Facebook

Een nieuwe Facebook-vriend diende zich aan en omdat ik ‘m ook privé ken, liet ík ‘m ruimhartig binnen in mijn wereld. Niet dat die zo groot is op Facebook. Buiten deze stukjes is er vrij weinig van mij te vinden in het digitale paradijs, op een enkele foto na. Die vond hij dan ook binnen vijf minuten nadat we vrienden werden. Ik bedoel, dat waren we al, maar van Facebook moest het nog eens. Voor de zekerheid. Een soort ‘hernieuwing van de doopbelofte’, maar dan digitaal.

Qua institutie lijkt de eeuwenoude moederkerk wel wat op Facebook trouwens: beiden willen ze grip krijgen op je leven. Misschien dat Mark Zuckerberg daarom zo’n succes heeft, de mens wil gegrepen worden, om het eender door wat. Enfin.

Mijn nieuwe-oude vriend schreef wat onder een foto van mijn zoon, een afbeelding die ik twee jaar geleden postte. Begrijpelijk, hij heeft het manneke nooit gezien. Je wil ook tonen dat je betrokken bent bij je oude-nieuwe vrienden. Ik beantwoordde dus joviaal zijn complimenten en plakte er voor de gelegenheid zelfs een duimpje onder. Case closed, is dit nu een column waard Luijten?

Jawel, maar vooral omdat het toen pas begon. Meteen verscheen de foto namelijk opnieuw in mijn timeline. En ook in die van al mijn vrienden. Ik wist zeker dat ik hier geen opdracht toe had gegeven. Of begaf mijn geteisterde geheugen het nu volledig? Was ik in de Facebook-volière ergens een vinkje vergeten? In het doolhof van acceptatie-buttons ergens linksaf geslagen waar het rechts had moeten zijn?

Ik wil het niet eens weten. Wat ik wel weet is dat er een stortbui aan likes losbarstte. Ik hou niet van dat gekmakende rode cijfertje boven icoontjes, dus ik moest het bericht steeds openen. Stond het er niet boven dat het een oude post was? Jazeker. Doet iedereen dan maar wat en liket zich met een verveeld gezicht de avond door? Ik vrees het. Dat was al ook te merken aan de tientallen likes en zelfs duizenden views van deze zondagse column, en hoeveel mensen daadwerkelijk doorklikken naar het verhaaltje. In het allerbeste geval een procent of vijf. Geeft niet, even goede vrienden, als jullie er lol in hebben om louter te liken: maak er een feestje voor de wijsvinger van, zou ik zo zeggen.

Maar nu werd ik zélf meegesleept in de gekte. Aanvankelijk reageerde ik nog overal op, omdat ik ook weer niet onvriendelijk wilde overkomen, nadat mijn vijfhonderd vrienden niet onvriendelijk hadden willen zijn in de eerste plaats. Bent u er nog? Ik al lang niet meer.

Of ben ik nu onvriendelijk?

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *