Robotseksdromen (Hoofdstuk VIII)

Deckard was een robot aan het bouwen. Hij verborg het niet eens. Midden in de huiskamer. Overal mechanische onderdelen, pneumatische bedoeningen. Kille robot-ogen leken Juliette overal te volgen. Met daaronder die skeletachtige grijns.

Juliette probeerde het te negeren. Te doen alsof. Voor de kinderen, maakte zij zichzelf wijs. Voor de angst de status quo te doorbreken, is wat het was. Status quo, zou dat niet normaal moeten zijn?
Wat het ook was, haar dagen waren een monotone reeks van de deur open doen voor de zoveelste griezel “Van het internet” die was langsgekomen om “De progressie te meten”.

God mag weten van welk deel van het internet zij kwamen. Het waren over het algemeen in toenemende mate zwetende mensen met een verhaal over de hoop in de toekomst écht verliefd te kunnen worden op een échte robot. Juliette biedde koffie aan, luisterde beleefd naar verhalen over teleurstelling door menselijke partners (of een gebrek aan), het ideaalbeeld van een robot, en waarom échte liefde tussen robots en mensen onvermijdelijk was. Ja, knikte ze dan. Slurpend aan haar koffie.

Ze kon nooit lang genoeg doen alsof ze geintresseerd was. Deckard kwam altijd te laat binnen, na minsten tien minuten erg ongemakkelijke stilte te delen, waar zweten begon.
“Wat kan ze al, dan?” vroegen de bezoekers, en Deckard liet dan lomp en onbeholpen geprogrammeerde “Seksbewegingen” zien, door de robot los te laten gaan op een mannelijke sekspop. De eerste keer dat hij dit deed greep de arm de penis van de pop, en scheurde het rubberen ding, inclusief een stuk buik, in één gewelddadige haal van de pop af. De hoopvolle bezoeker die dat gezien had brak in huilen uit en scheen twee maanden later zelfmoord te hebben gepleegd.
“Opstartproblemen,” wuifde Deckard dat weg, “Homo Sapiens deed er vanaf Homo Erectus een stuk langer over.”

Het gewelddadige karakter kreeg Deckard nooit helemaal uit die pop- de dingen die de pneumatische armen met de rubberen penis deden zouden de meesten niet willen zien gebeuren op hun eigen vlezige geval.
Deckard claimde dat dit het appeal was: als je met een zachtaardig stuk vlees wilt seksen, kan je net zo goed een mens nemen, was zijn mening. Ja.
Ook de “Realistische hoofdbewegingen” schoten ietwat tekort door Deckard zijn beperkte kunde in robotica. Het maximaal haalbare voor hem was twee ritmisch op elkaar klakkende kaken, terwijl het hoofd met wijdopengesperde ogen rondjes draaide op de nek.
“… Waarom doet die pop dat, Deckard,” vroeg Juliette nog. Weet zij veel. Misschien had hij een goede reden. Of een reden.
“De markt wil nu eenmaal dat het op een mens lijkt,” haalde Deckard zijn schouders op.
“Niet op een bezeten mens! Het is alsof ik kijk naar The Exorcist,” zei Juliette geschokt. Na drie rondjes brak het hoofd af bij de bovenkaak, en scheurden daardoor ook verschillende toevoersslangetjes af.
Eén bevatte perslucht voor de pneumatische onderdelen, de ander smeerolie, dus begon het geval zwart spul te spuiten uit de nek, onder een luid, hels gesis.Het hoofd bleef happende bewegingen maken, hangend aan de stroomkabels. Eén oog viel eruit.
“Deckard,” zei Juliette nog geschokter.
“Opstartproblemen!” herhaalde hij geirriteerd.

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *