De grappigste man op aarde

De koning belde. Hij had de jaarlijkse ranglijst voor grappigste mensen op aarde ontvangen. Ik was voor het zoveelste jaar op rij zo’n 600 plaatsen gezakt.
‘Je staat inmiddels op plaats 12674, Max’, zei hij. En liet een stilte vallen. Ik liet de stilte stilte zijn.
‘Je begrijpt dat wij daar niet blij mee zijn.’
‘Dat begrijp ik’, zei ik. Bij Willem-Alexander wist ik nooit zeker of zijn wij nu een koninklijke wij was, of dat hij er ook zijn gemalin en eventueel zijn moeder bedoelde.
‘Ons geduld begint een beetje op te raken’, zei hij. Hij vroeg hoe het kon.
‘Ik weet het niet’, zei ik.
De koning nam een hap van een appel.
‘Het probleem is’, zei ik, ‘ik voel me ook niet meer grappig.’ Ik dacht aan een gesprek dat ik de vorige dag met drie vrouwelijke collega’s had. Eentje van hen had mij die zondag in het park zien voetballen met mijn zoontje. Wij voetbalden op blote voeten. Ik voelde me een beetje betrapt. ‘Nog een geluk’, zei ik, ‘dat we enkel op onze blote voeten voetbalden. Meestal voetballen we naakt.’ Vijf jaar geleden had ik deze opmerking zo weten te timen dat er gelachen zou worden. Nu bleef het pijnlijk stil en gingen er wat wenkbrauwen omhoog.
‘Misschien word ik te oud’, zei ik.
‘Ouderdom is geen excuus’, zei de koning. Er noemden wat mensen op de ranglijst die mijn vader hadden kunnen zijn en desondanks flink waren gestegen op de ranglijst.
‘Het is je instelling’, zei de koning.
‘M’n instelling’, zei ik.
‘Je instelling ja’, zei de koning. ‘Je bent te veel gaan leunen op onze subsidie.’
De subsidie was aan het begin van deze eeuw ingesteld door Prins Bernard, die hoge verwachtingen van mij had. Zijn dochter, de toenmalige koningin, had zo haar bedenkingen maar liet haar vader begaan. Die 1200 euro per maand kon er wel vanaf.
‘Neem die jongen van Lucky TV’, zei de koning, ‘die krijgt helemaal niks en stevent inmiddels toch op de top 500 af.’
Ik wilde er tegenin brengen dat ik, als voorwaarde om die subsidie te ontvangen, geen grappen over het koningshuis kon maken, maar slikte mijn woorden in. Het voelde als een slap excuus. Had ik het maar moeten weigeren.
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. De koning nam nog een hap van zijn appel en zuchtte.
‘Het spijt me Max’, zei hij, ‘Maar subsidie geven aan iemand die op plaats 12674 van grappigste mensen op aarde staat, heeft geen pas in deze tijd.’
Het hoge woord kwam eruit: ze gingen de subsidie stop zetten.
‘Maar de subsidie was voor het leven’, zei ik.
‘Mijn grootvader beloofde zoveel’, zei de koning. Met die opmerking moest ik het doen. De koning was onvermurwbaar. Ik dacht er nog aan om een vloek over hem uit te spreken, maar voordat je het weet stort ik zo zijn land in een zeven jaar durende hongersnood en aangezien mijn financiën op het punt stonden een behoorlijke klap op te lopen, leek het mij wat risicovol.
‘Als je binnen nu en vijf jaar de top 1000 weer binnenkomt, willen wij de subsidiekraan weer opendraaien’, zei de koning.
‘Oké’, zei ik.
De koning nam een hap van zijn appel, zei me gedag en hing op.

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *