Hun wie uitsterven gaan

“Met iemand die volgens de laatste mode spreekt wil ik niet omgaan. Tegen iemand die volgens de laatste mode gekleed is, heb ik geen bezwaar”, schreef Karel van het Reve in zijn column voor de Wereldomroep op 6 juli 1983. Een maand of twee daarvoor had hij zich ontzettend zitten ergeren aan een man met wie hij een ‘twistgesprek’ had voor de televisie. Ze waren het met elkaar oneens en Karel van het Reve vond de man dom, maar dat was niet de reden van de ergernis. Nee, de reden was dat de man een paar keer de uitdrukking ‘het voortouw nemen’ had gebruikt. De regering had het voortouw genomen. Die uitdrukking, zo leren wij uit de tekst van Van het Reve, kon in het Nederland van 1983 aangeduid worden als ‘modieus taalgebruik’. Van het Reve zette deze uitdrukking op één lijn met ‘dingen op een rijtje willen zetten’ en ‘een plaatje inkleuren’. Uitdrukkingen waar een mens heden ten dage niet van op kijkt. Willen we Van het Reve’s ergernis begrijpen, dan moeten we dit vergelijken met hedendaagse equivalenten als ‘wanneer zullen we dit kortsluiten’ en het gebruik van het woord ‘stukje’ in zinnen als ‘ik mis nog een stukje emotie’. Of mensen die het over 10 K hebben waar ik tienduizend zou zeggen.

Het gevecht van Karel van het Reve (en een ieder die zich verzet tegen ‘modieus’ taalgebruik) is een achterhoedegevecht. Het valt niet te winnen. Volgens mij is het zelfs niet eens modieus taalgebruik. Want als het modeverschijnselen waren, dan waren ze al lang weer verdwenen. En de drie voorbeelden die Karel van het Reve aanhaalt, zijn alle drie inmiddels zo ingeburgerd als maar kan. Terwijl niemand nog het woord ‘twistgesprek’ gebruikt. Er is dus iets anders aan de hand. Wat volgens mij zo ontzettend ergerlijk aan dergelijke uitdrukkingen is, is het onderbewuste besef dat ze gemeengoed gaat worden. Dat hier iets in gang wordt gezet, dat niet valt tegen te houden. En dat jij straks de enige bent die weet dat ‘het voortouw nemen’ een belachelijke uitdrukking is. Je begint kortom tot een uitstervend ras te behoren. Een laatste der Mohikanen. En hoe aantrekkelijk het ook is om je uniek en verheven te voelen, uitsterven is nooit leuk.

Onlangs kreeg ik van een goede vriend een hoorcollege op cd van Marc van Oostendorp cadeau over Taalverloedering. Het is een hoorcollege dat ik u van harte kan aanbevelen. De hoofdboodschap: het valt reuze mee met die taalverloedering. Taal verandert continu en daar kun je weinig aan doen. Na verloop van tijd begrijp je niet meer waar men zich druk om maakte. Het meest opmerkelijke voorbeeld wat dat betreft, gaat over een Nederlandse schrijver die zich in de 19e eeuw opwond over mensen die ‘u loopt’ zeiden in plaats van ‘gij loopt’. Want iedereen zou toch moeten weten dat ‘u’ enkel gebruikt mag worden als lijdend voorwerp! Precies dezelfde opwinding maakt zich heden ten dage van sommige mensen meester als iemand ‘hun lopen’ in plaats van ‘zij lopen’ zegt. Ikzelf ben van deze ergernis aan het afkicken. En dat gaat vrij goed. ‘Hun lopen’ blijft pijn aan mijn oren doen, maar ik vind inmiddels dat mijn oren niet moeten zeiken.

Van Oostendorp heeft het in ook nog over de rol van smaak. Zo vertelt hij over zijn afkeer van het woord ‘gym’ terwijl iemand ‘gymnasium’ bedoelt (tegen het gebruik van het woord ‘gym’ voor gymnastiek heeft hij geen bezwaar). Dit heeft, meent hij, niet zozeer iets te maken met het woord ‘gym’ an sich, maar vooral met het soort mensen dat dit woord gebruikt. Je hebt een hekel aan mensen die gym zeggen als ze gymnasium bedoelen en daardoor krijg je een hekel aan het woord gym. Dat herkende ik wel. Ik heb dat zelf heel sterk gehad met het woord ‘kids’. Het gebruik van dat woord vindt z’n oorsprong in de jaren ’90, vermoed ik. ‘Kids’ werd toen gebruikt door licht bekakte moeders wier kids naar het gym gingen in Oud-Zuid. En door halfzachte leraren die populair wilden zijn bij hun leerlingen. En door EO-programmamakers die zo een jongere doelgroep wilden aanspreken. Aanstellerij vond ik het.

Tot zover een heldere zaak: de mensen die het woord ‘kids’ gebruikten waren vervelend en daardoor was het woord ‘kids’ vervelend. Echter, in de loop der tijd begonnen ook mensen die ik aardig vond het woord ‘kids’ te gebruiken. In eerste instantie daalden deze mensen daardoor in mijn achting. Ze werden als het ware naar beneden gehaald door de mensen die het woord kids hadden geïntroduceerd. Maar dat kon ik niet volhouden. Op een gegeven moment bleef er bijna niemand meer over. Was ik samen met mijn vrouw en een paar getrouwen, als enige overgebleven. Met als gevolg dat ik het gebruik van het woord ‘kids’ ben gaan tolereren. Ik moest wel. Ik krimp nog steeds ineen als ik het hoor, maar ik houd mij groot, leg me neer bij het onvermijdelijke en probeer niet te oordelen over de persoon die het zegt. Want ik weet: over twintig jaar zegt niemand nog kinderen als ze kids bedoelen, zegt niemand nog gym als ze gymnasium bedoelen en neemt niemand nog het ‘initiatief’ als ze ook het ‘voortouw’ kunnen nemen. Zeker als ze er 10 K mee kunnen verdienen.

Hun wie uitsterven gaan, groeten u.

13 responses

  1. Kids. Bah ja. Maar je doet er inderdaad niets aan. Heb zelf ook nog een half stukje over de veranderende taal liggen. Misschien toch eens afmaken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *