Durme, durme

Ik zing in een kerstkoor. Ja, u leest het goed: een kerstkoor. Op de school van mijn kinderen. Samen met andere ouders. Gisteren was de laatste keer dat we konden oefenen voor donderdag.

Een kleine drie kwartier voordat ik ernaar toeging, had mijn vrouw me een foto laten zien van de vermoorde Russische ambassadeur in Turkije. Ik zie een stevige man op de grond liggen. De armen gespreid. Ik moet denken aan Theo van Gogh die op straat lag. Naast de neergeschoten ambassadeur staat een veiligheidsbeambte met zijn pistool in de aanslag. Op de achtergrond zie je mensen wegduiken.

Even later lees ik mijn dochter voor uit Dalton City. In de eerste pagina’s stelt Lucky Luke orde op zaken in het desperado-stadje Fenton Town, vernoemd naar de grote man van Fenton Town, Dean Fenton. Het is nog geen half uur later en het nieuws uit Turkije zit alweer verstopt achter een zacht, pluizig muurtje van gezinswarmte.

Het is koud buiten als ik naar school fiets.

Voordat we beginnen met zingen praat ik met een collega-bariton over onze gezamenlijke liefde voor Nick Cave. De bariton komt uit Urk. In mijn verbeelding zie ik Nick Cave vanaf een orthodoxe kansel preken. In het zwart, de vinger naar boven wijzend. God is in the house.

We all go quiet as a mouse en beginnen met het Russische Divnaja. Daarna het Sefardische slaapliedje Durme Durme. Daarna Happy Christmas (War is over) van John Lennon. Sinds Thé Lau dit nummer zong bij De Wereld Draait Door met betraande ogen en een snik in zijn stem, houd ik het zelf ook maar moeilijk droog als ik het hoor. Toen Theo van Gogh was vermoord, liep ik over de Nieuwe Dijk naar de Dam waar een lawaaidemonstratie zou worden gehouden. Thé Lau liep voor mij. Er klonken knallen. Iemand stak een duizendklapper af. Thé Lau draaide zich geschrokken om en botste tegen me op. We zingen dat de oorlog voorbij is. Als we maar willen.

Bij thuiskomst blijkt er een vrachtwagen op een kerstmarkt in Berlijn ingereden. Ik zie foto’s van de veiligheidsbeambte, na de aanslag op de Russische ambassadeur. De veiligheidsbeambte blijkt de moordenaar te zijn. Hij schreeuwt en heeft zijn linkerhand in de lucht. De vinger omhoog. De jongen doet me aan Tarik Z. denken, die het NOS-journaal gijzelde met waanideeën en een nep-pistool. En aan John Travolta (Pulp Fiction qua pak, Saturday Night Fever qua houding).

Ik ga op zoek naar de mooiste versie van Durme, durme, het Sefardische slaapliedje. De taal is Ladino, de Spaanse versie van het Jiddisch zeg maar. ‘Slaap, slaap, lief kind van je moeder’, zegt het lied. ‘Slaap zonder zorgen en zonder pijn.’

One response

  1. In de strip van Lucky Luke die over Billy the Kid (1962) ging werd pas echt met de oorspronkelijke figuur geknoeid en deze meer komischer gemaakt dan dat de persoon op zich zelf bleek. En deze strip verliep overigens zo:

    Billy the Kid, die blijkbaar al slecht werd geboren en al op jonge leeftijd postkoetsen ging overvallen waarvoor hij door zijn vader werd afgestraft en daarna van huis wegliep, vestigt zich in een Westers stadje en hij jaagt de inwoners en reizigers daar allemaal de stuipen op het lijf met het overvallen van banken, postkoetsen en het stelen van snoepgoed.
    Iedereen is bang voor hem, behalve de uitgever van een plaatselijke krant, die er alleen niet in slaagt om de sheriff te bewegen Billy te doen arresteren en te berechten. Hij wordt hierin echter veel meer neergezet als een onberekenbaar klein mannetje, met een verwend, opvliegend en onberekenbaar karakter.
    Hoewel Billy inderdaad een desperado is, gedraagt hij zich eigenlijk meer als een klein en verwend kind (Lucky Luke noemt hem dan ook voortdurend “vlegel” en “bengel”). Hij berooft de bank wanneer hij daar zin in heeft, hij steelt snoep en karamels uit een winkel, hij dwingt een man hem voor te lezen (Billy is namelijk analfabeet daar hij nooit naar school ging waardoor hij zelf niet kan lezen), en hij verplicht de saloon om niets anders dan warme chocolademelk te schenken. ’s Avonds slaapt hij met, in plaats van zijn duim, de loop van zijn revolver in zijn mond.
    Lucky Luke, die hem inderdaad wil aanhouden met hulp van de uitgever, kan echter niets tegen hem beginnen, want niemand durft tenslotte tegen Billy te getuigen daar de laffe inwoners daarginder nogal aan het ‘Stockholm-syndroom’ leiden wat inhoudt dat ze aan de ene kant wel bang zijn voor Billy maar ook sympathie voor hem koesteren .
    De winkelier die door Billy is bestolen van snoep valt constant flauw van angst tijdens diens proces , de rechter spreekt hem uiteindelijk vrij dankzij de laffe jury, en de sheriff die hem moet opsluiten behandelt hem echter meer alsof hij in een hotel is.
    Lucky Luke zal dus een slim plan moeten bedenken om Billy alsnog te doen arresteren.

    Lucky Luke doet nu, met hulp van de kranten-uitgever en een aantal personen die graag willen meehelpen om van Billy af te komen, alsof hij zelf ook een misdadiger is: hij “berooft” de bank (later geeft hij alles terug), hij intimideert de gasten in de saloon waar hij spullen kapot schiet (maar betaalt later de kapotgeschoten glazen en spiegel terug met de uitgever), hij laat zijn paard Jolly Jumper de groentes opeten bij de groenteboer, en de mensen (of beter gezegd degenen die daarvoor acteren) doen alsof ze doodsbang voor Lucky Luke zijn. Tenslotte vindt Lucky Luke ook dat de laffe inwoners van het stadje op hun nummer moeten worden gezet.
    Billy trapt erin en hij wordt hierdoor stikjaloers. Hij daagt Lucky Luke uit voor een duel als het hem ook niet lukt om deze tot samenwerking te bewegen.

    Op weg naar het duel “moedigen” de mensen Billy juist aan om Lucky Luke te overwinnen: “je kan het Billy”, “voor de goede zaak Billy”. Dit is een nog grotere vernedering: hij wil juist de grootste desperado van het Westen zijn en wordt nu als een held gezien! Hierdoor zijn juist zij degenen die Billy uiteindelijk verslaan en dus niet Lucky Luke!
    Woedend werpt Billy zich hierna op de grond, waar hij huilt en uitschreeuwt uit dat hij een desperado is, overigens tot grote schrik van de inwoners daar zij hun angst voor Billy hierdoor allang zijn verloren.

    Lucky Luke komt tevoorschijn. Maar voor hij Billy arresteert doet hij wat hij al het hele album van plan was. Billy krijgt wat hij verdient… een pak voor zijn broek!
    Hierna wordt Billy opnieuw opgesloten en weet Lucky Luke de inwoners te overtuigen dat Billy the Kid, en veel andere desperado’s, helemaal niet zo geducht zijn en eigenlijk vaak zelf grotere lafaards wezen. Hierdoor weten de inwoners, die alle schade die Lucky Luke had veroorzaakt en ruimschoots krijgen vergoed, hun angst voor Billy definitief te overwinnen.
    Dan vindt er een nieuw proces tegen Billy plaats waarin iedereen alsnog tegen hem zal getuigen om zijn overvallen en steelgedrag waarna de jury hem schuldig acht en de rechter hem voor een paar 1000 jaar tot dwangarbeid veroordeeld! Billy wordt dan in dezelfde gevangenis opgesloten als de Daltons om daar zijn straf te ondergaan.

    Op het einde van het verhaal duikt opeens een andere desperado, Jesse James, in de stad op die niets afweet over de verdwijning van Billy the Kid en denkt hij op zijn beurt dat James de inwoners kan gaan beroven.
    Deze zijn echter, dankzij Lucky Luke, hun angst voor desperado’s zodanig verloren dat ze Jesse meteen in pek en veren gaan dompelen en hem, tot zijn grote verbazing, op een spoorrails de stad uitdragen met de mededeling en waarschuwing dat elke desperado die daar in het vervolg zal opduiken hetzelfde lot zal ondergaan!
    Lucky Luke neemt dan afscheid van de uitgever en de stad en verdwijnt met zijn paard Jolly Jumper wederom aan de horizon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *