artikelen gelezen over Provo, en die hadden daar een heel groot beeld, en die waren dikwijls zeer geëngageerd met dat beeld. Dus die voelden zich d’r echt wel emotioneel bij betrokken, maar ja, in hun positie als intellectueel, konden ze zich gelukkig beperken tot het schrijven van meningen op zwart op wit, begrijp je wel, dat zijn provologen.

OZ: Buikhuisen is ook een provoloog?

Jasper: Ha! Ha! Ha! Ja, dat is de oerprovoloog natuurlijk, want die heeft het woord `Provo’ uitgevonden.

OZ: Oerprovoloog… Okay. Maar toen ging je naar Rob Stolk?

Jasper: En ja, tuurlijk, alle invloed die ik aan kon wenden om de zaak te analyseren, en te zeggen wat het volgende was wat te doen stond. Wat is die verwarring? Kun je ook stoppen. Dan is er nieuwe verwarring, want je blijft altijd verwarring houden. Dat sloeg dus over. Dan heeft Theo Kley daar een rol in gespeeld.

Op een gegeven moment was het op een zaterdag avond, en toen was ik maanden niet bij het Lieverdje geweest. En toen dacht ik: “Komen er nog’s een keer mensen kijken bij het Lieverdje op zaterdag avond?”
Daar stond ik bij het Lieverdje op zaterdag avond, en plotseling is er een auto, en die auto die draait driftig zijn raampje naar beneden, en daar zit een of andere snormans en die zegt: “Wat doet u hier?”. En hij stapt driftig uit, is heel agressief, alsof ie me aan wil vallen, maar al gauw begrijpt ie dat ik Grootveld ben, die ooit… Dus dan gaan we samen al dolende in de stad, van kroeg naar kroeg en blowende, gekker en gekker… En dan ontdekken we van mekaar al dronken in de nacht, dat we haten Provo.

OZ: (Gelach)

Jasper: Hij van zijn kant, ik van mijn kant. Ik, omdat het mijn kunstwerk is, en hij, omdat hij jaloers is.

OZ: (Gelach)

Jasper: Jaloers van zo’n kunstwerk. En dan besluiten we die nacht, Provo te likwideren.

OZ: Oh, dat was met Theo Kley? Ha! Ha! Ha! Leuk! Met Theo Kley Provo gelikwideert… Wanneer was dat nou? Ik bedoel ermee, hoe lang heeft het geduurd tussen dat jij het idee had en dat het werkelijk gebeurde?

Jasper: Nee, maar ik ga je eerst iets over Theo Kley vertellen…
Theo Kley was een academisch gevormde kunstenaar, kunstschilder, en die had, met zijn toenmalige… een avontuurlijke kunstreis gemaakt, twee kunstenaars, een man en een vrouw. De vrouw, kunstenares van een hele rijke joodse familie, de familie Van de Berg, de familie van de uitvinder van de margarine en vertakkingen naar Zuid-Afrika, Rhodesië. En ze zijn terug gekomen in Amsterdam, en toen was Provo al maanden aan de gang. En kunstenaars, kunstschilders, andere verbeelders, die waren in diskrediet, want erkend werd door het hele land, dat wat Provo deed, dat was optimale kunstwerk. Dat was het kunstwerk. Dat kon je zien gewoon. En dat stond in de krant met de meest krankzinnige gevolg. Dus Theo, die zag die situatie dat er elke week een rumoer was bij het Lieverdje, met politie paarden en sabels en toestanden, en een heleboel nieuwsgierig volk wat een beetje keek en een beetje deed alsof zijn neus bloedde. Theo haaaaatte dat. Hij haatte dus Provo. Hij haatte de gevolgen van Provo, dat het elke week op zaterdag avond beroering gaf bij het Lieverdje. En dan kom ik hem daar, na zoveel maanden niet bij het Lieverdje geweest te zijn, voor het eerst ontmoette, en eerstens is hij daar op uit om elke week naar het Lieverdje te gaan om mensen die daar lopen lastig te vallen van: “Wat doe je hier? Waarom sta je hier bij het Lieverdje?”. En dan gaat ie ze eventueel lijfelijk te lijf. Zoveel haatte hij Provo… Op zijn manier, natuurlijk, als gevormde kunstenaar, kunstschilder…

OZ: Maar hij sprak je niet aan?

Jasper: Ik kwam in al die enorme rumoerige verwarring en heb dat allemaal niet snel kunnen wisselen […]

[noot van OZ: ik hoop ergens de band te hebben bewaard. Als ik die vind zal ik die verder uittikken. Dit gaat natuurlijk never nooit gebeuren, maar hoop doet leven.]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *