Robotseksdromen (Hoofdstuk IV)

Die dag was hij vertrokken. Huilend in de regen, de magnetron onder zijn arm, het ding met tedere voorzichtigheid plaatsend op de passagierstoel van zijn auto. Wegrijdend naar het zoveelste budgethotel.
En twaalf dagen later was de telefoon overgegaan.

“De magnetron is kapot,” hoorde Juliette Deckard huilen in de regen. Alweer. Het deed haar beeld van hem vormen alsof hij, van dat tot dit moment, twaalf dagen aaneengesloten aan het janken was geweest in druilweer. Samen met die kutmagnetron. Donder rommelde krakend over de lijn.
“Hij doet nu helemaal niks meer!” ging Deckard verder, “En toen moest ik denken… Als jij iets niet doet, dan kan je nog wel andere dingen doen. Of doe je het later wel weer… Wat ik wil zeggen is… Ik geloof dat ik mensofiel ben. Toch. Eigenlijk.”

Het onweer en de ruis over de lijn was te hard voor Deckard om de licht snuivende ademhaling van Juliette te horen.
“Ok,” zei ze uiteindelijk, “Kom maar naar huis.”

Twee uur later zat hij bij haar op de bank, tranen en regendruppels lekkend op haar mooie kussens.
Zijn zeiknatte overhemd plakte tegen zijn op en neer gaande borst, zijn laaghangende schouders boven zijn lagerhangende hoofd.

“Ik snap nu wat je bedoelde te zeggen,” snotterde Deckard. Juliette keek hem minzaam aan over een dampende kop thee.
“Dat je niet moet douchen met elektrische apparaten?”
“Nee, wat je eigenlijk wilde zeggen, namelijk dat je me wilde waarschuwen, en dat je dat deed omdat je zoveel van me houdt. Nu begrijp ik wat echte liefde is.”
Juliette haalde diep adem.
“Je kan geen relatie hebben met apparaten, Deckard.”
“Nee,” beaamde hij verbitterd, “Daar zijn ze te onbetrouwbaar voor.”

Laat het gaan. De gedachte stuiterde cascaderend door haar bewustzijn naar beneden. Laat het gaan, laat het gaan.

“…Wij moeten in relatietherapie, Deckard. Als je wil dat wij weer gaan werken. Je hebt echt een hele hoop kapot gemaakt met je debiele gedrag.”
Deckard knikte nederig.
“En de robots ook, natuurlijk, met hun gedrag,” gaf hij toe.

Laat het gaan. Laat het gaan, laat het gaan, laat het gaan.

Deckard zuchtte, en klapte in zijn handen.
“Laten we nu maar seks gaan hebben dan,” zei hij opgelucht. Juliette weerde echter haar hoofd af, waardoor Deckard ineenschrompelde. Had hij blijkbaar meer kapot gemaakt dan hij ooit voor mogelijk had kunnen houden? Een kil besef glibberde over zijn rug, rillingen veroorzakend van vragen die misschien nooit helemaal beantwoord kunnen worden :-(

7 responses

  1. laat het los
    laat het gaan
    voorbij is de storm in mij
    laat het los
    laat het gaan
    geen tranen meer voor mij
    hier begint mijn nieuw bestaan
    onbevreest en vrij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *