De ontdekking van de matrix (13)

Wanneer zag ik de kogel op me af komen? Zag ik eerst de kogel en werd ik toen geraakt? Of werd ik eerst geraakt en zag ik toen de kogel? Ik denk dat ik het eerst voelde en toen zag. Helemaal zeker was ik niet, maar in mijn waarneming waren oorzaak en gevolg omgewisseld. Eerst voelen, dan zien.

Het was inmiddels half drie in de nacht. Alle 15-jarigen waren naar hun tent, de machinist was naar z’n caravan, de zoon van de eigenares was naar huis. Wij waren de enige van de hele camping die nog wakker waren. Ik wreef over het plekje tussen mijn ogen. Sven deed de achterdeur op slot. Ik zag iets helblauws wegschieten. “Ze mogen niet naar binnen schieten”, mompelde Sven. Hij gooide een blikje bier naar me toe, liep voor me langs, maakte een overdreven buiging en liet mij met een koninklijk armgebaar naar buiten.

We liepen zwijgend over de camping. In mijn ooghoeken vloog er iets geels door de lucht. Toen ik keek, was het weg. De maan was groter dan ik ’m ooit had gezien. Donkergeel. Een enorme gouden gong, klaar om een klap te krijgen en de hele wereld wakker te maken. Er was geen wolkje aan de hemel en toch miezerde het. Ik zag de sterren boven ons. Miljarden sterren, miljoenen lichtjaren hier vandaan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *