De President Moest Poepen – Een Mysterieus Verhaal

Voorwoord: dit alles is tot mij gekomen in een droom. Aangezien ik die knakker van Wham! ook al doodgeschreven heb, vraag ik mij af in hoeverre dit toekomstvoorspellend is. Vast helemaal :-( Dus veel griezelplezier! In!

De President Moest Poepen
- Een Mysterieus Verhaal -
o_0

Dit verhaal speelt zich af in de toekomst, wanneer Trump en zijn boevenbende geëxecuteerd zijn voor hoogverraad, en Barack Aboma gevraagd is weer “eventjes” President te zullen zijn.
Toevallig krijg ik rond die tijd de Nobelprijs voor Vrede en Literatuur (nieuwe categorie speciaal voor mij) uitgereikt, en zal de President mij uitnodigen voor een gezellig bakje koffie op het Zwarte Huis (Nee nee is geen ras-ding, het witte huis is tegen die tijd zwart geblakerd door alle nucleaire en klimatologische vuurstormen) en hoewel ik geen koffie lust, zal mij dat reuze gezellig lijken…

We beginnen aan het einde van het verhaal, zodat ik vanaf nu in de verleden tijd kan schrijven. Dat zal ik prettiger gaan vinden.
“Mooi hoor,” zei ik dus, toen het begon, tegen de President, “Nice,” toevoegend in de taal die hij begreep.
Oboma knikte. Hij had het ook wel gezien, al die mooie spullen aan de muur. Het was zijn muur, immers.
“Would you like some coffee?” vroeg hij, de kan optillend.
“Nee,” wuifde ik beleefd weg, “Van koffie moet ik poepen. Pooping,” verduidelijkte ik in zijn taal, wrijvend over mijn buik, en een frowny face makend met mijn gezicht. Dat is het mooie van de emoticon-taal: mensen noemen het wel eens “Niet nodig” en “Stom”, maar het is ontwikkeld op zo’n manier dat wij met ons eigen gezicht de emoticon kunnen verbeelden. Behalve de aubergine. Dat is dan toch een fantastische universele taal?

Aboma begreep mij in elk geval meteen. Presidenten hebben maar een half woord nodig.
“Would you perhaps like to poop?” vroeg hij beleefd.
“Nee joh man, dat is echt niet nodig,” zei ik, licht ongemakkelijk. Ik wil gewoon de tijd kunnen nemen en ik weet niet hoe dun de muren hier zijn.
“It’s very nice. Pooping in the Black House. You can poop on my personal toilet,” zei hij op geheimzinnige toon.
“Personal toilet?” vroeg ik.
“It’s a secret,” ging hij geheimzinnig verder, mij aankijkend met die grote zwarte ogen.

En ja, wat kon ik doen? Ik zal de Nobelprijs voor Vrede en Literatuur voor een substantieel deel gewonnen hebben door mijn obsessie met poepen. “Hetgeen alle mensen op aarde verbindt behalve diegenen met een dichtgenaaide (of gelijmde) anus,” had de Nobelprijsjury geschreven in hun persverklaring, “Geschreven met onder andere de universeel verbindende taal van emoticons.”
Sure joh wil ik wel proberen,” zei ik dus. Zo’n kans kan ik niet laten liggen. Dat is alsof de Paus aan je vraagt of je wilt zien waar “Alle dooie kinderen liggen.”

Bararck Oboma klopte mij op de schouder, en duwde mij vooruit een zijkamer in. Het leek op een balzaal die was veranderd in een walk-in closet, alleen dan voor rommel. De stofzuiger stond daar, een grote stapel bordspelletjes, en wat verhuisdozen naast een kapotte buste van een of andere vergane president. Langs de muur stonden goedkope archiefrekken waar alle internationale potten snoep stonden, zodat de President alle wereldleiders kon trakteren op een snoepje waarvan hij wist dat ze dat wel zouden lusten. De pot van Irak zat helemaal vol met spinnen. Dat zet je toch aan het denken. Had die pot een geopolitieke rol gehad? En dan als oorzaak of gevolg? Wie zal het zeggen. Volgens mij eten ze in Irak helemaal geen spinnen.

Achterin de zaal stond een rij oude tv-kasten en wat kapotte mini-tafeltjes zodat je kon eten zittend op de bank. Resten uit de jaren 80. Obomo leidde mij er langs, en wat ik daar toen zag zal ik de rest van mijn leven terug in mijn dromen zien opdoemen, op exact dezelfde manier: de hoek om gaan, voorbij de televisiekasten, en de grote kooi ontwaren.
Ik moet eerlijk zijn: hier werd ik een beetje nerveus van. Een kooi?
“It’s security,” voelde Barrack mijn spanning aan, waarschijnlijk via de schouder die hij nog altijd vast hield.
“I’d like my toilet to stay private.”
“Oh nou bedankt dan maar,” mompelde ik. Barack glimlachte, en haalde een rammelende sleutelbos uit zijn colbert. De meest roestige sleutel aan de bos ging het hangslot aan de deur in, waarna hij de deur piepend deed open zwaaien.

Binnen de kooi was een uit gipsbetonblokken opgetrokken kubus, ongeveer twee meter hoog, met daarin weer een deur. Als dak had hij (of één van zijn vele illustere voorgangers) een spaanplaat op de muur geschoven. Er stond geen wind in het Zwarte Huis, dus hoefde het niet echt vastgezet te worden. Presidenten zijn boven alles praktisch, bleek maar weer.
“Go in,” moedigde de President aan. Hij bleef buiten de kooi staan.
Dit moet wel één of ander teringgeintje zijn, dacht ik. Dat ik die deur open maak en die aap van Michael Jackson erin blijkt te zitten ofzo. Dat ze hem daar maar hadden opgesloten. Helemaal gek geworden van twintig jaar afzondering. En in die kubus dan allemaal skeletten van andere idioten die dachten dat de daarna lachende president echt een privé toilet in een kooi in een rommelhok had staan :-(

Ik weet niet goed waarom ik, die angst voelend, toch de deur open deed. Een menselijke oerbehoefte nieuwsgierigheid te stillen? Al wat ik nu weet is dat ik dan gewild zal hebben te weten wat ik daarna zal weten, want dan had ik het nooit gedaan. Maar ja. Dat weet ik nu natuurlijk nog niet.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *