De President Moest Poepen – Slot

Ik deed de deur open en zag niets.
“To the left,” zei Barack. Mijn hand bewoog zich tappend links van de deur, tot ik een lichtschakelaar vond. Ik schakelde het licht aan, en mijn mond viel open. Wat een intens mooi toilet. Het was ruim van binnen, lichtblauwe muren, bonsaibomen aan de zijkant, een soort kiezelzand op de grond wat je aan kon harken- dit hele toilet was opgezet als een Zentuin!
Ik keek met grote ogen achterom, waar Aboma een wetend knikje gaf.
“I’ll give you some privacy,” zei hij, de kooi op slot zettend met het hangslot. Ik knikte, liep de kubus in en deed de deur dicht.

Ronde tegels waren in een S-patroon richting de pot gelegd, met in het midden een klein beekje. Wat rustgevend! Dit is echt Presidentieel poepen! Ik hopte van tegel naar tegel, knopen van mijn broek alvast los makend, en bij de pot aangekomen maakte ik mij klaar de broek met rinkelende munten en sleutels en al te laten vallen, tot ik naar beneden keek.
“Oh,” zei ik.

In de pot lag poep. En niet zomaar poep: hier lag een puntgave drol, sigaarvormig… Met een elastiekje eromheen.
Ik bleef mijn broek vast houden. Wat is hier de bedoeling van? Was President Obama vergeten door te trekken?
Maar waarom dan een elastiekje er om heen, dacht ik. Er goed omheen, ook. Het ding was meerdere keren omgeslagen zodat bijna de hele drol als een soort rollade omwikkeld was. Het was knap dat het op spanning bleef zonder de drol doormidden te klieven. Meer dan knap: best knap, zelfs.

Ik bleef even kijken, waarna mijn concentratie ruimte gaf voor de zachte geluiden van de beek en mijn eigen gedachten over deze drol.
Misschien was dit een rare gewoonte van hem. Misschien deed hij dit eerst voordat hij doortrekt, en was hij het dit keer vergeten.
Mijn hand ging naar de doortrek-knop, en aarzelde. Misschien bewaard hij die drollen wel, en is hij vergeten hem er uit te halen, dacht ik toen. Dat kan ook. Het is presidentiele poep. Waarom zou je er anders een elastiekje omheen doen?

Whatever, dacht ik, hier heb ik geen zin in. Ik ga wel gewoon naar buiten en zeg dat ik toch niet hoef te poepen.
Dus draaide ik mij om, knoopte mijn broek weer dicht, en legde mijn hand op de deurklink. Ik duwde niet door.
Waarom ligt dat ding daar? Of beter nog te vragen dan wàt de bedoeling is: ìs dit de bedoeling? Hoort die drol daar zo te liggen? Is het alsnog een practical joke? Een mop van presidenten en Nobelprijswinnaars onder elkaar? “Haha,” zou ik moeten zeggen, “Goeie”?
Of is dit een test? Is het de bedoeling dat ik hier iets mee doe? Een soort universele geheimtaal onder de machtige heersers van de wereld, zoals emoticons?

… Maar wat als het niet de bedoeling is. Dat is een nog veel belangrijkere vraag. Als jij de machtigste man van het machtigste land ter wereld bent, wat zou jij doen, als je per ongeluk niet meer de enige bent die weet dat je elastiekjes om je poep doet (en strak ook- hoe zouden zijn handen eruit gezien moeten hebben?) en vergeet door te trekken? En niet alleen dat, besefte ik mij toen, nog bleker wegtrekkend dan ik normaal al ben: in de pot lag alleen poep. Geen toiletpapier. President Oboma veegde zijn billen niet! Serieus, wat als dat naar buiten zou komen? Wat zou JIJ doen?

Obomo, president van de Verenigde Staten van Amerika- hij zou niet eens iets hoeven doen.
“Ik hoefde toch niet te poepen,” zou ik slecht liegen, de deur uit lopend, zweetdruppels al vormend op mijn hoofd, “Laat mij er maar uit.”
En Brack Obamo zou eerst gedachteloos de roestige sleutel in het slot steken, terloops mij aankijkend- en hij zou het weten. Meteen. Tk. Tk. Tk. Zouden de tanden van de sleutel doen, stuk voor stuk het slot verlatend.

Ik zou een stap naar voren zetten, smekend: “Ik zal niets zeggen!”
Hij zou een stap naar achteren zetten. Mij dieper in de ogen aankijkend. Hij hoéft niets te zeggen. Ik ben een schrijver die de Nobelprijs voor Vrede en Literatuur heeft gewonnen door openhartig over poepen te schrijven. Hell, aangezien ik dit schrijf voordat het allemaal gebeurd is: misschien is dit verhaal wel de reden DAT ik die prijs gewonnen heb.

Obamo weet genoeg. Zijn tweede stap is misschien nog twijfelend, maar daarna vormen zijn stappen naar achteren een zekere tred. Hij verdwijnt in dezelfde duisternis als waar hij mij in achterlaat.
“Neeeeeeeee,” zou ik roepen. Niet te hard want als de ruimte zelf heel stil is voelt het raar om onnodig luid te zijn. Hij zou het zo ook heus wel horen. Het is het Zwarte Huis, niet een winkelcentrum.

Ik schudde mijn hoofd. Godverdomme man. Het is poep. Trek gewoon door. Zelfs áls het speciaal is- dan eet hij maar een dagje wat meer shoarma ofzo. Dan is de productie zo weer ingehaald.
Ik wilde al terug lopen, maar de twijfel remde mijn besluitvaardigheid weer af. En dat elastiekje dan? Dat ding ligt daar voor een reden. Mijn arm ging weer terug naar de deurklink, en pauzeerde ook daar weer. Welke reden dan? “Godverdomme,” fluisterde ik. Dit is echt kut.

Ik heb als kind geleerd dat ik niet bijster goed kan liegen. Het liegen zelf is niet echt een probleem, maar die hele wereld van leugens die je om die ene leugen moet fabriceren, dat maakt het zo moeilijk.
“Ik ben daar niet geweest.”
“Waar ben je dan geweest? En wat heb je daar gedaan dan? Van hoe laat tot hoe laat? Met wie?”
Wat een opluchting te ontdekken dat mensen het geen fluit intresseert als je eerlijk bent. En hoe makkelijk de rest verzinnen is! Het is gewoon de waarheid! En meestal is de waarheid zo belachelijk, zo absurd, dat mensen denken ach joh prima, dan vertel je toch niet hoe het echt zit. Schouders ophalen en doorlopen.

En grofweg hetzelfde met nadenken over dingen die je niet weet: je kan wel eindeloos over alles speculeren, zoeken naar verborgen betekenissen, maar wat heeft het voor zin? Alle bewijzen die je verzameld worden weggelachen als nep, vals en fout, en andersom is het precies zo vice-versa. Geloof gewoon in een wereld die is zoals je hoopt dat die is, en doe je best het zo te maken. Is de wereld niet zo, ga je daardoor dood, geen probleem: want waarom zou je willen leven in een wereld die jou niet kan laten bestaan in een wereld zoals je hoopt dat die is?

Dus, ik haalde adem, en stapte naar buiten.
“Hee Barack,” zei ik, “Er ligt nog wat en dat vind ik vies. Ik ga wel thuis poepen.”
Ik keek om me heen.
“Barack?”
Een beetje nerveus, dat geef ik toe, goeie grap maar toch, liep ik naar het hek en probeerde mijn ogen te laten wennen aan de duisternis. Zoekend naar Barack. Maar qua presidenten zag ik alleen die stomme kapotte kop van die buste.
“Barack? Obamo? President? Hallo?”
Hij was verdwenen. Opgelost. De deur naar het Oval Office stond nog steeds open en- ik weet niet hoe ik het kan weten- dit was geen geintje. Hij zat niet giechelend onder zijn bureau verstopt. Hij was weg. Zou nooit meer ergens terug- of aankomen. Ik rammelde aan het hek, wat nog steeds op slot zat.
“Hallo? Is er iemand??”

En dat zal dat geweest zijn. Er is niemand. Tot het eind der tijden (in elk geval de mijne, neem ik aan) zal ik in die Zen-wc zitten. Starend over de rand. Mij afvragend: wat is hier nou de bedoeling van?

HET EIND

4 responses

  1. Ja, dat zou ik ook wel willen weten. Maar er zijn dingen waar je nooit achter komt. Misschien is dit een geval van ‘omdat het kan’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *