De spijt van een belabberde moeder

Nederlandse vrouwen worden op de hielen gezeten. Door de overheid, die de helft van zijn bevolking als melkkoe moet missen, door de feministen (“je moet onafhankelijk zijn!”) en door zichzelf (“je bent niets waard als je geen carrière maakt”). Daarbij lijden Nederlandse vrouwen aan het collectieve trauma van “de moeder met de thee.” Ze beschouwen zichzelf als de eerste generatie vrouwen die moederschap en buitenshuis werk moet combineren.

Ze vergeten daarbij naar het buitenland te kijken. In Frankrijk, waar ik vandaan kom, zijn moeders sinds 1870 voltijds buitenshuis aan het werk. Met de Pruisische oorlog zijn de kerels massaal naar het front gegaan en nooit meer teruggekeerd. Want daar kwam de eerste en de tweede wereldoorlog erachter aan. Toen die mannen een poging waagden om de moeders weer achter het aanrecht te kantonneren lieten die laatsten dat niet meer toe. Ze waren het gewend geraakt om de lakens uit te delen, en niet alleen die uit de linnenkast.

Anno nu zijn de Franse moeders overwerkt. Want de economie heeft zich al lang naar de werkelijkheid gevoegd: je redt het simpelweg niet met één inkomen. Dus een voltijds baan ja, maar onafhankelijk? Ten tweede doen ze nog steeds al het zorgen thuis. Vrouwen zijn nu eenmaal, op een paar gelukzaligen na, behept met de zorgmolecuul. Kwakkelt er iemand in een straal van 1 kilometer om een vrouw heen, 10 tegen 1 dat die zich over die ongelukkige zal ontfermen. Een man zegt dan: mij niet gezien. Rectificatie: een man mèrkt dat niet eens.

In de VS is de positie van moeders erbarmelijk. Lees vooral de stukken hierover van Heleen Mees en consorten! Dan ga je naar bed in de zalige onwetendheid van een wereld buiten de Manhattanse high brow society. Ja, dìe vrouwen hebben het voor elkaar. Degenen die hun lofts schoonmaken en daarna naar hun tweede en derde baan rennen alvorens wat chips in de muilen van hun kroost te proppen bij wijze van snelle avondmaaltijd, niet.

Daarom mijn waarschuwing.

Ikzelf heb het allebei gedaan. Ik heb 2 nesten gehad. Bij het één was ik een overbezette alleenstaande moeder met een baan en een voltijdse studie op 3 uur forenzen van huis. Bij het tweede 10 jaar later nog steeds een voltijds werkende moeder, want ditmaal met een flinke manvrouwzaak, maar één die veel meer met de kinderen bleef. Eentje die niet constant de wedstrijd met de man aanging. Eentje die hem liet schitteren in de spotlights, terwijl ze het thuisfront bij elkaar hield, geheel tegen haar carrièredrang. Ik had the hard way mijn lesje geleerd. Mijn eerste nest vertrok zo snel hij kon naar het buitenland. Het voelde als een amputatie zonder verdoving. Hij is zo’n uitzonderlijk mens! Elke dag is het gemis niet te harden. Elke dag heb ik spijt van elke minuut die ik niet met hem als kind heb doorgebracht. Elke dag sla ik me voor mijn kop dat een tweede universitaire studie belangrijker was dan er voor hem te zijn. In het achteraffe licht van de eindigheid van het leven, dat vanzelf met de jaaren komt, bleek mij niets meer aan het hart te gaan dan mijn gezin.

Mijn tweede nest is nu op de leeftijd dat ze weg gaan vliegen. Ik kijk terug op jaren van intense betrokkenheid. Ik heb gezwolgen in moederliefde. En dat voelt verdomd goed.

Wat de feministen er ook van zeggen.





PS: Baby’s en peuters had ik het liefst allemaal 5 dagen naar de crèche, want tegen dat gekrijs kan ik niet. Er zijn grenzen!

4 responses

  1. well spoken.

    maar het is wijsheid achteraf: iedereen lijkt steeds weer opniew eerst zelf de neus te moeten stoten

    onuitroeibaar dom

  2. In het achteraffe licht van de eindigheid van het leven, dat vanzelf met de jaaren komt, bleek mij niets meer aan het hart te gaan dan mijn gezin. Wat mooi Nescio-esk geschreven, daar moet je wat mee doen…

Laat een reactie achter bij bas Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *