De leeuw

De leeuw kennen we allemaal. Zelfs als we nooit een dierentuin bezoeken kunnen we zijn bestaan onmogelijk over het hoofd zien. Want de leeuw is alomtegenwoordig. Hij staat als logo op de scooters en auto’s van Peugeot, op de betaalpas van ING, het doosje van Potter’s linea en brult ons vanaf het bioscoopscherm tegemoet bij films van Metro Goldwyn Mayer. Adellijke familiewapens bevatten vaak leeuwen en in het logo van onze eigen rijksoverheid staan er maar liefst dríe; waarin een klein land groot kan zijn. De leeuw is het nationale symbool van o.a. Afghanistan, België, Bulgarije, Denemarken, Finland en Noorwegen. De leeuw staat voor kracht, moed, gezag en stoerheid, eigenschappen die we mateloos bewonderen, vooral als we ze zelf niet bezitten. We hebben het dan over de leeuw, het mannetje, niet over de leeuwin, want ook in het dierenrijk is de vrouwenemancipatie verre van voltooid.

Maar zelfs als we blind zouden zijn konden we niet om de leeuw heen, want ook in de spreektaal heeft hij zijn sporen nagelaten. Zo moedig als een leeuw, je in het hol van de leeuw wagen, laat de leeuw niet in z’n hemdje staan… We zijn kortom al eeuwenlang danig onder de indruk van de leeuw en dat is wel te begrijpen. Want een roofdier met zó’n grote norse kop, zúlke woeste manen en zó’n diep keelgeluid, hoe zouden we daar minnetjes over kunnen denken?

Hoe is echter de praktijk van het leeuwenleven? De leeuw slaapt maar liefst 20 uur per dag. Zelfs de luiaard, toch bij uitstek het symbool van sufheid en indolentie, is per etmaal ruim tien uur langer bij kennis. Maar goed, een paar uur per dag is de leeuw dan toch wakker. En wat doet hij dan, flink gaan jagen bijvoorbeeld? Nou, als het even kan laat hij dat liever aan de vrouwtjes over, die volgens Wikipedia 81 procent van het voedsel bij elkaar scharrelen. Het mannetje mag als eerste eten en de lekkerste stukken uitzoeken, de overblijvende restjes zijn voor vrouw en kinderen. Toch niet echt een gedragspatroon dat onze bewondering kan afdwingen en daar kan het feit dat het gebrul van de leeuw soms wel tot op een afstand van acht (!) kilometer te horen is weinig aan veranderen. Daar komt nog bij dat hij er niet voor terugdeinst om voedsel te stelen van dieren die veel kleiner en zwakker zijn dan hijzelf, laffer kan het gewoon niet. Nee, we zullen moeten toegeven dat de leeuw zijn faam totaal niet verdient. Als hij een mens was zou hij z’n vuile sokken altijd naast de wasmand gooien en nooit eens meehelpen met de afwas. De leeuw is, kortom, gewoon een lul.

Als het voorgaande een moraal zou bevatten, zou die er dan op neerkomen dat wij mensen oppervlakkig en makkelijk voor de gek te houden zijn?

8 responses

  1. Heerlijk zo’n leeuwenleventje.. nu ik dat zo zeg trouwens, hebben onze voorvaderen de leeuw en de luis niet per abuis verwisseld in het verleden? Zou mij niet verbazen. In het wapenschild van de oranjes zou in dat geval een luis moeten worden afgebeeld. En Willem Oltmans zou de leeuw in de pels zijn van de koninklijke familie. En zeg nou zelf: je maintiendrai is natuurlijk veel geloofwaardiger afkomstig van een luis dan van een leeuw. Die laatste is immers al bijna uitgeroeid?

  2. Ik wil er even aan toevoegen dat de luie mannelijke leeuwen blijkbaar NOG een hele slechte eigenschap gemeen hebben met bijvoorbeeld nijlpaarden, dolfijnen, sommige apensoorten enz. en dat is dat ze namelijk van nature boze stiefvaders zijn! Als een mannetjesleeuw een troep leeuwinnen wil overnemen van een ander mannetje en deze kan verjagen dan zal de nieuweling de jongen van dat vorige mannetje, feitelijk de stiefkinderen van het nieuwe mannetje, doodbijten opdat hijzelf nageslacht verwekt bij zijn nieuwe harem!
    Leeuwen heersen namelijk nog korter over hun onderdanen dan mensen en in de fabel van de leeuw en de vos lokte de eerstgenoemde talloze onnozele dieren zijn hol in naar hun ondergang toe! Maar de vos vertelde toen tegen een jakhals, die eveneens op weg was naar de leeuw, dat zijn beiden om gezondheidsredenen NIET diens hol moesten binnengaan omdat er talloze dierensporen het hol van de leeuw wel IN gingen maar heaas kwam er geen enkel spoor daar UIT!

  3. En mag ik nog even wijzen op de leeuw als onvermoeibaar copuleur.
    Achteloos bestijgt hij het ene vrouwtje na het andere, niks geen klein dipje of op krachten komen. En al helemaal geen naspel.

  4. Nou is thans opeens bekend geworden dat talloze mensen hun natuurlijke angst voor leeuwen en andere wilde (roof)dieren aan het verliezen zijn en ze zelfs willen aaien en knuffelen wat vaak fatale gevolgen heeft! Lees daar dit artikel maar over:

    Onderzoek: veranderende omgang met roofdieren is bij de beesten af

    We moeten weer bang worden!

    Horden mensen beschouwen wilde dieren als een soort knuffelbeest. Een kwart van de Nederlanders ziet er geen kwaad in met een roofdier op de foto te gaan, blijkt uit onderzoek. Een rustende zeehond in Katwijk liet deze week weer zien hoe onnatuurlijk we daarmee omgaan. „Veel gekker kan het niet. Zulk gedrag druist dwars in tegen ons overlevingsinstinct.”

    Het is schering en inslag: op de foto gaan met wilde dieren, ermee spelen, wandelen en knuffelen. Het gezin dat in safaripark Beekse Bergen doodleuk in een cheetaverblijf uitstapte om een wandelingetje te maken, onbewust van de risico’s, ligt nog vers in het geheugen. „Het lijkt wel of we steeds vaker vergeten dat roofdieren als leeuwen en tijgers ook in gevangenschap gevaarlijk en onberekenbaar blijven”, zegt onderzoekster dr. Esther van der Meer.

    In samenwerking met Saxion Hogeschool en de Stichting Spots deed de onafhankelijke wetenschapper uitgebreid studie in Nederland naar het veranderende gedrag van de mens in direct contact met wildlife.

    Vandaag worden de resultaten van het onderzoek gepubliceerd in de Amerikaanse Public Library of Science (PLOS One). „We raken onze natuurlijke angst voor wilde dieren kwijt, omdat we op tv en sociale media bijna dagelijks zien dat ze zo lief en aaibaar zijn. Dat is een levensgevaarlijke ontwikkeling”, meent Van der Meer.

    Zij ondervroeg en testte een representatieve groep van een kleine duizend Nederlanders. „Eén op de drie heeft interesse om een roofdier te aaien, één op de vier wil er graag samen mee op de foto en één op de vijf wil er zelfs mee wandelen. Dat is kennelijk normaal aan het worden. Veel gekker kan het niet zijn. Zulk gedrag druist dwars in tegen ons overlevingsinstinct.”

    Bokito

    Ook het incident met de gorilla Bokito in Diergaarde Blijdorp staat iedereen nog helder voor de geest. De zilverrug verwondde in 2007 een vrouwelijke bezoekster ernstig, die dacht dat ze een speciale band met hem had ontwikkeld door altijd oogcontact te maken. „Dat is nou net iets wat je niet met apen moet doen. Dan worden ze agressief”, zegt Van der Meer.

    Zoölogisch manager Martin van Hees van Beekse Bergen is het roerend met haar eens. „Veel mensen denken dat dieren menselijke trekjes vertonen. Niets is minder waar. Het blijft oppassen geblazen. Ik vrees dat het Freek Vonk-effect hier zijn verkeerde werk doet. Die pakt rustig allerlei potentieel gevaarlijke dieren beet. Terwijl we juist moeten leren om altijd gepaste afstand te houden. Kijken mag, aanraken nooit. Het is zorgelijk dat die scheidslijn vervaagt.”

    Volgens Van Hees valt ook de dierenparken te verwijten dat ze lange tijd te veel kozen voor een open benadering om bezoekers dichterbij de natuur te krijgen. „Wij nemen nu weer tegenmaatregelen om de veiligheid van onwetende bezoekers te waarborgen. Zoals gescheiden verblijven, meer toezicht, constant waarschuwen, ook met de regels op een kaart die aan de autospiegel wordt gehangen. Het is helaas hard nodig.”

    De Nederlandse safarigids en ’bushman’ Wouter den Dulk, die grotendeels in Kenia woont, kan meepraten over de toenemende onnozelheid van toeristen in de enorme wildparken. „De meeste safarigangers zijn daar maar kort vanwege de hoge kosten. Dus willen ze in een paar dagen alles meemaken. Ik zie hoe ongeduldig en onvoorzichtig velen zijn.”

    Den Dulk geeft een gruwelijk recent voorbeeld. „Een gezin zit in een terreinwagen naar slapende leeuwen te kijken. Als de chauffeur de vader verzoekt het raampje dicht te draaien, negeert hij dat. Hij reikt naar buiten om beter te kunnen filmen. Als de leeuwen blijven liggen, gooit hij een appel om hen te activeren. Binnen luttele seconden wordt hij gegrepen en voor de ogen van zijn vrouw en kinderen verscheurd.”

    Ook olifanten, buffels en nijlpaarden kunnen volgens hem levensgevaarlijk zijn als je de signalen niet begrijpt. „Sommigen zijn zo stom om vlakbij de perfecte selfie te willen maken, ondanks alle waarschuwingen. Laatst nog werd een man vertrapt door een geïrriteerde olifant. Een hippo doodde een andere toerist. Ze gaan razendsnel in de aanval.

    Slachtoffers

    Alleen al in Zuid-Afrika zijn er afgelopen twee decennia veertig slachtoffers gevallen door roofdieren in privéparken en zogeheten knuffel-farms, blijkt uit recente cijfers van vijf grote lokale natuurorganisaties. „De aaidrang verlaagt de angst, bewijst de studie”, zegt woordvoerster Simone Eckhardt van Spots, dat zich inzet voor katachtigen.

    Het is schering en inslag: op de foto gaan met wilde dieren, ermee spelen, wandelen en knuffelen. Het gezin dat in safaripark Beekse Bergen doodleuk in een cheetaverblijf uitstapte om een wandelingetje te maken, onbewust van de risico’s, ligt nog vers in het geheugen. „Het lijkt wel of we steeds vaker vergeten dat roofdieren als leeuwen en tijgers ook in gevangenschap gevaarlijk en onberekenbaar blijven”, zegt onderzoekster dr. Esther van der Meer.

    Volgende
    Play Video
    In samenwerking met Saxion Hogeschool en de Stichting Spots deed de onafhankelijke wetenschapper uitgebreid studie in Nederland naar het veranderende gedrag van de mens in direct contact met wildlife.

    Vandaag worden de resultaten van het onderzoek gepubliceerd in de Amerikaanse Public Library of Science (PLOS One). „We raken onze natuurlijke angst voor wilde dieren kwijt, omdat we op tv en sociale media bijna dagelijks zien dat ze zo lief en aaibaar zijn. Dat is een levensgevaarlijke ontwikkeling”, meent Van der Meer.

    Zij ondervroeg en testte een representatieve groep van een kleine duizend Nederlanders. „Eén op de drie heeft interesse om een roofdier te aaien, één op de vier wil er graag samen mee op de foto en één op de vijf wil er zelfs mee wandelen. Dat is kennelijk normaal aan het worden. Veel gekker kan het niet zijn. Zulk gedrag druist dwars in tegen ons overlevingsinstinct.”

    Bokito

    Ook het incident met de gorilla Bokito in Diergaarde Blijdorp staat iedereen nog helder voor de geest. De zilverrug verwondde in 2007 een vrouwelijke bezoekster ernstig, die dacht dat ze een speciale band met hem had ontwikkeld door altijd oogcontact te maken. „Dat is nou net iets wat je niet met apen moet doen. Dan worden ze agressief”, zegt Van der Meer.

    Zoölogisch manager Martin van Hees van Beekse Bergen is het roerend met haar eens. „Veel mensen denken dat dieren menselijke trekjes vertonen. Niets is minder waar. Het blijft oppassen geblazen. Ik vrees dat het Freek Vonk-effect hier zijn verkeerde werk doet. Die pakt rustig allerlei potentieel gevaarlijke dieren beet. Terwijl we juist moeten leren om altijd gepaste afstand te houden. Kijken mag, aanraken nooit. Het is zorgelijk dat die scheidslijn vervaagt.”

    Martin van Hees: „Het blijft oppassen geblazen.”
    Martin van Hees: „Het blijft oppassen geblazen.”Ⓒ WIENEKE HOFLAND
    Volgens Van Hees valt ook de dierenparken te verwijten dat ze lange tijd te veel kozen voor een open benadering om bezoekers dichterbij de natuur te krijgen. „Wij nemen nu weer tegenmaatregelen om de veiligheid van onwetende bezoekers te waarborgen. Zoals gescheiden verblijven, meer toezicht, constant waarschuwen, ook met de regels op een kaart die aan de autospiegel wordt gehangen. Het is helaas hard nodig.”

    De Nederlandse safarigids en ’bushman’ Wouter den Dulk, die grotendeels in Kenia woont, kan meepraten over de toenemende onnozelheid van toeristen in de enorme wildparken. „De meeste safarigangers zijn daar maar kort vanwege de hoge kosten. Dus willen ze in een paar dagen alles meemaken. Ik zie hoe ongeduldig en onvoorzichtig velen zijn.”

    Den Dulk geeft een gruwelijk recent voorbeeld. „Een gezin zit in een terreinwagen naar slapende leeuwen te kijken. Als de chauffeur de vader verzoekt het raampje dicht te draaien, negeert hij dat. Hij reikt naar buiten om beter te kunnen filmen. Als de leeuwen blijven liggen, gooit hij een appel om hen te activeren. Binnen luttele seconden wordt hij gegrepen en voor de ogen van zijn vrouw en kinderen verscheurd.”

    Ook olifanten, buffels en nijlpaarden kunnen volgens hem levensgevaarlijk zijn als je de signalen niet begrijpt. „Sommigen zijn zo stom om vlakbij de perfecte selfie te willen maken, ondanks alle waarschuwingen. Laatst nog werd een man vertrapt door een geïrriteerde olifant. Een hippo doodde een andere toerist. Ze gaan razendsnel in de aanval.”

    Slachtoffers

    Alleen al in Zuid-Afrika zijn er afgelopen twee decennia veertig slachtoffers gevallen door roofdieren in privéparken en zogeheten knuffel-farms, blijkt uit recente cijfers van vijf grote lokale natuurorganisaties. „De aaidrang verlaagt de angst, bewijst de studie”, zegt woordvoerster Simone Eckhardt van Spots, dat zich inzet voor katachtigen.

    Zij kent ook voorbeelden van bezoekers die in een dierentuin rustig een hek overklimmen om bijvoorbeeld een jaguar te aaien. „Dat geloof je toch niet? Dat onverantwoorde, abnormale gedrag loopt vaker slecht af, omdat de perceptie totaal vervormd is.” Zelfs dat lieve zeehondje op het strand van Katwijk, is volgens haar een geducht roofdier dat mensen die op bijtafstand komen, zwaar kan toetakelen.

    Reisbranchevereniging ANVR doet volgens voorzitter Frank Oostdam ook moeite om toeristen bewuster te maken van de gevaren en het dierenleed. „Onze leden hebben afgesproken lijfelijk contact met wilde dieren op excursies te vermijden. Dus ook geen olifantenritjes, tijgertempels, aapjesvoeren, welpen oppakken en zwemmen met dolfijnen meer. Wildlife is niet knuffelbaar en vol risico’s.”

    Ik zal gelukkig de goede raad van alle onderzoekers ten aanzien van wilde dieren WEL opvolgen door er mijlenver vandaan te blijven en ze NOOIT te gaan aaien of om ermee te gaan knuffelen want wilde (roof)dieren zijn door hun overlevingsinstinct gewoon veel te sterk en te gevaarlijk om als knuffel- of huisdier te houden!

Laat een reactie achter bij Gnaues Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *